Hoe nuttig zijn psychedelische drugs bij psychische klachten?

De afgelopen jaren is er binnen de psychologiewereld een hernieuwde interesse ontstaan over het gebruik van psychedelische middelen bij de behandeling van psychische klachten. Niet alleen wordt er weer onderzoek gedaan naar de resultaten van behandelingen met deze middelen, maar er wordt ook fundamenteel onderzoek gedaan naar de werkzaamheid van hallucinerende drugs. Gaan we naar een toekomst toe waarin dit soort drugs regelmatig ingezet wordt voor de behandeling van psychologische klachten?

Door Robert Haringsma

Drugs en psychologie
Alles welbeschouwd is het gebruik van drugs binnen de psychologie niet heel nieuw. De meeste mensen die in Nederland depressief zijn, krijgen medicijnen om die depressie te lijf te gaan. En ook voor mensen met ADHD zijn er in ruime mate medicijnen beschikbaar. Nu zul je wellicht zeggen: 'Er is een verschil tussen medicijnen en drugs.' En als je dat zegt, heb je volkomen gelijk. Stoffen die effect hebben op ons lichamelijk of psychologisch functioneren noemen we drugs als ze verboden worden door de overheid. Als de overheid er toezicht op houdt en ze niet illegaal maakt, noemen we ze medicijn. Dat ze legaal zijn, is vaak wel aan regels gebonden. Zo kun je geen methadon kopen bij de Albert Heijn, maar je kunt het wel voorgeschreven krijgen als je heroïneverslaafd bent.

Een middel' is' dus geen drugs, maar wordt als drugs geclassificeerd door de overheid. Of de overheid een middel als 'medicijn' of als 'drugs' betiteld, heeft te maken met de bruikbaarheid en de veiligheid van het middel. Wiet is niet erg gevaarlijk - behalve misschien voor mensen die gevoelig zijn voor psychoses - maar ook niet nuttig. Daarom wordt het als drugs betiteld. Paracetamol is nauwelijks gevaarlijk - als je niet een pakje tegelijk slikt p en is erg nuttig als pijnstiller en daarom is het een medicijn. Als uit onderzoek blijkt dat middelen nuttiger of minder gevaarlijk zijn dan we dachten, kan het dus zijn dat ze van 'drug' naar 'medicijn' gaan. Iets dergelijks is nu aan de hand met bepaalde stoffen die een hallucinerende werking hebben.

Onderzoek naar psychedelische drugs
Er is specifiek één onderzoek uit 2011 dat heeft gezorgd voor de opleving van het onderzoek naar psychedelische drugs. Dat is het onderzoek van de John Hopkins Universiteit naar de werking van psylocibine. Dat is chemische term voor de stof die ook in paddo’s te vinden is. In dit onderzoek kregen proefpersonen een blinddoek om en een hoofdtelefoon op. Op de hoofdtelefoon werd rustige muziek afgespeeld. Vervolgens kregen ze een hoge dosis psylocibine toegediend. Tijdens hun ervaring werden ze bijgestaan door een therapeut die hen ondersteunde wanneer de ervaring te heftig werd of wanneer ze lichamelijk ongemak ervaarden. De behandeling duurde bij de meeste mensen ongeveer een dag.

De deelnemers beschrijven hun ervaringen tijdens die dag zoals je dat kunt verwachten van mensen die drugs gebruiken. Het voelde alsof ze los kwamen van hun eigen lichaam, andere dimensies bezochten en de meest merkwaardige ervaringen hadden. Gek genoeg hadden bijna al die ervaringen gemeen dat ze een diepe, diepe impact hadden op de manier waarop deze mensen naar hun leven kijken. Veel deelnemers omschreven de dag als een van de meest invloedrijke van hun hele leven. Dat was ook terug te zien in de resultaten van het onderzoek. Het bleek dat mensen op basis van deze ene ervaring een langdurige persoonlijkheidsverandering ondergingen. Zelfs een jaar na de behandeling, scoorden ze nog anders op persoonlijkheidsvragenlijsten dan voordat ze de behandeling ondergingen. En dat terwijl je persoonlijkheid na je dertigste over het algemeen nauwelijks meer veranderd.

Het specifieke onderdeel waar hoger op gescoord werd was 'openheid'. De psychologische eigenschap die bepaalt hoe we de wereld benaderen. Mensen die laag scoren, weten al hoe de wereld eruitziet - althans, dat denken ze zelf - en proberen hun waarnemingen in dat wereldbeeld te passen. Mensen die hoog scoren op openheid, zijn meer geneigd om hun waarnemingen te nemen voor wat ze zijn en hun wereldbeeld aan te passen op basis van die waarnemingen. Proefpersonen scoorden hoger op 'openheid' nadat ze psylocibine hadden gebruikt.

Hoe werkt het?
Naar aanleiding van het bovengenoemde onderzoek naar psylocibine is men gaan onderzoeken wat er nu gebeurt in de hersenen van mensen die psylocibine gebruiken. Om dat te onderzoeken besloot Robin Carhart-Harris mensen die onder de invloed waren van het middel in de FMRI-scanner te leggen. Met dit apparaat kun je namelijk inzichtelijk maken welke gebieden van de hersenen actief zijn. Op basis van de ervaringen uit de Hopkins studie, zou je misschien verwachten dat de hersenen van de deelnemers wat al te actief waren. Tenslotte leek het alsof hun fantasie wat al te levendig aan het werk was. Het bleek echter dat de hersenen van deze mensen juist minder actief waren. Specifiek werd het 'default-mode network' stopgezet. Van dit hersengebied wordt aangenomen dat het de 'controlekamer' is die de activiteit van de hersenen aanstuurt en reguleert. Het was dus niet zo dat de hersenen overactief werden. Je zou eerder kunnen zeggen dat de controleur die de hersenen in toom hield uitgeschakeld werd.

Dit inzicht lijkt een belangrijk inzicht te geven in de werkzaamheid van deze middelen bij de behandeling van psychologische problemen. In de psychologie zijn we namelijk constant bezig om de blik waarmee mensen de werkelijkheid bekijken te veranderen. Depressieve mensen zijn meer dan gemiddeld geneigd om alleen de negatieve kanten van het leven te zien en angstige mensen zijn voortdurend op zoek naar gevaar in hun omgeving. Je zou dus kunnen zeggen dat hun 'default-mode network' de realiteit wat al te sterk vormgeeft en dan ook nog op een manier die deze mensen erg in de weg zit. Zou het zo kunnen zijn dat een middel als psylocibine het 'default-mode network' tijdelijk uitschakelt waardoor we de kans krijgen om de realiteit weer op een nieuwe manier te leren kennen?

Wat zijn de praktische toepassingen?
Inmiddels is er ook enig onderzoek gedaan naar de praktische toepassing van psylocibine. Dat de stof 'openheid' vergroot is natuurlijk een opzienbarende bevinding, maar het is alleswelbeschouwd niet per se nuttig. Er zitten geen volksstammen verlegen om een grotere openheid tenslotte. Nadat hun eerste experiment afgerond was, heeft de John Hopkins Universiteit onderzoek gedaan het effect van psylocibine op mensen die ernstig rookverslaafd waren. Na drie psylocibine-sessies en een aantal therapeutische gesprekken, stopten 80% van de deelnemers met roken. En dat terwijl de voorkeursbehandeling voor ernstige rooksverslaving op dit moment een effect van 7% heeft. Van de honderd mensen die behandeld worden, stoppen er dan dus maar zeven mensen definitief met roken.

Als aan deelnemers werd gevraagd waarom ze gestopt waren, gaven ze aan dat het hun na de ervaring met psylocibine 'onnodig of onnozel' leek om nog te roken. Het lijkt er op dat de drugs het mogelijk heeft gemaakt om buiten het denkkader van de verslaafde te kijken. Wanneer ze dat deden, waren ze zelf ook verbaasd over hun rare gewoonte en konden ze deze makkelijker achterwege laten. Dit onderzoek was te klein om op basis hiervan duidelijke conclusies te trekken. De resultaten zijn echter veelbelovend en het werkingsmechanisme dat ten grondslag lijkt te liggen aan de psychedelische drugs maakt benieuwd naar andere toepassingsgebieden. Mensen met ticstoornissen, depressies of angsten hebben allemaal een te star denkkader. Als psychedelische drugs mogelijkheden bieden om door dat kader heen te breken, is het zeker de moeite waard om daar meer onderzoek naar te doen.

Woord achteraf: Experimenteren met willekeurig welke drugs kan om verschillende redenen erg gevaarlijk zijn. We willen met dit artikel niet aangeven dat het gebruik hallucinerende middelen voor iedereen onder alle omstandigheden een goed idee is. Het nemen van een hallucinerend middel kan een enorm beangstigende ervaring zijn en bovendien kun je jezelf schade toebrengen als je onder invloed bent. Dus nogmaals: don’t try this at home.De ervaringen en resultaten waar in dit artikel over gesproken worden, zijn tot stand gekomen onder begeleiding van professionele hulpverleners en met gebruikmaking van stoffen uit een laboratorium. Don’t try this at home.

Robert Haringsma is psycholoog bij het Instituut voor Positieve Psychologie

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.