1. Doorzien van blinde vlekken en opsporen van denkfouten

Waarom hebben onze hersenen blinde vlekken?
Het moge duidelijk zijn, wij - mensen - zijn van nature niet erg goed in ‘waarheid’. In ons eigen leven creëren onze kneedbare grijze hersenen een unieke kleurplaat van de werkelijkheid. Soms maakt die ons gelukkig, vaak ook niet. Door cognitieve dissonantie ontstaan een aantal blinde vlekken die heel lastig te doorzien zijn. Laat staan dat we er iets aan kunnen doen. Ze zijn deel van ons en we zijn er aan gehecht. Dat maakt veranderen lastig. Een verdienste van de psychologie is dat ze een aantal algemene blinde vlekken heel grondig heeft blootgelegd.

Vijf blinde blinde vlekken die je leven kleuren

Er zijn vijf belangrijke redenen waarom het goed is je werkelijkheidsbeleving af en toe in twijfel te trekken:

1. Onze hersenen versimpelen de werkelijkheid
Onze hersenen kunnen geen getrouwe blauwkaart van de werkelijkheid geven. Integendeel, ze vertrouwen vaak op het eerste plaatje waarmee we uit de voeten kunnen. Vaak is dat een verarmd, versimpeld of verstoord beeld. De overvloed aan prikkels waarmee we gebombardeerd worden, word - geleid door onze verwachtingen - vrijwel direct in bestaande referentiekaders geplaatst zodat we vooral oog hebben wat voor ons relevant is. Dat is effectief en tijdbesparend. En broodnodig om niet door te draaien. Op die manier sparen we energie, maken we sneller beslissingen en wordt leven makkelijker. Onze hersenen gebruiken daarvoor simpele regels. Een man met een tulband, een lange donkere baard, een zonnebril en een grote rugzak is al snel verdacht. We kunnen het ons niet veroorloven dat het niet gaat om een terrorist met een dodelijke missie.

2. We zien van nature verbanden en betekenissen, zelfs als ze er niet zijn.
We hebben allemaal de aangeboren neiging om patronen te zien en verbanden te trekken. Meestal door situatie A (eerder vis gegeten) met situatie B (ik ben misselijk) te verbinden en daaraan een conclusie te verbinden (voedselvergiftiging?). Dat heet ‘leren’. Ons brein heeft de onbedwingbare behoefte aan verklaringen. En onderzoek toont aan dat we zelfs de voorkeur hebben aan onzinnige verklaringen boven onzekerheid. Zie ook dit stukje over pareidolie. En hoe meer we onder druk staan of onzeker zijn, hoe groter de behoefte aan een verklaring. Dit is ook hoe bijgeloof ontstaat.

3. We geven de voorkeur aan gebrekkige getuigenissen boven onafhankelijk onderzoek
Mensen zijn van nature verhalenvertellers. Om onze kennis en historie over te dragen vertelden onze voorouders persoonlijke verhalen. In evolutionaire termen is het pas kort geleden dat we onze kennis over de wereld officieel onderzochten, opsloegen, organiseerden en bijhielden. Waar we vroeger afhankelijk waren van persoonlijke anekdotes, over goed en slecht, nuttig en onnuttig, hebben we nu de beschikking over betrouwbare wetenschappelijke kennis en betrouwbare statistieken. Daarom gaan we tegenwoordig niet meer dood aan het drinken van vervuilde melk. Maar nog steeds vertrouwen we eerder op een persoonlijk verhaal van een kennis dan wat onafhankelijk eerlijk onderzoek ons vertelt. Voorbeeld:

Stel dat je een fiets wilt kopen en een vriend waarschuwt: ‘Niet kopen, ik heb alleen maar ellende gehad met dat ding.’ En stel dat de consumentengids naar aanleiding van een statistisch onderzoek meldt dat de fiets erg betrouwbaar is en dat er weinig klachten zin. Als je bent zoals de meeste mensen zul je toch je vriend vertrouwen en de fiets niet kopen. Terwijl je vriend maar één fiets heeft geprobeerd en de consumentenbond gegevens heeft verzameld over misschien wel honderd fietsen.

Een groot voordeel van wetenschap en statistisch onderzoek is dat zij intuïtieve 'waarheden' kan ontkrachten als ze niet kloppen. Desalniettemin hebben we de neiging om een willekeurige, maar overtuigende ooggetuigenis meer serieus te nemen. Als jij vliegangst hebt en naar documentaires over vliegtuigrampen kijkt, zul je niet snel geloven dat vliegen een van de meest veilige manieren van transport is. Statistieken roepen weinig gevoel op, persoonlijke verhalen wel.

4. We zijn geneigd om te onze vermoedens te bevestigen, niet om ze onderuit te halen
Uit onderzoek blijkt keer op keer dat ons brein in de werkelijkheid bevestiging ziet van oorspronkelijke vermoedens en minder oog heeft voor informatie die daar niet mee strookt. We onthouden de treffers, en vergeten de missers. Zelfs zaken die verder niet belangrijk voor ons zijn worden op die manier verwerkt. Op die manier is het makkelijk te verklaren hoe intelligente mensen totaal verschillende, tegenstrijdige religies of wereldbeelden kunnen aanhangen. Zeker met de informatieverstrekking via internet is het heel gemakkelijk om bevestiging te krijgen voor de bubbel waar jij in zit. Jij vindt al snel de pagina’s die jouw ideeën versterken. Dit principe zorgt voor blinde vlekken. Dit mechanisme, ook wel confirmatie bias genoemd, verklaart bijvoorbeeld heel goed het feit dat 85 tot 95% van de mensen precies hetzelfde persoonlijkheidsprofiel van een willekeurig astrologisch sterrenteken op zichzelf van toepassing acht.

5. Onze geheugens zijn minder betrouwbaar dan we denken
We hebben het gevoel dat we de scénes uit het verleden als uit een digitaal archief naar wil kunnen oproepen en afspelen. Helaas is dat zelfvertrouwen onterecht. Niet alleen bestaat ons verleden noodzakelijk uit een selectieve representatie van wat er gebeurd is, het ‘verleden’ is ook aan verandering onderhevig. Slechts door een klein beetje manipulatie van een slimme onderzoeker of hypnotherapeut kan er aan dat verleden geboetseerd worden. Ook de stemming en ervaring van het heden mengt zich met het opgeslagen verleden. Als we nu een ander wereldbeeld hebben dan tien jaar geleden dan zal ook de ervaring van dat verleden erdoor worden beïnvloed. Ook stemmingen kleuren hoe we ons allerlei gebeurtenissen herinneren.

Hoe zit het echt?
Om onze werkelijkheid te begrijpen en te beïnvloeden, moeten we soms opnieuw eerlijk en onbevooroordeeld onderzoeken hoe het zit. Alleen zo kunnen we iets leren en kijken of we iets positiefs aan de situatie kunnen veranderen. We moeten ons daarbij niet teveel laten leiden door onze ervaringen uit het verleden, zodat we het heden fris tegemoet kunnen gaan. Voor sommigen een hele klus.

Een voorbeeld:
Stel dat Mira verliefd is op haar collega Jonas. Ze weet niet hoe hij over haar denkt en wil weten of ze een kans heeft. Ze weet wel dat Jonas officieel vrijgezel is, dat heeft ze gehoord van een andere collega. Op een gegeven moment hoort ze Jonas aan de telefoon zeggen: ‘Ja, leuk dan ik zie je zaterdag voor de ingang van de bioscoop. Tot dan, kus.’

Als Mira zichzelf als een grijze muis ziet, zou ze haar vermoedens wel eens heel serieus kunnen nemen. ‘Hmm, zie je wel, hij ziet mij toch niet staan. Hij maakt zelfs een afspraakje terwijl ik naast hem sta. Als hij me leuk vind zou hij dat in ieder geval niet doen. Ik ken mijn plek.’
Deze conclusie kan maken dat Mira het project ‘Jonas’ teleurgesteld opgeeft en haar zelfbeeld als ‘grijze muis’ weer eens bevestigd wordt.

Iemand die minder last heeft van een dergelijk zelfbeeld en (daardoor) misschien wat doortastender van aard is, zou het nog niet hebben opgegeven. Iemand zoals Ina bijvoorbeeld. Die zou vast gevraagd hebben naar welke film hij gaat. En Jonas zou misschien geantwoord hebben: ‘Het wordt helaas een zoetsappige komedie. Mijn moeder houdt nou eenmaal niet van thrillers. Het is een cadeautje voor haar verjaardag.’

In theorie zou dit gesprek kunnen ontaarden in eens situatie waarin Ina en Jonas naar een thriller gaan. Misschien ook niet. Wel duidelijk is dat doordat Ina minder snel een conclusie heeft getrokken over zichzelf en Jonas haar werkelijkheid meer mogelijkheden en potentieel leuke momenten bevat dan die van Mira. Laatstgenoemde laat zich leiden door een beperkt beeld van de situatie.

De helende kracht van twijfel, verwarring en psychische pijn
Uit onderzoek blijkt dat mensen extreem veel weerstand hebben tegen verandering. Zelfs als ze daar uiteindelijk gelukkiger door worden. Verandering vraagt namelijk van ons dat we tijdelijk in verwarring en twijfel leven. Het vraagt van ons dat we tijdelijk de weg kwijt zijn. Misschien zijn we niet blij met ons huidige leven, we weten in ieder geval waar we aan toe zijn. Naarmate we meer lijden en - omdat we steeds tegen dezelfde lamp lopen of in dezelfde neurotische, geestdodende kringetjes eromheen - , des te meer gedreven we worden de stap naar verwarring te wagen. En we zullen ons - meer en meer - eerlijk durven afvragen:

Waarom gebeurt me dit steeds?
En belangrijker: Hoe kan ik ervoor zorgen dat het in de toekomst echt anders wordt?

Dit is een belangrijk moment. Als we op het punt zijn dat we echt twijfelen betekent dat er een opening is naar een ander leven, een ander ruimer perspectief dat ons leven op den duur makkelijker maakt. Veel mensen waarderen de kracht van twijfel maar matig, en willen er zo snel mogelijk van af. Als ze de kans krijgen om van het gevoel af te komen dan onthalen we met open armen: geruststelling van vrienden, afleiding, verdovende middelen of medicijnen, een onzinnige metafysische verklaring. Alles liever dan ‘jeukende twijfel’ of ‘pijnlijke verwarring.’

Naarmate het lijden groter wordt, wordt het moeilijker twijfel weg te denken of te vermijden, op een gegeven moment zijn de tijdelijke 'opluchtingen' uitgewerkt: een eerlijke confrontatie is dan het meest heilzame wat er bestaat. Een dat vraagt erom dat je jezelf goede, kritische vragen stelt.

Cognitieve gedragstherapie: opsporen en toetsen van denkfouten
Cognitieve gedragstherapie (CGT) is bedoeld als een antwoord op bovenstaande scheefgroei. Ze bestaat uit het opsporen en veranderen van onbruikbare of irreële gedachten, conclusies of verwachtingen. Deze worden vervolgens vaak door middel van gedragsexperimenten getoetst aan de werkelijkheid. In plaats van ervan uitgaan dat het waar is (zoals Ina deed), kun je het ook testen (Mira).

Is het wel echt zo? En zo ja, is het altijd en overal zo? En kun je er invloed op uitoefenen?

Dit onophoudelijk testen van beperkende, verlammende of valse veronderstellingen is een belangrijke gewoonte omdat onze verwachtingen en gedachten bewust of onbewust ons gedrag en gevoel dicteren. Als je ze voor waar aanneemt lukt het je sowieso niet om iets over de situatie te leren. Laat staan het te veranderen. Veel verwachtingen en gedachten zijn niet per definitie op de werkelijkheid gebaseerd, maar roepen wel angst, inactiviteit en in veel gevallen juist op wat je tracht te vermijden.

Het zichtbaar maken van je ‘blinde vlekken’ is daarom een belangrijk aspect van de cognitieve gedragstherapie. In theorie lijkt het makkelijk, maar in de praktijk vergt het vaak veel energie om al die vastgeroeste ideeën en gedachten te herkennen, ze niet meer zo serieus te nemen, en ze eventueel te herzien. Vaak lukt dat pas na het doen van echte gedragsexperimenten zodat je datgene wat je soms rationeel best weet, ook echt begint te voelen. Dat is vaak een verademing.

Zeven denkfouten onder de loep.
Vooral in sociale situaties worden constant conclusies getrokken over zaken die we (nog) niet kunnen weten. Kijkt iemand niet terug omdat iemand jou niet aantrekkelijk vindt, of teveel in beslag genomen wordt door een opkomende presentatie. We weten het vaak eenvoudigweg niet. Om onze werkelijkheid te begrijpen en te beïnvloeden, doen we – afhankelijk van hoe we die werkelijkheid zien – een aantal dingen om de waarheid bij anderen te achterhalen. We gaan vissen of raden. Niet altijd met succes.

Om je te helpen een aantal denkfouten te herkennen staan hieronder de meest voorkomende vermoedens die voor waarheid worden aangezien. In principe komen ze allemaal neer op dezelfde mentale vertekening: een conclusie trekken terwijl je niet genoeg of verkeerde informatie hebt.

Verkeerde oorzaakgevolgtrekking: ‘Ik ben vast weer afgewezen omdat ik niet mooi genoeg ben.’
Kritische vragen: Kan ik überhaupt weten wat die mensen van de commissie mooi vinden? Kan het inderdaad zijn dat zij de voorkeur geven aan iemand met meer ervaring? Hoe erg is het als ze me inderdaad niet mooi vinden?

Alle denkfouten hebben er uiteindelijk mee te maken dat je een gevolg en oorzaak vermoedt waar er geen (bewezen) is. Soms is er wel een verband, maar klopt de conclusie niet je eruit trekt. Zo is er een duidelijk verband tussen de hoeveelheid ijs die verkocht wordt in een jaar en het aantal keren dat er huidkanker wordt geconstateerd? Betekent dat ijs eten huidkanker kan veroorzaken? Niet echt: het blijkt dat hoe zonniger het is, hoe meer ijs er gegeten wordt en hoe meer huidkanker er wordt geconstateerd. De zon is de oorzaak van zowel de toegenomen ijszucht als huidkanker.

Hieronder enkele specifieke denkfouten:

De generalisatie: ‘Ik ben nu drie keer bedrogen, alle vrouwen zijn ... ’
Een bekende denkfout is die van de generalisatie waarbij een paar ervaringen je laten denken dat iets altijd zo is. Voorbeeld: denken dat alle vrouwen onbetrouwbaar zijn omdat twee ex-vriendinnen zijn vreemd gegaan. Woorden als ‘niemand’, ‘altijd’, ‘nooit’, ‘iedereen’ zijn verdacht. Als je die gebruikt dan weet je dat dit een valkuil van je is. Discriminatie wordt door deze denkfout in stand gehouden. Een aantal rotte appels van een minderheid kunnen onterecht de hele groep vertegenwoordigen. ‘Moslims willen de westerse standaard vernietigen.’
Anderen voorbeelden: ‘Mensen mogen mij gewoon niet zo.’ ‘Vrouwen houden niet van introverte mannen.’

Goede vragen: Echt alle? Altijd? Overal?

Zwart-wit-gedachte: ‘Oei, ik ben te laat, ik heb het nu helemaal verpest...’
Veel mensen hebben de neiging om prestaties van zichzelf of anderen met een overdreven extreme standaard te evalueren. Een vriend van ons was ooit – voor hij zijn huidige vriendin ontmoette - erg aan het sukkelen met de mensen van het andere geslacht. Enthousiast als hij is liep hij bijna zonder uitzondering iets harder van stapel dan zijn tegenspeelsters. Als hij een mindere date had waarbij de nietsvermoedende vrouw had aangegeven het rustiger aan te willen doen, strafte hij zichzelf en haar met uitspraken als: “Hoe heb ik het nou alweer kunnen verpesten, ik had je nooit gelijk weer moeten bellen. Ik ben hopeloos, sorry.” Zijn welgemeende, maar overdramatische reacties zorgden vaak voor het uitblijven van de volgende ontmoeting.

De misattributie: ‘Mijn buurvrouw doet alleen maar leuk tegen me omdat ze toevallig in een goede bui is’
Uit onderzoek blijkt dat mensen met weinig zelfvertrouwen hun verdiensten aan toeval danken en hun mislukkingen aan zichzelf wijten. Mensen met zelfvertrouwen doen het andersom. Wie heeft er gelijk? dat is niet altijd duidelijk. Maar wel kun je ervan uitgaan dat laatstgenoemden gelukkiger zijn.

Sommige mensen trekken zich zaken persoonlijk aan of voelen zich verantwoordelijk voor zaken, waar ze eigenlijk geen invloed op hebben. Het zijn mensen die zich schuldig kunnen voelen als iemand op hun feestje uitglijdt, of zich rottig voelen als iemand een voedselvergiftiging krijgt, nadat zij het restaurant hebben uitgekozen.

Gedachten lezen: ‘Oei, hij kijkt moeilijk, hij is natuurlijk nog boos omdat ik hem niet gebeld heb.”
Dit is een bijzondere vorm van het trekken van verkeerde oorzaakgevolgtrekkingen. Heel vaak denken we dat we weten wat anderen denken en voelen. Vaak is dat een projectie van onszelf. Om echt te weten wat iemand denkt moet je het vragen. Als we ervan uitgaan dat we het weten kun je 'bad vibes' veroorzaken als die er in eerste instantie niet waren. Wie is er niet een keer chagrijnig geworden van de vraag: ‘Hee, ben je weer chagrijnig of zo?’

Een mening als feit zien: ‘Ik las in de Elsevier dat ongelukkige mensen veel vaker ziek worden: ik ben een risicogroep.’
Vaak zien mensen over het hoofd gezien dat de uitspraken over de wereld, ongeacht of die van een dronkaard of een Nobelprijswinnaar komen, slechts meningen (lees: vermoedens/ gedachten/ veronderstellingen/ vooroordelen ) zijn. De meeste wetenschappers zijn getraind in het verschil zien tussen een mening en een feit: een feit is iets waarover verschillende onafhankelijke meetinstrumenten ondubbelzinnig aantonen dat het zo is. Uiteraard bestaan er ook feiten die wij niet kunnen vaststellen, naar in dat geval blijven ze... een vermoeden.

Selectieve waarneming en aandacht: “Bijna iedereen is spontaner dan ik”
We kennen allemaal het fenomeen van de rode fiets, de felblauwe trui of de gele auto. Nadat je een dergelijk exemplaar gekocht hebt lijkt de hele wereld er vol mee. Toeval? Synchroniciteit? Misschien, maar je kunt het deels toeschrijven aan selectieve aandacht. We zien (en roepen op) wat je verwacht te zien. De menselijke geest is heel goed in het zien van signalen die kloppen met wat je toch al verwacht, en het negeren van wat niet strookt met je verwachtingen.

2. Anders doen zorgt voor anders voelen en denken

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.