2. Anders doen zorgt voor anders denken en voelen

Hoe negatieve gedachten en gevoelens hun kracht verliezen
Over het aanpakken van psychologische problemen, zoals angst, bestaat het misverstand dat het goed, zelfs noodzakelijk, is te weten waar het vandaan komt. Pas als je inzicht hebt in je problemen kun je veranderen. Toch? 'Niet waar', weten ervaren therapeuten.

Het 'waarom' van bepaald gedrag is vaak helemaal niet zo interessant. Het levert misschien stof tot nadenken en leuke discussies op, maar in de praktijk schiet je er meestal weinig mee op. Misschien ben je inderdaad extra verlegen omdat je vroeger uitgelachen bent door klasgenootjes. Misschien was je vader aardiger tegen je broer waardoor je nu het gevoel hebt dat jij er niet zo toe doet. Dat kan allemaal invloed op zelfvertrouwen hebben, maar door dat te weten verandert er meestal niks.

Sterker nog: soms houdt ‘weten’ je tegen er iets aan te doen. Er valt altijd meer te weten. Luister maar eens naar getroebleerde mensen om je heen. Sommigen weten ‘precies’ wat er met ze aan de hand is. Vaak al jarenlang, zonder dat ooit iets verandert in hun gedrag. Al naar gelang hun laatste boek, therapeut of workshop komen ze met een nieuwe theorie waarom ze zijn zoals ze zijn en wat ze moeten doen om te veranderen. Slechte jeugd, te weinig vitaminen, gebrek aan egogrenzen, te weinig in het nu zijn... De mogelijkheden zijn eindeloos. En als inzicht het enige instrument in je arsenaal is kom je uiteindelijk van een koude kermis thuis.

Er is geen betere methode om verandering uit te stellen dan het zoeken naar een waarom. Je rechtvaardigt alleen maar waarom je NU niet hoeft te veranderen. Als je onbruikbare gewoonten, oude angsten en storende gedachten wilt veranderen dan heb je meer aan een andere strategie. Die komt neer op een wel heel simpel gebod...

Verander je gedrag en stop met vermijden.

Ik kom hem bijna niet serieus nemen, toen een vooraanstaande therapeut ooit uitlegde: ‘De snelste en meest effectieve manier van gedragsverandering is... je gedrag veranderen.’

Het klonk als de uitspraak van een leek die nooit een boek over psychologie had aangeraakt. Een onzinnige cirkelredenering. Als iemand anders dan hij het had gezegd had ik de uitspraak waarschijnlijk meteen terzijde geschoven. En toch: misschien is dit wel de meeste bruikbare en meest krachtige therapeutische boodschap van allemaal.

Door je gedrag te veranderen, verandert ook je gevoel over en kijk op jezelf.

Denken en praten over verandering betekent heel cru beschouwd uiteindelijk niks meer dan: vermijden te veranderen. Praten en denken en uitlokken van nieuwe inzichten heeft alleen nut als het er ook voor zorgt dat je daadwerkelijk iets nieuws doet .

Soms is inzicht in het verleden daarvoor nuttig, soms heb je een verbaal duwtje in de rug nodig, soms is het nuttig de voor- en nadelen van je gedrag tegenover elkaar te zetten. Maar telkens geldt: het is alleen nuttig als jij daardoor je gedrag verandert, zodat je nieuwe dingen leert over jezelf of de wereld.

Het nut van ‘kunstmatig’ anders doen is heel duidelijk aangetoond in talloze onderzoeken. Het is een heel belangrijk principe dat menselijk gedrag verklaart en vorm geeft.

Uit een van de bekendste onderzoeken in de psychologie bleek dat mensen alleen al gelukkiger worden wanneer ze een potlood tussen hun tanden hebben dan wanneer ze dat niet hebben. Door hun lachspieren - hou maar eens een potlood tussen je tanden - op een kunstmatige manier te activeren maken ze blijkbaar ook de daarbij horende gelukstoffen in hun hersenen aan. Mmm, dat geeft te denken.
Depressieve mensen die zich laten overhalen actief en regelmatig sporten voelen zich na verloop van tijd mentaal veerkrachtiger en gelukkiger dan mensen die dat niet doen. Van tevoren, in de depressieve gemoedstoestand, hadden ze niet kunnen voorzien dat het hardlopen hun stemming zou verbeteren. Waarschijnlijk hadden ze er ook helemaal geen zin in gehad. Dat inzicht kun je alleen krijgen door het te ondervinden. Het doen zelf transformeert ook het gevoel.

En hoe zit het met angst?
Hier is het niet anders. Je kunt een leven lang proberen uit te vinden waarom je bang bent voor bepaalde zaken, maar alleen een echte confrontatie met je spoken zorgt paradoxaal genoeg voor een oplossing ervan. Misschien geloof je niet eens in je spoken en weet je dat het irrationeel is, maar als het donker wordt neemt de angst het toch weer over van je ratio. Het is een gewoonte geworden, een geconditioneerde reactie van je hersenen. Daar kom je alleen vanaf door een nieuwe ‘’reactie’ voor in de plaats te zetten. Het niet bang zijn in dezelfde situatie.

De bekendste en meest effectieve techniek tegen angst is exposure. Letterlijk vertaald: blootstelling. Oftewel: stoppen met vermijden van datgene waar je bang voor bent. Het natuurlijke gevolg is dat de angst uiteindelijk uitdooft als je er niet aan probeert te ontsnappen. Angst en vermijding zijn elkaars beste vrienden. Sterker nog: zonder de één bestaat de ander niet, kop en munt. Door te vermijden voed je angst, en hoe langer je iets succesvol weet te vermijden hoe groter de angst wordt om uiteindelijk wel met je spoken geconfronteerd te worden.

Deze vicieuze cirkel kun je doorbreken door (meestal geleidelijk, stap voor stap, op een strategische manier) NIET meer te vermijden. Zo kan het dat mensen met een heftige spinfobie uiteindelijk weer durven spelen met spinnen, vliegangstigen een overzees reisje maken in een tweejekker en sociaalangstigen weer met plezier naar een feestje gaan.

Misschien was het je al duidelijk: angst herbergt een paradox in zich. Veel angsten en klachten worden gevoed door het gevecht ertegen. Als je bang bent om te blozen of een slecht figuur te slaan, dan is er weinig dat je ertegen kunt doen. Je bent bang dat je bang zult worden.
In het verlengde van exposure liggen nieuwe technieken zoals we die uit meditatiebeoefening kennen: acceptatie en mindfulness. Accepteer of observeer je angst zonder er iets aan te doen. Niet vechten tegen angst zorgt voor een breuk in de cirkel van angst.

3. Nieuwe gewoonten creëren kost tijd

Reacties

Marcelino, er is nog een andere benadering om sociaal problemen (zoals angsten) op te lossen. Een voorbeeld: Een vrouw komt bij een therapeut met de mededeling dat ze overweegt zelfmoord te plegen, omdat ze niet in staat is een man te vinden. Ze is van overtuigd dat geen enkel man met haar een relatie wil hebben omdat ze een grote gat heeft tussen haar voortanden. Als de therapeut in deze situatie jouw werkwijze zou gaan gebruiken bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie, dan zou hij bij deze vrouw bezig houden met het veranderen van haar irreële gedachte of verwachting, namelijk haar lichamelijk gebrek (een grote gat tussen haar voortanden) leidt niet tot het aangaan van een relatie met een man. Bij deze benadering – het opsporen en veranderen van zogenaamde onbruikbare of irreële gedachten of verwachtingen, die door middel van gedragsexperimenten getoetst kunnen worden aan de werkelijkheid – rijst de vraag of deze vrouw bereid is het nieuwe inzicht (een grote gat tussen de voortanden heeft geen invloed op het vinden van een partner) te accepteren. Want, waarschijnlijk haar beperkte referentkader (minder doorbloeden van de hersenen) zou dit tegenhouden. Dit zie je ook bij mensen die geloven in een bepaald wereldbeeld (bijvoorbeeld te geloven dat de aarde op 21 oktober 2011 zou worden vernietigd). Maar, de therapeut kan het ook anders aanpakken. Stel, dat de vrouw meedeelt aan de therapeut dat als ze op werk bij een fontein water drinkt, ziet ze altijd een man om een hoekje haar te gluren. De therapeut zou – met deze informatie – tegen haar zeggen dat als ze toch van plan is haar leven te beëindiging, haar geld te besteden aan nieuwe kleren en make-up en thuis vaak te oefenen met het spuiten van water tussen haar voortanden zodat als ze weer tijden het drink van water bij de fontein die man ziet, hem te spuiten. De vrouw heeft gespoten en is nu getrouwd met hem en heeft twee kinderen.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.