Systeemtherapie: inleiding

1. Inleiding in de systeemtherapie
“Het is de rol van de therapeut om een klimaat te scheppen waarin verandering mogelijk is. In psychotherapie verander je niemand. Mensen veranderen zichzelf als de omstandigheden zodanig zijn dat ze spontaan zelf kunnen veranderen.”

Milton H. Erickson (1901-1980)

Misha belt voor een afspraak. Haar stem klinkt zacht en mat. Aarzelend komt ze op gang. Uit haar verhaal blijkt dat ze zich sinds anderhalf jaar nogal lusteloos, moe en somber voelt en weinig zelfvertrouwen heeft. Sinds een paar weken heeft ze ziekteverlof, maar dat heeft haar tot nog toe weinig lucht en energie opgeleverd. Op aanraden van haar vriend Peter heeft ze besloten er wat aan te doen. Ook hun relatie is onder spanning komen te staan. Ze piekert daar vaak over, en wil daarom ook sterker, gelukkiger en onafhankelijker worden, zodat ook hij wat trotser op haar kan zijn. Ze wil daarnaast ook meer plezier in haar werk hebben. Met de opvoeding van hun 4-jarige dochtertje Elise gaat het prima.

Bovenstaand aanmeldingsgesprek klinkt voor de gemiddelde therapeut vrij alledaags. Therapie gaat vaak over het werken aan zelfvertrouwen, assertiviteit, grenzen stellen en bepaalde doelen. Voor de systeemgerichte therapeut echter tekent zich hier al de splitsing af tussen een ‘normaal’ en een systeemgericht therapietraject.

Als de systeemtherapeut vermoedt dat de klachten in stand worden gehouden of versterkt door de partner of andere gezinsleden dan zal hij die erbij proberen te betrekken. Systeemtherapie in het kort betekent dat een therapeut niet alleen de cliënt met zijn individuele klachten en wensen begeleidt, maar ook het systeem (meestal relatie, gezin) waarin de klachten optreden. Omdat de therapeut in ons voorbeeld vermoedt dat Misha’s klachten zich niet alleen op individueel niveau spelen vraagt hij of samen met haar partner naar het eerste gesprek kan komen. Het spreken van een partner en het zien van hun interactie geeft bijna zonder uitzondering heel waardevolle informatie, en de partner kan mogelijk helpen het veranderingsproces van de cliënt te steunen. Al is het maar omdat deze begrip meer krijgt voor de situaties van zijn partner.

Misha ziet het niet zo zitten om haar vriend mee te nemen. Ze wil Peter niet belasten en vind het juist fijn om alles te bespreken zonder dat hij daarbij is. De therapeut dringt echter vriendelijk aan op een gezamenlijk gesprek en stelt haar gerust dat ze in een later stadium alleen kan komen, maar dat het voor een duidelijker beeld van haar situatie en een beter resultaat van de therapiesessies belangrijk is. Misha vind het goed. Nadat ze haar partner heeft ‘overtuigd’ maken ze een afspraak voor het intakegesprek.

Opdracht. Noem een aantal mogelijke voor- en nadelen van het zien van een partner bij een eerste gesprek?

1.1. Achtergrond van systeemtheorie in de psychologische hulpverlening
Uit onvrede over het uitblijven van blijvende resultaten bij bepaalde psychische klachten zochten therapeuten in de jaren 50 van de vorige eeuw naar nieuwe manieren om cliënten te helpen. Sommige therapeuten kwamen erachter dat verandering bij sommige cliënten niet standhield doordat partners of andere gezinsleden niet meededen in het veranderingsproces of dat zelfs saboteerden. Vooral therapeuten die met kinderen werkten moesten dat maar al te vaak constateren. Psychische problemen van kinderen waren vaak het product van de algehele omgang met elkaar binnen het gezin. Het ‘aangemelde’ kind bleek vaak een bliksemafleider van spanningen tussen partners. Bijvoorbeeld omdat de spanningen tussen ouders onderling op het kind werden geprojecteerd.
De algemene systeemtheorie, toen erg in opkomst in andere wetenschappelijke disciplines, bood een fris en geschikt kader om psychologische problemen te begrijpen. Voor het eerst werd het individu en diens sociale omgeving als een eenheid gezien. Het gezin is daarbij meestal de belangrijkste sociale context van de mens: ten eerste omdat binnen het gezin geleerd wordt hoe de werkelijkheid opgevat dient te worden. Ten tweede omdat het gezin een natuurlijke sociale groep is. Systeemtherapeuten zagen dat de resultaten van hun behandelingen duurzamer waren als zij ook partners en gezinsleden ook behandelden. Behalve dat meegekomen gezinsleden en partners meer begrip voor de cliënt ontwikkelden, konden zij elkaar beter steunen. Waar vroeger vooral systeemtherapie bijna uitsluitend toegepast bij aangemelde relatie- of gezinsproblemen wordt het tegenwoordig steeds vaker toegepast bij de aanmelding van individuele klachten. Per situatie en sessie kan worden gekeken of het nuttig is de partner of gezinsleden te laten meekomen.

Omdat er bij gezinsproblematiek vaak veel meer komt kijken dan waar de gemiddelde therapeut voor opgeleid is (zoals seks, opvoeding, scheidingsbemiddeling) beperken we ons dit hoofdstuk tot partnerrelaties en klachten die tot het domein van de therapeut horen. Het doel is om meer inzicht te geven in interactieve en communicatieve processen en te weten hoe je die kunt bijsturen. Een systeemtherapeut is vooral een procesbegeleider.

Voordat we daar dieper op ingaan, eerst wat achtergrondtheorie over systemen. De algemene systeemtheorie heeft een aantal basisprincipes gedestilleerd die we kunnen toepassen op alle levende systemen, dus ook op die van een gezin of liefdesrelatie.

1.2 Eigenschappen van een levend systeem
Een levend systeem, zoals een mierenhoop, een plant of gezin, laat zich goed samenvatten door het gezegde: het geheel is meer dan de som der delen. Omdat een systeem alleen als een onafgescheiden geheel werkt, heeft het eigenschappen die je niet in de delen afzonderlijk kunt terugvinden. Deze eigenschappen worden emergente eigenschappen genoemd. Een auto rijdt pas als de verschillende onderdelen op een bepaalde manier met elkaar samenwerken. Voor levende systemen geldt dit principe des te meer. Een plant zonder aarde gaat snel dood. Als je een levend systeem uit elkaar haalt dan verliest het systeem deze essentiële kenmerken. De beste manier om die kenmerken te leren kennen is het systeem in actieve toestand te observeren, en niet uit elkaar te halen om de losse onderdelen te analyseren. De dynamiek van een relatie is pas zichtbaar als je twee mensen ziet interacteren.

Onderlinge afhankelijkheid: verwacht neveneffecten en bijwerkingen
Verbondenheid van interacterende delen heeft een belangrijke consequentie; als er iets in een gedeelte van een systeem verandert, kun je neveneffecten verwachten. Je kunt in een systeem niet een relatie verbreken of toevoegen zonder dat dit in de in rest van systeem merkbaar is. Het overlijden van een familielid heeft invloed op hoe de andere gezinsleden functioneren; de stemming van een partner heeft invloed op de stemming van de andere partner, enzovoorts.

Verandering en stabiliteit: balancerende versus versterkende feedback
Een levend systeem is altijd in beweging omdat de afzonderlijke delen (gezinsleden, mieren) onophoudelijk op elkaar reageren. Desondanks heeft het een sterke neiging om een soort eigen balans te blijven opzoeken. Deze balans wordt ook wel homeostase genoemd. Een goed voorbeeld hiervan is ons lichaam dat ondanks de continue actie en verandering in het lichaam en daarbuiten de gewenste temperatuur van ongeveer 37 graden Celsius behoudt. Als we oververhit raken, zweten we om af te koelen. Als we afkoelen, bibberen we en krijgen we kippenvel om warmte te behouden.
De homeostase kan gezien worden als een optimale conditie waarnaar een systeem steeds weer opnieuw neigt terug te willen keren. Ook elk liefdesstel heeft een bepaald evenwicht waar zij op functioneren. Je zou het als een compromis kunnen zien waarbij partners over tijd bepaalde gewoonten hebben ontwikkeld en (veelal onuitgesproken) afspraken hebben gemaakt over bijvoorbeeld hoeveel tijd ze met elkaar doorbrengen, wie welke huishoudelijke taken doet, hoe er met wordt geld omgegaan enzovoorts? Een belangrijke achterliggende vraag in elke relatie: wie heeft het eigenlijk voor het zeggen? Het evenwicht in relaties is gezond als partners flexibel met elkaar omgaan en elkaars wensen en behoeften respecteren. Het wordt ongezond als een van beide of beide partners chronisch ontevreden zijn met de ‘regels’ van hun relatie.

Het blijven zoeken naar een evenwicht wordt ook wel balancerende feedback wordt genoemd. Balancerende feedback is belangrijk omdat dat het voortbestaan van het systeem garandeert. Als er binnen een ‘systeem’ iets gebeurt wat er niet in thuishoort dan zal het systeem dat proberen te ondervangen. Zo zal in veel relaties ‘seks met een derde’ niet passen in de normale gang van zaken, maar als het een keer gebeurt dan worden er vaak acties ondernomen om de boel weer te sussen en het oude evenwicht te herstellen. Een tijdelijke koude oorlog, moeilijke gesprekken, heftige ruzies, romantische daden zijn bijvoorbeeld ‘interventies’ van de partners zelf om hun relatie te redden.
Versterkende feedback is feedback die het systeem uit evenwicht brengt. Dat kan in zowel positieve als negatieve zin. In een relatie kan bijvoorbeeld het geven van complimenten leiden tot een positieve spiraal. Een partner begint met het geven van complimenten aan de ander, deze reageert daar op zijn beurt goed op en voelt zich daardoor beter en doet meer leuke dingen voor de ander, waarop de ander steeds meer en oprecht complimenten kan maken, zodat de partner… enzovoorts. Deze groei is niet lineair maar exponentieel van aard. Er bestaat echter niets dat voor altijd groeit. Groei wordt altijd ergens gestopt door de tweede vorm van feedback; balancerende feedback. Op die manier kan een nieuw evenwicht ontstaan: hopelijk een die voor beide partners wenselijker is.

Opdracht. Noem twee voorbeelden van hoe individuele klachten - zoals een gebrek aan assertiviteit of niet kunnen stoppen met piekeren - tot een vicieuze cirkel kunnen leiden in relaties zodat de klachten juist blijven of toenemen?
Opdracht. Geef een voorbeeld uit je eigen leven waarbij een klein incident als een dominospel doorwerkte op de rest van je leven?

2. Hoe klachten in en tussen mensen ontstaan
Geïnspireerd door bovenstaande systeemprincipes hebben een aantal vooraanstaande psychotherapeuten duidelijk beschreven hoe dit soort interacties en circulaire processen tot klachten in en tussen mensen kunnen leiden. In dit deel bespreken we enkele veel voorkomende individuele klachten en relatieproblemen.

2.1 Hoe worden interne moeilijkheden gecreëerd?
Veel individuele en onderlinge problemen ontstaan en worden in stand gehouden doordat mensen (bewust en onbewust) verwachten dat ze zullen optreden. Het gaat daarbij om de werkelijkheidsscheppende macht van angsten, verwachtingen, veronderstellingen of voorspellingen inzake toekomstige gebeurtenissen. Faalangst is een bekend voorbeeld: het is dan de angst die het iemand moeilijk maakt een rijexamen te halen, niet de chauffeursvaardigheden. In relaties gebeurt dit bijvoorbeeld als de angst om een partner kwijt te raken de relatie dusdanig onder druk zet dat het inderdaad gebeurt waar men bang voor is. Moeilijkheden worden vooral een probleem als ze langdurig bestaan en een gewoonte worden. De meest voorkomende manier waarop dat kan gebeuren is als de zogenaamde oplossing juist het probleem vormt. Een aantal manieren waarop dit gebeurt zijn heel precies uitgewerkt door Paul Watzlawick.

Verschrikkelijke vereenvoudiging 

Een manier om moeilijkheden verkeerd aan te pakken bestaat daarin dat iemand doet alsof de moeilijkheden niet bestaan. Het bestaan van de moeilijkheid word geloochend, terwijl er wel een oplossing nodig is. Deze ontkenning heeft in de praktijk vaak twee gevolgen; het inzicht dat er sprake is van een moeilijkheid, laat staan dat er iets aan gedaan moet worden, wordt gezien als boosaardigheid of krankzinnigheid en maakt dat de moeilijkheid zich compliceert tot probleem. Dit zie je soms bij mensen die verslaafd zijn aan drugs. Dat maakt een succesvolle therapie moeilijk. Motivational Interviewing, elders in dit boek besproken, is hiervoor een geschikt hulpmiddel.

Utopiesyndroom
Er wordt geprobeerd een moeilijkheid op te lossen, die ofwel onoplosbaar is of helemaal niet bestaat; daarmee wordt het streven naar een oplossing utopisch. Het op te lossen probleem schuilt in de overtuiging dat de dingen zus en zo zouden moeten zijn en niet in de feitelijke stand van zaken. Het utopiesyndroom kan problematisch worden, als iemand bijvoorbeeld serieus gelooft dat het bereiken van het doel (bijvoorbeeld verlichting, een ideale relatie, een perfect gelukkig leven) voor een probleemloos leven zal zorgen en dat alle mislukte pogingen te wijten aan de persoon zelf (in plaats van aan de haalbaarheid van de utopie) en dat hij harder zal moeten ‘proberen' om het doel te halen. Het kan ook dat het hebben van een utopie tot uitstelgedrag leidt om aan de huidige situatie niets te doen. Het doel ligt veilig in de toekomst en het vergt veel voorbereiding om daar te komen. Een andere variant is als iemand zich in het bezit van de waarheid waant en de andere mensen als struikelblok of vijanden van de utopische ideeën beginnen te worden. Wie zijn leven utopisch probeert te ordenen en bij deze poging faalt, zal dat niet snel toe schrijven aan de absurditeit van zijn premissen, maar aan zichzelf of de omgeving.

Paradoxen
Dit zijn de zogenaamde vicieuze cirkels. Zij komen het meest voor van de drie problemen die Watzlawick beschreef. Er wordt een verkeerde oplossing ondernomen en zo een Spel zonder Einde begonnen waarbij tegenstrijdige krachten het spel in stand houden. Dit gebeurt bijvoorbeeld als een toestand gewenst en nagestreefd wordt, die alleen spontaan kan ontstaan (slaap, erectie, vreugde, een leuke indruk tijdens een date, een ontspannen sfeer).
Een herkenbaar voorbeeld is slapeloosheid, waarbij de persoon die niet spontaan in slaap komt, zichzelf keurip op tijd in bed dwingt om erachter te komen dat hij enkele uren later nog naar het plafond staart. De focus om in slaap te vallen, houdt de persoon juist wakker en hoe meer moeite wordt gedaan, hoe minder snel de slaap intreedt. De bekendste en meest vervelende vorm waarin deze paradox echter voorkomt is angst voor de angst. Waarin mensen in bepaalde situaties angstig proberen te vermijden angstig te worden. Hoe meer iemand het wil vermijden, hoe heviger de angst juist wordt, tot het punt dat het een paniekaanval wordt.

2.2 Vicieuze cirkels in relaties
Partners hebben verschillende behoeften, communicatiestijlen en problemen. De belangrijkste manier om hierin tot elkaar te komen is de uitwisseling van hun gedachten daarover. Het gedrag van de ene partner heeft gevolgen voor het gedrag van de ander, en dat heeft ook weer gevolgen voor de reactie van de eerste partner. Zonder een beetje inzicht in deze wisselwerking ontstaan er als snel misverstanden.

2.2.1 Symmetrische, complementaire en parallelle relaties
Een groep onderzoekers in Palo Alto, Californië, probeerde de communicatie met wiskundige precisie te ontleden. De wiskunde steunt op axioma's, die de kern van de wiskunde vormen. Zo wilden ze uitzoeken wat de kern van communicatie was, ofwel wat de axioma's zijn van de communicatie. Onder leiding van Watzlawick kwam men tot vijf axioma's die beschreven zijn in hoofdstuk 7 van Praktische Gespreksvoering (Donders, Boom 2007). Virginia Satir ging met behulp van die theorie kijken naar gezinssystemen. Anderen zochten verder naar de communicatie tussen mensen of groepen van mensen. Belangrijk voor hen was het vijfde axioma van Watzlawick: elke communicatie verloopt ofwel symmetrisch (gelijk) ofwel complementair (aanvullend), al naar gelang ze gebaseerd is op gelijkheid of verschil.
Vanaf het ogenblik dat je twee mensen bij elkaar hebt, is hun interactie ofwel symmetrisch ofwel complementair. Symmetrisch betekent dat de gedragspatronen als het ware een spiegelbeeld van elkaar zijn; de relatie bestaat op basis van gelijkheid. Complementair daarentegen, wil zeggen dat men streeft naar aanvulling van elkaar; de relatie bestaat op basis van verschillen. In elke relatie draait het (bewust of onbewust) steeds om de vraag om wie de spelregels van de relatie bepaalt.

Bij symmetrische communicatie zijn mensen aan elkaar gelijk. Ze willen niet onderdoen voor elkaar. Als het goed gaat, mondt dat uit in wederzijds respect. Als het uit de hand loopt, gaan mensen tegen elkaar opbieden en wedijveren ze met elkaar. Dat kan escaleren. Als men begint te concurreren met de ander kan dit uitmonden in een steeds verder escalerende machtsstrijd.
In complementaire communicatie wordt een patroon van tegengestelde gedragingen gevormd die bij elkaar passen en in elkaar grijpen. De een onderwijst, en de ander ontvangt onderricht, de een beurt op en de ander gedraagt zich neerslachtig, de een verzorgt en de ander laat zich verzorgen enzovoorts. In complementaire kan de verhouding steeds extremer worden. De zwakke gedraagt zich steeds zwakker en de dominante gedraagt zichzelf steeds dominanter.

In systeemtherapie wordt getracht cliënten meer complexiteit in hun onderlinge reacties aan te brengen zodat er beter evenwicht kan ontstaan. Voornamelijk door duidelijker en volwassener met elkaar te communiceren. Wanneer symmetrie en complementariteit elkaar afwisselen, dan is er de mogelijkheid van een meer harmonieuze relatie waarin de partners elkaar wederzijds kunnen respecteren en vertouwen. Als symmetrische en complementaire betrekkingspatronen in ‘evenwicht’ zijn, spreken we van parallelle communicatie.

2.2.2. Veelvoorkomende vicieuze cirkels in relaties

Affectieve problemen: verschillende behoeften en twijfels over de relatie
Mensen met relationele problemen zien vaak niet meer de positieve kanten van hun partner of situatie en uiten zich vooral nog op bijbehorende negatieve, verwijtende manier. Dit zorgt ervoor dat de partner zich juist voelt aangevallen en hetzelfde negatieve, verwijtende toontje aanslaat (symmetrisch) of zich juist terugtrekt en steeds passiever wordt (complementair). In sommige gevallen wordt zelfs aan de hele relatie getwijfeld: wordt het tijd om uit elkaar te gaan?
Veelal komen mensen in relatietherapie (lees: systeemtherapie) omdat hun relatie emotioneel scheef is gegroeid. Een partner twijfelt, de ander niet. Een partner wil vaak samen zijn, de ander wat minder. De een wil dagelijks seks, de ander een keer in de maand. Het probleem bij deze verschil in behoeften is dat dit de kloof tussen partners snel kan vergroten. Er is vaak een vicieuze cirkel in het spel: hoe meer de een trekt aan de ander, hoe meer de andere partner juist afstand neemt. Op die manier kan een klein verschil in seksuele behoefte een kloof worden. De ene partner maakt zich bijvoorbeeld seksueel steeds onaantrekkelijker en ongewenster door bij elke knuffel krampachtig aan te sturen op seks.

De vicieuze cirkel van twijfel en onzekerheid
Twijfel in relaties is een moeilijk en ongrijpbaar ding. Het is geen wiskunde. De twijfelaar weet soms niet precies waarover hij twijfelt en andere gevoelens, zoals schuldgevoel of wrok, kunnen de twijfel nog verder kleuren. Ook het zelfvertrouwen van de andere partij wordt op de proef gesteld en kan voor een verstoorde vicieuze cirkel zorgen, waarbij het lijdend voorwerp van de twijfel alsmaar onzekerder wordt (en daardoor helaas meestal ook onaantrekkelijker voor de twijfelaar) die daardoor nog meer kan gaan twijfelen. En dat maakt de eerste weer onzekerder, enzovoorts. Als een partner twijfelt kun de ander de logische neiging voelen om dit gebrek aan controle te compenseren door te 'trekken' aan de ander, continu vragen 'waarom' deze twijfelt, herhalen hoeveel verdriet het je wel niet doet enzovoorts. Het zijn allemaal goede manieren om de partner onder druk te zetten en verder van zich af te duwen.
Een therapeut maakt deze vicieuze cirkels bespreekbaar en probeert ze te doorbreken door zowel direct als indirect in te grijpen in deze interactieketen. Indirect door bepaalde opdrachten te geven die we in XXX bespreken, en direct door cliënten te leren anders met elkaar te communiceren. Voor de therapeut is een belangrijke functie weggelegd in het blootleggen van verlammende communicatie en te oefenen met alternatieven. Een rollenspel, waarbij de therapeut de cliënten laat onderhandelen over iets wat voor hen belangrijk is, kan daarbij uitkomst bieden. In de volgende paragraaf worden enkele linke communicatiegewoonten besproken, tezamen met alternatieven om het anders te doen.

Opdracht. Bespreek in tweetallen hoe twee verschillende relatiebehoeften tot een vicieuze cirkel kunnen leiden waardoor de kloof tussen partners zich juist vergroot?
Opdracht. Brainstorm daarna over twee verschillende oplossingen? Hoe zouden jullie dat als therapeut aanpakken?

2.3. Vicieuze communicatiepatronen
Veel van bovenstaande behoefteverschillen worden versterkt door de specifieke manier waarop mensen met elkaar praten en ‘onderhandelen’. Terwijl goede communicatiegewoonten voor opheldering, vertrouwen en meer intimiteit zou kunnen zorgen, maken ‘slechte’ communicatiegewoonten het juist erger. Het schijnt dat de meeste mensen zo'n 60.000 woorden in hun vocabulaire hebben en die gebruiken ze, bij nadere beschouwing, vaak op een nogal willekeurige, slordige, dwingende of indirecte manier. Dat zorgt in veel gevallen dat behoefteverschillen tot serieuze vicieuze patronen leiden. We zullen er in dit hoofdstuk enkele bespreken.

In problematische relaties voelen beide partners zich vaak tekortgedaan. ‘Mijn partner is immers de oorzaak van onze problemen’, denken ze beide. Hierom zullen ze vaak niet eens meer vragen wat ze van hun partner verwachten, ze ‘weten’ dat het toch niet komt. Hun ongenoegen naar elkaar uiten is wat rest. Het resultaat van de stroom aan verwijten wordt ook wel interpunctieproblematiek of machtstrijd genoemd. Die ontstaat als twee ontevreden partners het idee hebben dat zij pas iets positiefs voor hun partner hoeven doen als hun partner eerst iets aardigs doet. In de praktijk betekent dat meestal ‘lang en tevergeefs wachten’. Op een gegeven moment wordt het eigen gelijk belangrijker is dan de harmonie in de relatie. Daardoor ontstaat toenemende ergernis, vaak herkenbaar aan de toenemende lulligheid van de ruzies die daarbij horen.

Als partnerlief verandert zullen zij het misschien ook overwegen. Het is een verkeerde gedachte: als zijzelf veranderen, verandert hun partner mogelijk mee. De therapeut doet er goed aan cliënten te wijzen op onderstaande communicatieregels.

Als ze (weer) met of zonder begeleiding van een therapeut op een positieve, stimulerende manier leren aangeven wat ze van elkaar verwachten (in plaats van wat ze niet willen) bereiken ze over het algemeen veel meer. Dit kan in veel gevallen een ommekeer in de relatie betekenen.

2.3.1 De eindeloze verwijtenspiraal: Machtstrijd
In de praktijkkamer kun je regelmatig stellen tegenkomen die vooral nog op klagende, verwijtende toon tegen elkaar praten. "Jij doet toch nooit de afwas, daarom doe ik het maar." "Ik kan me niet eens herinneren wanneer jij eens je best voor me deed?" Het gevolg van een verwijtende toon is dat de andere partner vaak ook in verwijtende termen gaat communiceren of zijn eigen gedrag rechtvaardigt ("Als ik het doe is het toch nooit goed. Ik probeer het maar niet eens meer."), de relatie op andere manieren saboteert, of de verwijten wel inwilligt, maar niet van harte.
Verwijten is meestal het begin van een vicieuze cirkel. Het gevolg: twee teleurgestelde partners die tevergeefs wachten tot hun partner de eerste stap zet om weer tot elkaar te komen.

Uit kritiek als een wens, niet als verwijtende klacht
Een echte vraag maakt het voor de ander veel aantrekkelijker leuk te reageren.
Don’t: ‘Je doet veel leukere dingen met je vrienden!' of ‘Moet het altijd zo’n zooi zijn als ik even weg ben.’
Do: ‘Vind je het leuk om vrijdag samen naar het strand te gaan?’ of ‘Ik heb het vandaag druk, zou jij alsjeblieft de afwas kunnen doen?’

Stel geen vragen die eigenlijk beschuldigingen zijn
Sommige vragen zijn stiekem een verwijt.
Liever niet: ‘Vind je het normaal mij met deze afwas te laten zitten?’
Beter klinkt: ‘Doe jij dan morgen de afwas?’

Misbruik het verleden niet
Het is heel logisch met oude koeien te smijten als je iets niet vertrouwt omdat het eerder al misging. Het gevaar lonkt echter dat je al snel ruzie krijgt over iets wat helemaal niet meer aan de orde is.
Liever niet: ‘Ja, net als vorig jaar zeker. Toen zei je ook dat je het zou doen, maar op het laatste moment ging je windsurfen.’
Wel doen: ‘Oké, fijn dat je het wilt doen, kan ik er echt van op aan, ook als er plotseling een lekker surfwindje staat?’

Vermijd etiketten en woorden als ‘altijd’, ‘niets’ en ‘nooit’
Etiketten en veroordelingen for life saboteren de mogelijkheid van de partner om positief te reageren en te veranderen. Ze werken als een zelfvervullende profetie.
Don’t: ‘Jij bent aartslui net als je vader, ik ga zelf wel weer. Aan jou heb ik niets.’
Do: ‘ Ik baal ervan dat dat je je niet aan de afspraak hebt gehouden! Wat doen we nu?’

Pas op met de wees-spontaan-paradox
De wees-spontaan-paradox bestaat uit het veelgebruikte, onbedoelde commando van mensen om bijvoorbeeld hun partner of kind iets te laten voelen dat alleen maar spontaan kan opkomen. Vaak verwacht iemand dat de ander iets doet en dat ook nog zou moeten willen. Het klinkt vaak als volgt:
Ik ben degene die altijd praat, jij moet echt meer uit jezelf vertellen.
Ik wil dat je vaker belt, maar wel omdat je het echt wilt.
Waarom toon je niet eens wat vaker initiatief?
Je moet mij vaker tegenspreken.
Er zijn genoeg mannen die graag met mij zouden vrijen: ik verwacht dat ook van jou.
Je moet blij zijn dat ik dit voor je doe.

Als deze uitspraken vaker in een relatie terugkeren dan werken ze paradoxaal. Vaak worden ze letterlijk zo uitgesproken, soms zijn ze meer impliciet en heeft een partner niet door dat hij een ‘onmogelijke’ eis stelt. Het zijn in alle gevallen (onbewust) commando’s die verlammend werken en het tegenovergestelde tot gevolg hebben. Iemand zal zich gedwongen voelen om op commando spontaan, sexy of gezellig te zijn. Zo werkt het in de praktijk niet. Het heeft meer effect iemand te stimuleren meer te laten praten door zelf iets te zeggen, of een leuke vraag te stellen. Of zelf voor een leuke sfeer te zorgen.
Een voorbeeld uit de praktijk: een vrouw bekritiseerde haar man ervan dat hij haar nooit tegengas gaf en nooit boos op haar werd. Dit irriteerde haar en zij vroeg haar man regelmatig om eens tegen haar uit te vallen. Haar nadrukkelijk uitgesproken wens verlamde de man eerder dan hij op ‘commando’ boos kon worden. Boos en rebels zijn en is dan geen boos-zijn meer, maar gehoorzaamheid aan zijn vrouw.

2.3.2. Vermijdende, indirecte communicatie en sabotage: leer assertiever worden
Als een partner zich niet op z’n gemak of veilig voelt binnen een relatie is scheefgroei onvermijdelijk. De ander zal zich mogelijk eerder willen terugtrekken en minder delen met zo’n partner, vaak met het gevolg dat de meer assertieve of dwingende partner nog meer reden ziet om verongelijkt of ontevreden te zijn. ‘Waarom zei je niet dat je weer naar de sportclub gaat, dan had ik ook wat leuks gepland?” Het is voor veel mensen lastig voor zichzelf op te komen als ze een mee dominante of principiële partner hebben. Vooral als iemand zelf wat zachtaardiger en flexibeler is. We zien dit ook bij Misha en Peter. Zo iemand zal misschien de neiging hebben meer ‘stiekem’ toch te doen waar hij recht op of zin in heeft door de wensen van de partner te saboteren. Op zo’n manier dat de partner hem niet kan beschuldigen. Iemand 'vergeet' dingen te doen in plaats van er eerlijk voor uit te komen dat ie er geen zin in heeft of iets beter te doen heeft. Of de hoofdpijn speelt weer op. Of iemand moet zogenaamd overwerken. Ook dit werkt een vicieuze cirkel van irritatie teweeg. Om dit te voorkomen is het goed te leren eigen verlangens te verwoorden en wat assertiever te worden. Bij uitstek het domein van de therapeut.

Spreek voor jezelf
Vermom eigen wensen niet door te doen alsof ze van een ander zijn, of dat het algemeenheden zijn. Dat lokt onnodig een discussie uit waar niemand wat aan heeft. Door stelselmatig de persoonsvormen ‘ik vind’ en ‘ik wil’ te gebruiken doen cliënten zichzelf en hun relatie heel veel goeds. Hoe minder iemand zich verschuilt achter indirect, verhullend taalgebruik, hoe vruchtbaarder het gesprek. Het is voor de partner makkelijker om positief en duidelijk te reageren.
Liever niet: ‘Het is voor je eigen bestwil om minder te drinken. Mijn moeder zei laatst ook dat je er slecht uitzag.’
Beter klinkt: ‘Ik zou graag willen dat je iets minder drinkt als we samen uit zijn. Ik vind je dan echt vervelend doen en die humeurige katers van jou geven mij ook hoofdpijn.’

Vermijd de omdraaitruc
Wat voor jou geldt hoeft niet voor de ander te gelden. Een veelgebruikte truc is zaken om te draaien a la: ‘Jij mag van mij toch ook altijd een avondje doorzakken zonder het te laten weten.’ Dat is niet relevant.
Liever: ‘Sorry schat, de borrel liep wat uit, volgende keer zal ik even bellen als ik later kom.’

2.3.3. Niet corrigeren van misverstanden
Veel ruzies en misverstanden ontstaan ook doordat partners ervan uitgaan dat ze heus weten wat de ander bedoelt. Als een therapeut dit specifiek afzonderlijk bij de cliënten navraagt dan blijkt vaak dat dat helemaal niet klopt. Veel mensen verwarren het woord met het ding. Als twee partners dezelfde woorden gebruiken - bijvoorbeeld ‘liefde’ of ‘eerlijk zijn’ - dan betekent het niet dat die mensen ook hetzelfde bedoelen. Ook al denkt iemand partner goed kent: onbevooroordeeld luisteren en doorvragen is beter voor hun contact. Op die manier corrigeren ze elkaar in de communicatie en komen ze meer tot elkaar. Wat bedoelt de partner eigenlijk met liefhebben, eerlijk zijn, snel afspreken, serieus genomen worden, een opgeruimd huis, enzovoort? Hebben ze het wel over hetzelfde?

Luisteren en goede vragen stellen
Communicatie bestaat zowel aan de inhoud van de boodschap (verbaal) als de manier waarop boodschappen worden gebracht (non-verbaal). Tegenstrijdigheden in de inhoud en de manier waarop het gebracht wordt zorgen ook vaak voor verwarring. Iemand kan inhoudelijk de ‘juiste’ dingen zeggen: ‘Ik houd zielsveel van je.’ Maar als dat met een stalen gezicht gebeurt, dan zal de toehoorder dat waarschijnlijk terecht niet vertrouwen en voor misverstanden en discussies zorgen. ‘Je houdt niet van me, ik zie het toch.’Partners die niet af en toe om opheldering vragen, maar bijvoorbeeld wel sterk reageren op wat zij denken dat er ‘echt’ gezegd wordt raken al snel verstrikt in rare lussen.
Verreweg de meeste misverstanden hebben er echter mee te maken dat iemand niet goed luistert (en vaak wel veel praat). Open vragen zijn belangrijk omdat ze de toehoorder niet in een hoek drukken en het gesprek de kans geeft zich vrijelijk te ontwikkelen. Je maakt al snel een valse start als je niet een beetje fris en alert het gesprek in gaat. Door elkaar niet steeds in de rede te vallen wordt het gemakkelijker op een gestructureerde manier te praten. Bovendien geef je de ander het gevoel dat je hem of haar serieus neemt, waardoor de kans groter is dat deze hetzelfde doet.

Wees concreet en houd het kort en relevant
Misverstanden en ergernissen ontstaan vaak door een vage of breedsprakige manier van praten. Een lang verhaal over zaken die er maar indirect mee te maken hebben maakt dat de ander niet goed weet wat er nou verwacht wordt.
Niet: ‘Nou ja, misschien dat het wel leuk zou zijn als het huis morgen geschilderd zou zijn, want ik was laatst bij Ria en dat zag er zo leuk uit en toen was ik bij de Praxis en dacht… bla bla. ’
Wel: ‘Ik weet dat het niet echt nodig is, maar ik heb gisteren verf gekocht en zou heel blij worden als je me morgen kan helpen met schilderen. Wat denk je ervan?’

Lees geen gedachten, vraag het gewoon
Veel mensen denken onterecht dat ze precies weten wat de ander denkt. Zelfs al zijn ze gezegend met mensenkennis en intuïtie, het zorgt niet voor een goede sfeer. Een partner voelt zich dan al snel betutteld.
Nee: ‘Oh jee, je bent weer chagrijnig: dat wordt een leuke avond dan!’
Ja: ‘Je kijkt niet echt vrolijk. Klopt dat? Hoe was het op je werk vandaag?’

Ga er niet vanuit dat je partner weet wat jij wilt of nodig hebt
In het verlengde van bovenstaande voorbeeld: sommige mensen doen mopperend klusjes waarvan ze vinden dat hun partner die had kunnen doen. Zonder het hun partner te vragen doen ze het zelf omdat ‘vragen al bijna net zoveel moeite is als zelf doen.’ Of gevaarlijker: ‘Ik vraag het maar niet, want hij zou het gewoon uit zichzelf moeten doen.’ Als partners dit lang doen worden ze steeds bozer en teleurgestelder. Ze zullen het hun partner verwijten, maar eigenlijk hebben ze het ook aan zichzelf te danken. Misschien kan je partner inderdaad wat attenter worden, maar als jij niet vraagt of aangeeft wat je nodig hebt, dan geef je je partner geen eerlijke kans.

2.3.4. Een gebrek aan verzoenende communicatie: de kracht van 'sorry'
Het oppotten van heftige emoties is allesbehalve gezond, en er niks mis met een goede ruzie op zijn tijd. Conflicten zijn soms broodnodig om uit te praten wat iemand stoort aan een partner. Ga je die uit de weg, dan zal dat jullie vertrouwen in elkaar en de intimiteit niet ten goede komen. Uit onderzoek blijkt dat de hoeveelheid ruzie die partners hebben geen voorspeller is van hoe goed of duurzaam een relatie is. De manier waarop mensen het onderling weten op te lossen is echter wel een goede predictor. Uit onderzoek blijkt dat partners die elkaar adempauzes geven en niet bang zijn omwille van de harmonie hun gelijk op te willen geven veel minder kans hebben om uit elkaar te gaan, dan stellen die de koude oorlog proberen vol te houden. De laatstgenoemden hadden ook vaker gezondheidsproblemen. De spanning eist duidelijk zijn tol op zowel de relatie als op het eigen functioneren.
Wanneer stellen elkaar geen mogelijkheid geven om te ontspannen, en er de hele tijd een dreigende sfeer bestaat dan is het tijd voor meer drastische maatregelen. Veel mannen van wie verweten wordt dat het ze ‘geen bal interesseert’ of dat ze ‘koud, kil en afstandelijk’ laten bij nadere beschouwing een heel ander plaatje zien als je hun hartslag meet. Hun ‘afgestompte’ houding, of de ‘muur’ die ze hebben opgebouwd is een heel logische reactie op de schijnbaar niet aflatende dreiging die ze voelen binnen de relatie. Bij stellen die hun problemen niet weten op te lossen en geen momenten van rust en veiligheid inbouwen is de ‘kille muur’ het enige toevluchtsoord.
Wat sommige partners als een nederlaag zien, zien de meeste relatietherapeuten als een triomf. Een oprecht excuses en erkenning voor het eigen aandeel in de ruzie of conflict. Dit zorgt vaak voor de ommekeer. Misschien niet direct, maar uiteindelijk meestal wel. Het is eerder een kracht dan een zwaktebod. Uiteraard moet het niet als een truc of conflictvermijdend instrument worden ingezet, zoals wanneer je niet durft te zeggen wat je van een verwacht. Want dan houd het juist de conflicten op de lange termijn in stand.

Opdracht. Welke valkuilen in de communicatie herken je bij Misha en Peter?

Opdracht. Welke valkuilen herken je in je eigen communicatie met een belangrijke ander? Wat zou je kunnen doen om daar in de toekomst beter mee om te kunnen gaan?

3. De intake: een goede voorbereiding is het halve werk
In de vorige paragrafen hebben we verschillende manieren besproken waarop mensen (met zichzelf of anderen) in de problemen kunnen ‘draaien’. Communicatie bleek daarin een belangrijke sleutel. In de komende twee paragrafen bespreken we hoe een therapeut deze moeilijkheden kan duiden en aanpakken. We zullen het voorbeeld van Misha en Peter gebruiken om een en ander te illustreren. We maken onderscheid tussen de taxatiefase en de interventiefase. In de praktijk is het onderscheid niet altijd helder en lopen deze fasen vaak door elkaar.
In elk geval is een goede voorbereiding het halve werk. Dit geldt zonder twijfel voor een succesvol therapiestraject. We besteden daarom flink wat aandacht aan de intake.
Misschien is het je al opgevallen: de vraag ‘wat houdt cliënten in het hier en nu tegen om klachtenvrij en gelukkig te zijn?’ vindt de systeemtherapeut daarbij belangrijker dan de vraag ‘waar komen de probleem precies vandaan?’ De eerste vraag opent de deur van de kamer waar de oplossingen en mogelijkheden zich bevinden. Oplettende lezers zullen er de oplossingsgerichte aanpak in terug lezen. Graven in iemands verleden zal daarom niet snel de hoofdrol krijgen, tenzij het verleden duidelijke littekens (bijvoorbeeld in de vorm van een trauma of andere onverwerkte ervaringen) heeft achtergelaten.

3.1. Maak onderscheid tussen individuele en interactionele klachten
Voordat een therapeut een individu, stelletje of gezin kan helpen moet hij goed weten hoe de problemen in het hier en nu in stand worden gehouden. Niet alleen op individueel niveau, maar ook interactioneel (tussen partners). Hierom wordt vaak de partner (en eventueel andere direct betrokkenen zoals kinderen, zakenpartner) bij de intake betrokken.
Het is in deze belangrijke fase goed door te vragen als cliënten in vage bewoordingen over hun klachten praten. Door heel concreet te vragen naar hoe vaak en wanneer klachten, ruzies, spanningen, huilbuien, alcoholgebruik, enzovoorts plaatsvinden krijgt niet alleen de therapeut een duidelijk beeld ook de cliënten. Vaak hebben cliënten daar helemaal niet zo goed bij stil gestaan. Zoals we later zullen zien is het concretiseren een belangrijke voorbereiden om klachten daadwerkelijk aan te pakken.
Met het stellen van slimme vragen (die elders in dit boek genoeg aan bod zijn gekomen) kom je een heel eind. Maar met het observeren van de interactie tussen partners tijdens het gesprek nog veel verder. Drie hoofdvragen die de therapeut gedurende de intake in zijn achterhoofd dient te houden zijn:

1. Welke verschillende individuele (bijvoorbeeld somberheid, slechte gezondheid) en gezamenlijke klachten (geld, relatieproblemen) spelen een rol?
- Wanneer zijn de klachten ontstaan? Was er een duidelijk aanwijsbare oorzaak?
- Wanneer, hoe vaak en in welke situatie ontstaan de klachten nu? Hoe serieus? Wanneer gebeurt het niet?

2. Welke klachten worden versterkt of veroorzaakt door de interactie met de partner (of het gezin)?
- Hoe communiceren partners? Is er een duidelijke wisselwerking of vicieuze cirkel aan het werk?
- Hoe gaan de partners om met de klachten van de ander?
- Hebben de klachten een functie in dit systeem?
- Hoe gaan de cliënten nu met de klachten om? En heeft dat een positief dan wel een averechts effect?
De laatste vraag voorkomt dat de therapeut een herhaling van zetten maakt.

3.Wanneer en waarmee zijn de cliënten wel tevreden?
-Wat verwachten de cliënten afzonderlijk van de therapeut?
-Hoe zouden cliënten willen dat hun partner hen zou steunen?
-Wondervraag: hoe zouden de cliënten zich voelen/weten wanneer het wel goed is?

Wat vinden Misha en Peter dat er mis is?
Tijdens de intake zit Misha een tikkeltje nerveus naast Peter. Nadat de thee is ingeschonken vraagt de therapeut wat hij voor hen kan doen. Peter neemt direct het woord. Een kwartier lang uit hij z'n zorgen over Misha. Hij voelt langzamerhand dat hij niet een, maar twee dochters moet opvoeden. Dingen die hij vraagt over het huishouden doet ze niet, en ze heeft daarvoor altijd wel een excuus. Hij noemt een waslijst aan dingen die hij anders wil. Hij zou graag zien dat ze meer hobby's heeft, vriendinnen zoekt, niet meer zeurt over haar werk, stopt met roken en vaker het initiatief neemt in het huishouden. Hij wil dat ze weer die 'sterke frisse vrouw die trots op zichzelf is' wordt. De vrouw waar hij verliefd op werd. Hij heeft voor zichzelf beslist dat als zij niet verandert hij met de relatie wil stoppen. De therapeut vraagt Misha te reageren. Ze is erg aangedaan en begint te huilen, verontschuldigt zich en zegt dat ze al heel lang niet lekker in haar vel zit. Misha spreekt aarzelend. In samenspraak met de bedrijfsarts zit ze tijdelijk thuis vanwege de spanningen die samengaan met fysieke klachten. Moeheid, buikpijn en last van haar schouders. Ze mist haar collega's, maar niet het werk zelf ( administratie) en haar dominante bazin. Maar thuis wordt ze ook gespannen, waardoor ze niet goed oplaadt. Ze voelt de druk van Peter als een steeds donker wordende wolk boven haar samenpakken en wordt radeloos als hij haar weer belerend toespreekt. Ze heeft af en toe last van ademnood en is angstig als ze over de toekomst nadenkt. Ze voelt zich dan eenzaam en machteloos.

Hoe uiten zich de klachten van Misha en Peter concreet?
In het geval van Misha en Peter blijkt dat ze dagelijks een beetje kibbelen, meestal over huishoudelijke zaken, waarna Misha de kamer uitloopt of snel doet wat Peter van haar vraagt. Soms doet Peter het zelfs. Slechts af en toe echt hebben echt woorden. Volgens beiden zo’n 1 keer per week. Misha gaat dan meestal naar en vriendin die in de buurt woont. Hun ruzies hebben meer weg van een tijdelijke koude oorlog (van enkele uren) dan echt gevaarlijke situaties. Zowel Peter als Misha zijn niet agressief. Ook schelden komt weinig voor. Ze vallen hun dochtertje niet lastig met hun spanningen en wanneer zij uit de crèche komt doen ze gewoon normaal tegen elkaar en lief tegen Elise.

Wat vinden ze zelf dat er moet gebeuren?
In dit geval is het Misha die als het 'hoofdprobleem' wordt gezien. Beiden vinden dat zij aan haar zelfbeeld, energie en gedrag werken. Als zij mentaal sterker is dan komt alles misschien weer goed. Twee eerdere therapeuten, een bevriende helderziende, een assertiviteitstraining en de suggesties van Peter hebben uiteindelijk niet geholpen. Het zou voor veel therapeutes in de praktijk aannemelijk lijken om Misha's klachten centraal te stellen, Peter naar huis te sturen en vooral te werken aan Misha's fragiele zelfbeeld en gebrekkige weerbaarheid. Voor een systeemtherapeut is dat te eenzijdig. Hij ziet weliswaar individueel werk aan de winkel voor Misha (werken aan zelfvertrouwen, assertiviteit, het oppakken van activiteiten die haar plezier geven en een plan voor op het werk maken), maar hij ziet ook dat Peters goedbedoelde, maar dwingende reacties op Misha averechts en saboterend werken. De therapeut vermoedt dat Peters gedrag Misha juist klein houdt en dat Misha juist goed zou kunnen 'oefenen' met Peter om weerbaarder en assertiever te worden. Meer assertiviteit ten opzichte van Peter kan ze ook gebruiken op het werk of met andere mensen. Haar depressieve klachten, wankele zelfvertrouwen en gebrek aan energie en zin lijken veel te maken te hebben met hoe zij met haar omgeving communiceert. Zij doet onderdanig mee met wat er van haar omgeving verwacht wordt. Haar eigen inbreng vertrouwt ze niet en relativeert ze. Ze vind dat haar mening er niet toe doet. De therapeut anticipeert dat als zij dit communicatieaspect (in samenhang bv met een oefening om zelfvertrouwen te vergroten) met Peter oefent, zij ook op andere gebieden krachtiger word.

Hoe grijpen het gedrag van Misha en Peter op elkaar in?
Misha zit volgens eigen zeggen nu op een dieptepunt. Duidelijk in hun interactie is dat Peter Misha constant verbetert en haar inderdaad als onzelfstandig kind behandelt. Peter is verbaal een stuk sneller en sterker dan Misha. Zij heeft meer tijd nodig om te antwoorden en Peter vult haar vaak aan. Misha laat het daarbij, ze is het gewend. Alle oplossingen of suggesties die mevrouw aandraagt worden door meneer van tafel geveegd met opmerkingen als: 'Dat doe je toch niet, dat weet je best.' of 'Ah geloof je het zelf.' Niet bepaald een stimulerende omgeving om zelfvertrouwen te krijgen en aan je klachten te werken. Peter saboteert zonder kwaadwil elke poging van Misha om iets te doen.
Misha's klachten worden verergerd doordat zij constant bang is Peter te zullen verliezen. Ze piekert er over. De vicieuze cirkel zit hem daarin dat zij daardoor niet echt oplaadt en daardoor ook niet aan haar klachten kan werken. Als zij wat meer rust in de relatie zou hebben zo ze misschien ook met meer energie haar andere zelfgestelde doelen te bereiken. Omdat zij Peter niet wil verliezen en niet goed durft te zeggen hoe zij de dingen wil geeft ze Peter gelijk, maar doet ze onderwijl niet wat hij vraagt, meestal met een excuus over dat ze moe was, of dat er iets anders tussenkwam. Peter reageert hierop steeds geïrriteerder en verwijtender. Iets waardoor Misha nog verder in haar schulp kruipt enzovoorts. Peter heeft het gevoel er bovenop te moeten zitten omdat jij bang is dat anders Misha's klachten juist erger worden. Hij heeft voor zichzelf bepaald dat als zij niet verandert hij wil stoppen. Iets wat voor Misha’s gepieker nog verder vergroot.

Wat hopen Misha en Peter afzonderlijk dat er verandert? En hoe kunnen ze elkaar steunen?
Met enige moeite, gestimuleerd door de therapeut komt Misha met haar wensen. Ze wil zelf weer haar agenda bepalen, maar door een gebrek aan zelfvertrouwen, initiatief en assertiviteit verwaarloost ze haar verlangens. Aan al die punten wil ze werken. Mischa voelt zich ‘klein en onnozel’ naast de 'snelle intelligentie' van Peter: 'Hij weet veel meer dan ik, doet altijd alles zoals het hoort en dat maakt me heel onzeker. Ik krijg niet de kans om het op mijn manier uit te zoeken. Ik zou geloof ik wel wat meer vrijheid willen om de dingen om mijn eigen manier te doen. ‘Ook al is dat minder slim dan hoe Peter dat zou doen.’

Na doorvragen (concretiseren) komt ze met duidelijke voorbeelden waarbij ze dingen doet voor Peter waar ze eigenlijk niet zo'n zin in heeft. Ze begint weer te huilen. In eigen woorden: 'Ik schrik ervan hoeveel ik eigenlijk tegen mijn zin in doe, alleen omdat ik denk dat Peter het beter weet en hem niet wil verliezen. Ik heb constant die spanning dat hij me zal verlaten.' Ook Peter is nu aangedaan. En goed moment om te vragen hoe Peter erover denkt. Met minder zekerheid en kracht in zijn stem uit hij zijn ongenoegen: 'Nu voel ik me net een dictator. Maar ik vraag het toch altijd? En jij laat mij altijd beslissen.'
Op aandringen van de therapeut geeft Peter aan wat Misha zou kunnen doen om hem te helpen. En een meer gelijkwaardige relatie te hebben. Behalve dat hij wil dat Misha gewoon weer gelukkig wordt zou hij in hun relatie graag zien dat Misha vaker zou aangeven wat zij dan zou willen. Hij is eraan gewend geraakt om alles maar te bepalen. Misha ook. Peter heeft naast de ‘perikelen met Misha’ niks te klagen al zou hij vaker zijn hobby’s uitoefenen dan hij nu doet omdat hij er niet op vertrouwt dat Misha het huishouden goed doet.

Opdracht. Maak onderscheid tussen individuele klachten van zowel Misha en Peter en de interactionele klachten. (Op welke manieren houden Misha en Peters elkaars gedrag in stand? Wat is de oplossing van Peter? Wat is de oplossing van Misha? Waarom werken beide oplossingen niet?)

3.2. Plaats de klachten in werkbaar, positief en interactief kader
Zoals we in deel 2 hebben gezien ontstaan psychologische klachten vaak door een eenzijdige (individueel gerichte of negatieve veroordelende) kijk op de situatie. Cliënten zien bijvoorbeeld niet hoe hun eigen oplossingen (zoals de partner onder druk zetten om meer over gevoelens te praten/ niet naar de sportschool durven omdat je jezelf te dik vindt) juist de situatie in stand houden (de partner trekt zich juist terug/ die blik op jezelf zorgt dat je juist helemaal niks doet om af te vallen). De therapeut kan maken dat cliënten twijfelen aan hun perspectief en nieuwe mogelijkheden zien. Bij een succesvolle ‘herkadering’ komen bepaalde visies, die belangrijk zijn voor het in stand houden van problemen, vanuit een ander meestal ruimer perspectief gezien, waarbij het nieuwe even goed of beter recht doet aan de situatie.
Deze perspectiefwisselingen moeten wel treffend geformuleerd worden, op zo’n manier dat ze bij de cliënt aansluiten en ‘binnenkomen.’ Soms is daarbij een confrontatie onvermijdelijk als iemand overtuigd is van zijn eigen gelijk. In dat geval is de woordkeuze, de timing en band tussen cliënten en therapeut erg belangrijk.

Nuttige perspectiefwisselingen die een therapeut dient te stimuleren:

De positieve en gedragsmatige kant van ‘negatieve’ eigenschappen benoemen
Door bepaalde eigenschappen van zichzelf of anderen te veroordelen wordt er een rem geplaatst om 1. dat gedrag te begrijpen en 2. er iets aan te doen of ervan te leren. Iemand die zichzelf nou eenmaal als een ‘bang vogeltje’ ziet, zegt daarmee eigenlijk dat het ‘altijd zo zal zijn. Het is voor de therapeut altijd mogelijk een positieve intentie te benoemen van het gedrag waar de cliënt last van heeft (iemands faalangst komt voort uit de neiging dingen graag goed en grondig aan te willen pakken) om daarna uit te leggen hoe de faalangst zichzelf gaande houdt doordat iemand zichzelf de mogelijkheid beneemt te leren van fouten. Zo zal iemand nooit leren de dingen goed en grondig te kunnen doen. Als zowel de ‘faalangst’ als het ‘maken van fouten’ in een positiever daglicht komen te staan dan is de oplossing al een stuk dichterbij.
‘Ik zie het heel anders. Je bent in mijn ogen helemaal geen loser, je bent juist iemand die dingen heel goed en grondig wil doen. Niemand zou ooit beginnen aan een project als de lat zo hoog ligt. Je moet ergens beginnen en leren van je fouten.’

Van korte naar lange-termijn-denken
De meeste mensen zijn niet goed in het nadenken op lange termijn. Hoe verder in de toekomst hoe moeilijker het een aantrekkelijker, haalbaar toekomstbeeld voor te stellen. Op korte termijn weet de cliënt wat hij kan verwachten. Een therapeut doet er goed aan deze betere ver-van-bed-show dichterbij te halen. Door haalbare, overzichtelijke stappen te beschrijven waar de cliënt zich mee kan vereenzelvigen of toekomstgerichte vragen te stellen bijvoorbeeld. Motivational Interviewing is voor dat laatste uitermate geschikt.
‘Ik snap best dat je momenteel liever je huis niet uitkomt en mensen vermijdt, het is veilig en we zijn allemaal af en toe gebaat bij alleen-zijn, maar op de lange termijn heb je er meer aan je angsten niet al te serieus te nemen, ze nemen steeds meer bewegingsvrijheid van je af. En ook je vriendschappen leiden eronder. Ik wil iets met je afspreken...’

Van individueel probleem naar interactioneel probleem
Zoals eerder gezegd: als mensen hun eigen aandeel in de moeilijke wisselwerking met de omgeving niet herkennen dan zullen ze zichzelf keer op keer in de nesten werken.
‘Ik snap best dat je ontevreden bent als Mark niet zegt wat hij wil, maar als ik Mark was zou ik ook oppassen, om de lieve vrede tussen jullie bewaren. Je kan nogal fel uit de hoek komen als ik eerlijk ben.’
Een niet-werkende oplossing als probleem herkennen
Als een niet-werkende oplossing eenmaal als zodanig wordt herkend, is er vaak nog weinig nodig om vruchtbaar met de oude klachten om te gaan. Soms is dat het eind van de klachten.
‘Misschien zie je nu zelf hoe jouw focus op ‘ik moet slapen’ je juist wakker houdt. Ik zou me er maar tijdelijk bij neerleggen en gewoon ’s avonds op blijven totdat je vanzelf moe bent in plaats van in bed liggen draaien. Ook al is dat veel later dan je wilt.’

De focus van binnen naar buiten
Veel klachten, vooral als er (sociale) angst speelt, bestaan omdat iemand een heel sterke focus heeft op interne gevoelens en gedachten. Angst voor de angst speelt vaak mee, en elk gevoel van ongemakkelijk kan door een negatieve interpretatie tot en vicieuze cirkel leiden dat de angst en bijbehorende gedachten sterker maakt. Dit verschuift het blikveld van het vooral letten op eigen gevoelens naar de buitenwereld.
‘Jij bent inderdaad sensitief en heel observerend. Dat is echt jouw kracht. Ik herken dat ook, maar als je eigen gevoelens steeds onder een vergrootglas legt dan zou ik daar ook angstig van worden. Misschien kunnen we afspreken dat je tot de volgende afspraak, bij wijze van experiment, eens observeert en opschrijft hoe anderen in jou omgeving met gevoelens van ongemakkelijkheid omgaan?’

Met gebruik van metaforen, verhalen, of suggesties kan de therapeut en nieuwe onontdekte kant van het verhaal laten zien, die een verandering met zich meebrengt. Zowel met taalgebruik en inhoud kan een nieuwe ‘werkelijkheid’ opgeroepen worden die de cliënt comfortabeler past. Eentje waarin problemen op een andere manier ervaren kunnen worden en een oplossing dichterbij wordt gebracht. Soms is een positieve herkadering het enige wat nodig is om iemand weer op de rails te zetten. In systeemtherapie is een veelgebruikte ‘interventie' om de klachten van cliënten al snel in een interactief sausje terug te koppelen.

Als het de cliënten duidelijk is hoe zij samen de ‘ellende’ in stand houden dan is dat inzicht vaak al een grote opluchting, en motiveert dat beide partners hun best (voor elkaar) te doen. Als een cliënt doorheeft dat het zijn gebrek aan assertiviteit is dat maakt dat zijn partner onuitstaanbaar dominant wordt en de ander dat zijn eigen gepush de ander steeds meer in zijn schulp laat terugtrekken dan is dit begrip vaak de eerste stap om weer wat tot elkaar te komen. Het ‘probleem’ heeft nu een gezamenlijke oorzaak ipv dat de schuld enkel en alleen bij zichzelf of de ander ligt. Door klachten interactioneel te maken en de schuldvraag te omzeilen ontstaat er eerder een gezamenlijk doel waaraan therapeut en cliënten kunnen gezamenlijk kunnen werken.
Hierin zijn steun en begrip voor beide partijen erg belangrijk. Pas als alle betrokkenen zich in hun probleem erkend voelen zullen ze openstaan voor nieuwe informatie en het werken aan een oplossing.

Misha en Peter: steun, erkenning en een beter vooruitzicht
De therapeut vind het tijd voor een positieve herkadering zodat beide partners hun situatie ruimer zien en hoop krijgen op een beter vooruitzicht. Zonder dat hij vergeet begrip en steun voor beide partners uit te spreken kan hij zowel hun individuele rol als hun omgang met elkaar in verband met de klachten bespreken. De therapeut complimenteert meneer uitvoerig met zijn betrokkenheid bij zijn gezin, maar laat ook merken dat als hij wil dat Misha zelfstandiger en krachtiger word hij haar beter op een andere manier kan steunen:de teugels een beetje loslaten. Het is duidelijk dat hij het allerbeste voor Misha wil, maar door haar elke keer voor te zijn, ontneemt hij haar alle kansen initiatief te nemen, te leren, te groeien en de dingen op haar manier te doen. En daar trots op te zijn. Hoe goedbedoeld ook, het helpt haar niet. Als hij niet wil dat hij Misha als een dochter moet opvoeden en een meer gelijkwaardige relatie wil dan moet hij haar ook niet aldus behandelen. Peter snapt wat de therapeut bedoelt. Misha ook.

Nadat de therapeut Misha complimenteert met haar stap door weer hulp te zoeken vat hij haar klachten samen. Omdat Misha weinig zelfvertrouwen heeft zijn beloningen en veel steun in dit stadium erg belangrijk. De therapeut verwoordt de verlammende situatie waarin Misha lijkt te zitten goed. Misha lijkt opgelucht als hij ietwat overdreven schetst: 'Als ik in jouw situatie zou zitten zou ik dat ook lastig vinden. Het is bijna onmogelijk om het goed te doen. Lichamelijk ben je op en daarom hoop je thuis uit te kunnen rusten, maar daar maak je je constant druk over je relatie waardoor je nog minder energie hebt om er op een nieuwe frisse manier tegen aan te gaan. Je wilt aan je bepaalde klachten werken maar door al het gepieker lijkt de energie en de zin je steeds te ontglippen. Het zou jullie allebei goed doen, wat meer rust in de tent te krijgen en voorlopig iets minder van elkaar te eisen. Net zoals een boer zijn uitgeputte grond na het oogsten wat rust moet geven voordat het weer vruchtbaar wordt, zo moeten jullie dat met jullie relatie ook.’

3.3 Positieve punten bepalen en benadrukken
Het is tijdens de intake belangrijk is om de positieve punten van cliënten en hun situatie te bepalen en te benadrukken. Wat loopt er wel goed in iemands eigen leven en in de relatie? Het is goed om hier als therapeut nadrukkelijk naar te vragen. Vaak worden positieve punten vergeten als er langere tijd problemen zijn. het kan nuttig zijn mensen te herinneren waarom ze ook alweer bij elkaar wilden zijn. Dan weten ze weer waarvoor ze kunnen vechten. Behalve dat het cliënten vaak ter plaatse dichter bij elkaar brengt, kan de therapeut bepalen hoe sterk de band is, en of er voldoende bereidheid is elkaar te steunen en de therapie te laten slagen. Ook de seksuele relatie – voor veel beginnende therapeutes lastig – is iets wat bevraagd dient te worden.

Wat gaat er wel goed bij Misha en Peter?
Uit de intake blijkt dat Misha en Peter ondanks onderlinge spanningen van elkaar houden. Dat is belangrijke informatie omdat het betekent dat er een basis is om samen aan de klachten te werken. Verder gaat het goed met hun dochtertje Elise. Zij is hun lust en leven. Blijkbaar heeft Elise niet veel last van de spanningen tussen haar vader en moeder (mede hierom vond de therapeut het niet nodig Elise mee naar de behandelingen te laten komen.) Dat is iets wat de therapeut direct aangrijpt voor een compliment. Beide glimmen als het over Elise gaat. Blijkbaar gaat er wel meer goed in hun relatie. Humor, praten, theater en concertjes zijn zaken die beide partners als positief van hun relatie ervaren. Ook op vakantie kunnen ze van elkaar genieten. Alleen de seks mag van meneer wel vaker. Ondanks zijn geklaag vind hij haar nog steeds een ‘heel mooie vrouw’. Misha wordt er bijna verlegen van. Zij vindt hem nog wel aantrekkelijk, maar wijt haar weinige zin in seks aan haar sombere, lusteloze stemming. Ze wil wel met hem knuffelen, maar omdat hij dan meer wil houdt ze ook daarin afstand. Daar voelt ze zich 'lullig' over. Hij vind het wel fijn te horen dat ze hem nog aantrekkelijk vind. Hij dacht dat het daar aan lag dat ze geen seks hadden.

3.3. Registreren van klachten: meten = weten
Als therapeut moet je –voordat je een strategie kunt bedenken – goed weten wanneer en waarmee partners wel tevreden zijn? (Zie 3.1.) Een vraag die je zou kunnen stellen aan je cliënten is: stel dat jij het voor het zeggen hebt, wat kan de ander doen om jou te helpen? Belangrijk is dat de cliënten dit positief en concreet verwoorden: in de praktijk blijkt dat voor veel cliënten vaak lastiger dan in theorie. Veel mensen weten eigenlijk niet goed wat ze precies willen, of ze weten vooral wat ze niet willen. In beide gevallen is dat te weinig om concreet naar een betere toekomst te werken. Hoe meer de therapeut kan stimuleren om vaak vage gevoelens van onvrede te vertalen naar een concrete wens, hoe groter de kans op succes. Soms is er tijd en meer bewustwording nodig. Klachten en wensen van cliënten zijn soms zelfs bij uitvoerige navraag niet echt duidelijk. Ze komen bijvoorbeeld niet verder dan: 'mijn partner geeft me geen aandacht' of 'ik ben vaak gespannen of geïrriteerd'. Welk gedrag van de partner bedoelt iemand precies? In welke specifieke situaties raakt iemand precies gespannen? Wanneer precies krijgt iemand wel genoeg aandacht? Vaak hebben cliënten dit inzicht nog niet paraat. Het zijn ook lastige vragen als je daar verder nooit echt bij stil hebt gestaan. Een registratieopdracht biedt dan uitkomst. Het vergroot het bewustwording van zowel de klachten als de diepere behoeften: wat heeft iemand dan wel nodig?
Behalve een informatieve kant heeft registreren ook een andere meer reactieve kant: het heeft invloed op de eigen gedachten, gevoelens en gedragingen, van zowel degene zelf als de partner. In die zin is deze opdracht zowel taxerend as interveniërend. Op het moment dat iemand bewust registreert, verandert er iets in de keten van gebeurtenissen en wordt de kans groter dat diegene in staat is de ongewenste gedachten en gedragingen te beheersen. De beheersing over de symptomen neemt dus toe. Wordt het registreren bovendien gevolgd door andere maatregelen (bezinning, de kamer uit lopen) dan wordt de kans hierop nog groter. Dit geldt zowel voor registratie die te maken heeft met eigen (individuele) problemen als voor registratie van gedrag dat op de verhouding tussen de partners
betrekking heeft.

Misha registreert
Misha zal in een notitieblokje bijhouden wanneer zij zich onder druk gezet voelt door Peter en meer in het algemeen wanneer zij zich het meest kwetsbaar, eenzaam en machteloos voelt. Ze zet daar verder enkele trefwoorden bij die te maken hebben me dat gevoel. Aan Peter wordt nadrukkelijk gevraagd nog niks aan zijn gedrag te veranderen omdat het vooral om inzicht in de klachten gaat. Aan de andere individuele klachten van Misha wordt nog even niets concreet gedaan. Dat geldt ook voor de seksuele issues. Eerst meer inzicht, dan een concreet voorstel om klachten aan te pakken, belooft de therapeut.

Opdracht. Om de kracht van registeren aan den lijve te ondervinden is het nuttig hier zelf gedurende een of twee weken mee te experimenteren. Deze oefening doe je met een partner.
Brainstorm over een eigenschap die je aan jezelf hinderlijk vindt en graag zou willen veranderen (maar waarmee het om een of andere reden steeds maar niet ie gelukt). Enkele suggesties: roken, angst om vragen te stellen in de klas, uitstellen als je iets echt moet doen, je partner onheus bejegenen, nagelbijten, overmand worden door gevoelens van onzekerheid.
Kies uiteindelijk een ding waarvan je weet dat je het echt anders wilt zien. Let wel op: voorlopig ga je niets bewust veranderen, je gaat je gedrag alleen bestuderen.
Schaf een klein boekje aan of gebruik je telefoon om telkens wanneer dat gevoel of gedrag (of de neiging tot dat gedrag) zich aandient een kleine notitie te maken. Zet daarbij de tijd en een paar kleine trefwoorden zoals in onderstaand voorbeeld. Bespreek de volgende keer met je lespartner wat het registreren met je gedaan heeft. We komen erop terug.

4. Opdrachten en interventies die vicieuze cirkels aanpakken
Op het moment dat de therapeut genoeg inzicht heeft in hoe bepaalde klachten of symptomen in stand worden gehouden kan gekeken worden naar hoe een context voor de gewenste verandering kan worden gecreëerd. Door de vicieuze cirkels met cliënten te bespreken wordt een eerste stap gezet naar een herwaardering van hun situatie. Vaak voelen cliënten al in het eerste gesprek enige opluchting als zij door hebben hoe hun eigen gedrag (vaak bedoeld als oplossing) de oplossing juist in de weg staat. Dat inzicht haalt een eventuele oplossing gevoelsmatig vaak direct een stuk dichterbij.

4.1 Dingen anders doen heeft meer effect dan praten en inzicht vergaren alleen
In het verlengde van bovenstaande: praten over verandering is in de praktijk vaak niet genoeg om te veranderen, dingen strategisch op een andere manier doen wel. Veel mensen hebben voldoende inzicht in hun eigen problemen, maar dat helpt ze lang niet altijd om hun situatie daadwerkelijk te veranderen. Angst bijvoorbeeld houdt ze tegen. Of een onbegrijpende partner.

Dingen strategisch op een andere manier doen en het creëren van nieuwe ervaringen kan veel invloed hebben op zelfvertrouwen, motivatie en zelfredzaamheid. Het verandert vaak de hele keten dat het ongewenste gedrag in standhoudt. Hierom geeft een systeemtherapeut, in samenspraak met cliënt, duidelijke, goed gemotiveerde opdrachten die deze thuis, zelfstandig of samen gedaan kunnen worden. Door dingen anders te doen, krijgen cliënten vanzelf nieuwe inzichten en perspectieven. En daarmee ook andere gevoelens. Kleine stappen kunnen een cliënt een nieuw gevoel van zelfvertrouwen en mogelijkheden geven. En dat stimuleert om door te gaan met leren. Belangrijk hierbij is de therapeut zijn cliënten aanleert dat mislukkingen door cliënten worden gezien als welkome en leerzame informatie. Ook is het nuttig de kunstmatigheid van sommige opdrachten te bespreken zodat de cliënten daar geen overdreven weerstand tegen ontwikkelen.

Opdracht. Bedenk bij onderstaande cliënten twee verschillende opdrachten die een positief effect zouden kunnen hebben bij hun klachten. De opdrachten mogen in stappen worden opgebouwd.

Fouad wil heel graag wel eens een vriendin, maar omdat hij verlegen is durft niet goed een praatje te maken met vrouwen die hij wel aantrekkelijk vind. Op welke manieren zou mark kunnen leren om een praatje te maken met vrouwen die hij niet kent?

Roos gedraagt zich vaak onderdanig in gezelschap. Vooral op haar werk, maar ook in haar relatie. Ze wil haar wensen kenbaar maken op en manier dat anderen haar serieus nemen. Hoe kan zij dit aanpakken?

4.2. Opdrachten en interventies die vicieuze cirkels doorbreken
In de praktijk komen succesvolle systeemtherapeutische interventies vaak neer op een herkadering van de situatie van cliënt(en) zodat het werkbaar wordt en het geven van opdrachten die de cliënten direct (congruent) of indirect (paradoxaal) dwingen of stimuleren hun interactiecirkel te stoppen.

4.2.1 Congruente opdrachten: nieuwe gewoonten creëren
In problematische relaties zoals boven beschreven worden de interacties vaak gekenmerkt door de angst niets terug te krijgen voor wat men voor de ander doet. Vaak heerst er een (onuitgesproken) machtsstrijd tussen de partners waardoor er bijna geen positieve boodschappen meer worden uitgewisseld. De zeldzame pogingen hiertoe worden meestal onmiddellijk uitgebuit, zodat degene die zich positief opstelt zwakker komt te staan in de strijd rond het thema ‘wie deelt hier de lakens uit?’.
Het is niet verwonderlijk dat partners dan nog maar zelden iets doen wat de ander prettig vindt. Partners komen hierdoor in een vicieuze cirkel terecht en beiden blijven de oorzaak van de problemen bij de ander leggen, waardoor zij steeds verder uit elkaar groeien. Het wordt steeds moeilijker elkaar te belonen en het wordt steeds meer de gewoonte positieve kanten van de ander te negeren of er zelfs straffend op te reageren.

Afspreken leuke dingen (voor en met elkaar) te doen
Een dergelijk proces is te doorbreken door een interactieproces op gang te brengen dat bestaat uit wederzijds belonende activiteiten. De therapeut kan de cliënten helpen de klachten over en weer te vertalen in wensen. Daarna kunnen de cliënten bespreken hoe reëel de wensen zijn en hoe zij zelf zoveel mogelijk van deze wensen in vervulling kunnen laten gaan. De positieve ervaringen die zij hiermee opdoen, kunnen helpen de negatieve vicieuze processen te doorbreken en een positief proces in gang te zetten, waarin het plezierig kan zijn iets voor de ander te doen.
Peters focus op wat Misha allemaal verzaakt te doen, heeft ertoe geleidt dat zij allebei bezig zijn met wat er niet goed gaat in huis. De leuke dingen van elkaar en hun situatie zien zij bijna helemaal niet meer. Misha vind zichzelf daardoor in toenemende mate een mislukkeling die niks kan en Peter houdt zich steeds obsessiever bezig met Misha. In samenspraak met de therapeut wordt afgesproken elke week een avondje voor een leuke gezamenlijke activiteit met elkaar (met of zonder Elise) te plannen. Beide partners willen een oude hobby badminton weer oppakken, en elke twee weken naar theater of een concert te gaan. Iets wat ze vroeger graag deden. Per keer neemt een van beide partners het initiatief om dat te organiseren.
Betere, eerlijke en directe communicatie stimuleren.
De voordelen van met elkaar praten in plaats van via de therapeut zijn: cliënten worden gedwongen op elkaar te reageren, wat vaak een doorbraak van het gebruikelijke patroon betekent (waarin over diverse kwesties niet meer rechtstreeks wordt gesproken.)

In het geval van Misha en Peter worden enkele communicatieregels die relevant zijn voor hun situatie uitgelegd en geoefend met elkaar. Zij lezen daartoe allebei ook thuis een document over communicatie.
Misha kondigde in het aanmeldgesprek al aan dat ze wat sterker en assertiever te worden. Ze zal directer en minder vermijdend communiceren zodat Peter weet waar hij aan toe is (regels uit 2.3.2). Zij mag de dingen doen zoals zijzelf wenselijk acht. Misschien dat Peter in sommige gevallen effectiever is, maar dat betekent niet dat zij dat op die manier hoeft te doen. Peter erkent dat ook en zal proberen minder dwingend en veroordelend te communiceren (regels uit 2.3.1). Dreigende zinnen die Misha kleineren of bang maken dat hij wil scheiden (‘Waarom ben ik eigenlijk met jou?’ laat hij helemaal achterwege. Hij begrijpt dat schadelijk is. Hij hoopt dat Misha vaker zou aangeven wat zij dan zou willen. Hij is eraan gewend geraakt om alles maar te bepalen. Omdat zij allebei ook vanuit verkeerde veronderstellingen over elkaar communiceren zullen zij vaker aan elkaar om opheldering vragen (2.3.3).

Bovenstaande instructies en afspraken moeten meestal samengaan met paradoxale opdrachten die een destructieve interactie stoppen of op natuurlijke wijze doorbreken. De druk moet van de ketel. Zoals eerder gezien hebben registratieopdrachten dat paradoxale effect al. Registeren is zowel informatief als intervenïerend. Vaak gebiedt een therapeut om hun cliënten niet op de gebruikelijke manier te laten communiceren (schelden, onder druk zetten, trekken, verwijten), maar door hun impulsen niet uit te leven maar kort in een boekje te schrijven zodat ze het daarna in de therapiessessie of op een later tijdstip met hun partner in een bepaald gespreksformat (bijvoorbeeld: 20 minuten, van tevoren afgesproken tijd, om en om beginnen) kunnen bespreken. Uiteraard voelt dit voor cliënten wat kunstmatig, maar dat is voor de meeste cliënten, mits goed door een therapeut uitgelegd, geen probleem.

4.2.2 Paradoxale opdrachten

Volgens IJzerman (1988) is een paradoxale opdracht een door de therapeut op rationele gronden ontworpen opdracht aan de client waarin het symptomatische gedrag wordt voorgeschreven of aangemoedigd, met als doel dit gedrag te doen verminderen of te blokkeren. Weeks en L’Abate maken hierbij onderscheid tussen individuele opdachten, zoals bij individuele therapie, of bij een lid van een systeem) en interactionele opdrachten die aan alle leden afzonderlijk gegeven worden om onderlinge pathologische interacties te deblokkeren. Er wordt vanuit gegaan dat het uitvoeren (of het proberen daarvan) tot het stoppen of verminderen van de klachten zal leiden of dat de klachten afnemen als gevolg van verzet tegen de therapeut of de opdracht. De opdracht wordt zo geconstrueerd, zodat wat de cliënt ook doet, het symptomatische gedrag zal afnemen of verdwijnen. Dit wordt wel de therapeutische ‘double bind’ genoemd.
Omdat veel problemen actief in stand door wat de cliënt verwacht (faalangst, angst voor afwijzing) is het nodig de opdachten een paradoxaal karakter te geven. Hoe zorg je dat iemand die bang is te blozen, te stamelen, te piekeren of niet te kunnen slapen en zijn angst daarvoor verliest? Want het is de angst ervoor die de mallemolen gaande houdt. Omdat de gezochte oplossing juist een oplossing in de weg staat, moet het zoeken van de cliënt naar een oplossing vaak gestopt worden door ofwel de symptomen aan te moedigen, voor te schrijven of te tolereren, zodat de vicieuze cirkel niet meer gevoed wordt.
Paradoxale opdachten dienen vergezeld te gaan van een goede motivering. Er worden verschillende manieren gebruikt om cliënten te motiveren voor het doen en aanvaarden van de opdracht. Dat kan op verschillende manieren; met een eerlijke uitleg of een misleidende maar aannemelijke reden. Welke uitleg het ook is, de opdracht en motivering kunnen niet los van elkaar worden gezien; zij vormen een geheel dat voor verandering zorgt. IJzerman onderscheid een aantal vormen van de paradoxale opdracht.

Symptoom voorschrijven
De cliënt wordt de opdracht gegeven om het symptomatische gedrag waarover hij geen controle heeft te gedurende een bepaalde tijd te blijven uitoefenen. De cliënten wordt verzocht het gedrag zonder verandering te blijven vertonen. Eventueel wordt gevraagd om de intensiteit of frequentie van het gedrag te versterken. Als de cliënt geen pogingen meer doet om het gedrag tegen te gaan en huist volledig toelaat.

Symptoommodificatie
De cliënt krijgt de opdracht het symptomatische gedrag in een andere vorm te vertonen dan waarin het gewoonlijk voorkomt. Bijvoorbeeld alleen op een bepaalde tijd of plaats. Zo kunnen piekeraars het advies krijgen om hun gepieker te negeren en te reserveren voor een piekeruurtje.

Paradoxale adviezen
Indirecte manieren van symptomen bestrijden: naast het expliciet geven van opdrachten worden er ook meer impliciete vormen van symptoomvoorschrijvingen gegeven. Bijvoorbeeld door het gedrag aan te moedigen als een nuttig en positief verschijnsel waarvan de cliënt kan leren als het zich aandient. Registeren is een goed voorbeeld van deze vorm: mensen moeten leren van hun klachten. De paradoxale intentie wordt dus gekoppeld aan een congruente opdracht (leer ervan) (Lange, 1985). Ook kan de therapeut suggereren dat het symptomatische gedrag getolereerd worden omdat de cliënt er bijvoorbeeld nog niet aan toe is om het te veranderen. Ook hier kan de therapeut er een congruente opdacht ter bezinning aan koppelen. Soms ook neemt een paradoxale opdracht niet de vorm van het voorschijven of adviseren aan, maar wordt het als een verbod gebracht. Praktisch gezien komt het verbieden van het ene natuurlijk neer op het voorschrijven van het tegengestelde.

4.3 Paradoxale opdrachten bij relatieproblemen

4.3.1 Tegenstrijdige behoeften
In relaties waar seksuele of affectieve scheefheid (de een pusht, de ander ontwijkt) heerst is het belangrijk als beide partners in elk geval tijdelijk rust nemen van hun onbedoeld vermoeiende strijd. Vaak is het nuttig na een periode van registreren - waarin klachten (paradoxaal) worden aangemoedigd om ervan te leren - om bepaald gedrag tijdelijk te verbieden. Bijvoorbeeld doordat partners hun verwijten, controlerend gedrag, seksuele benadering tijdelijk moeten staken. Het werkt averechts.

Laten we het voorbeeld van Misha en Peter nemen.
Peter heeft het gevoel dat hij constant Misha bij de les moet houden. Hij vraagt haar de heel dag door wanneer en of ze al gedaan heeft wat ze moest doen. Vaak gevolgd door uitingen:’Wat heb ik nou aan jou? Misha voelt zich daardoor gecontroleerd, niet serieus genomen en doet dingen niet uit eigen initiatief, maar omdat ze bang is tegen Peter in te gaan (uit angst voor discussies en uiteindelijk om hem te verliezen). Op de lange termijn is dit een doodlopende weg. Peter wordt steeds controlerender en Misha steeds vermijdender. Door deze interactie kunstmatig te stoppen kan Misha hopelijk weer voelen hoe het is om dingen op haar eigen manier te doen (en zich wat trotser te voelen, zoals ze wilde) en Peter moet er op vertrouwen dat Misha het op haar eigen manier doet. Zo kan hij zich meer bezighouden met andere dingen die hij heeft laten liggen: lezen en sporten. Met de therapeut spreken zij na een eerste periode van registreren (symptoom voorschrijven)) af dat Misha hem een teken geeft als Peter weer begint te zeuren . Het teken laat Peter zien dat 1. Misha zijn boodschap begrepen heeft, en 2. dat hij Misha moet vertrouwen dat zij het op haar manier zal oplossen. Uiteraard zijn dat zaken waar beide partner van tevoren over eens zijn: zoals afwassen, boodschappen doen, Elise begeleiden met huiswerk. Omdat het wel belangrijk is af en toe te evalueren zullen zij hun opgebouwde ergernissen gedurende de week, opschrijven en elke vrijdag in een begrensde periode van 20 minuten met eerlijk met elkaar bespreken (symtoommodificatie).

Het seksverbod bij seksuele behoefteverschillen
Een sekseverbod kan uitkomst bieden bij seksuele problemen waarbij de ene partner wel wil en de ander niet of zelden. De welwillende (maar zich waarschijnlijk afgewezen) partner krijgt rust van zijn frustrerende strijd om de partner de slaapkamer in te praten, soms met het advies om (indien gewenst) vaker te masturberen; de andere partner krijgt rust van het steeds maar moeten afweren van de avances van een partner. Als er verder genoeg seksuele aantrekking is dan is de kans groot dat er naar verloop van tijd –wanneer de druk van de ketel is - meer gevreeën wordt. Vaak vind een partner namelijk knuffelen of strelen wel fijn, maar omdat voor de ander niet genoeg is wordt ook dat afgeweerd. Als er geen ‘seksuele dreiging’ is dan kunnen partner vaak nog wel genieten van strelen. Ook het niet nat worden en geen erectie krijgen kan, wanneer het psychisch van aard is, baat hebben bij dit verbod.
In de praktijk lijdt een verbod regelmatig tegen de afspraak in toch tot seks. Iets wat overigens niet door zowel cliënten als therapeut tot te vroeg juichen moet leiden, want een stevig patroon is vaak niet zomaar doorbroken en de ‘oude’ verwachtingen kunnen meteen weer oplaaien, met een bijbehorend herhalen van de vicieuze cirkel. De therapeut doet er daarom goed aan de cliënten zich aan het verbod te houden.

Time-out bij terugkerende ruzies
Als partners vaak explosieve, schadelijke of vernederende ruzies hebben die snel escaleren dan is het belangrijk te leren dit kunstmatig en geforceerd af te breken. Bijvoorbeeld doordat de partners zich terugtrekken in een fysiek gescheiden ruimten. Als partners dit doen dan is noodzakelijk van tevoren heel duidelijk af te spreken dat een minstens een van beide terugtrekt voor een adempauze of time-out. Dit is belangrijk want als de emoties hoog oplopen is het heel makkelijk elkaar te tot steeds verdergaande beschadigende uitspraken. Door elkaar hierop voor te bereiden en duidelijke afspraken te maken is er een goede kans om dit destructieve aspect in de relatie te verbeteren.

Proefscheiding
Als een partner echt niet meer weet of hij de verder wil meer weet dan is het misschien tijd voor een wat grotere stap. Een officiële break inlassen, waarbij beide partners afspreken een aantal weken of zelfs maanden geen contact te hebben. Het voelt waarschijnlijk als het laatste wat iemand wil maar de kans op een goede uitkomst is veel groter dan wanneer deze partners met zijn tweeën in de vicieuze cirkel van de twijfel blijven hangen. De partner kan er in zijn eigen tempo achterkomen waarom hij twijfelt, en ook voor het ‘slachtoffer’ is deze geforceerde rust beter dan steeds geconfronteerd te worden met de ambivalentie van diens partner. Misschien leert het ‘slachtoffer’ in de tussentijd ook wel een paar verrassende dingen over zichzelf en de relatie. Door even zonder elkaar door het leven te gaan kun je allebei ervaren hoe dat is. Door verder ook geen druk op elkaar te leggen kan zo'n time-out vaak voor verrassende ontknopingen en inzichten zorgen.

Paradoxale werking bij Misha en Peter
Misha heeft zich goed aan de opdracht gehouden. Misha en Peter komen een aantal sessies verder vrolijk de praktijkruimte binnen. De afgelopen twee weken waren een stuk ontspannender dan de tijd ervoor. Behalve dat het eerste gesprek de twee partners iets dichter bij elkaar heeft gebracht, heeft de registratieopdracht hun allebei iets meer rust gegeven. Doordat Misha haar klachten in een boekje moest opschrijven doorbrak dat hun gebruikelijke manier van communiceren. Misha had iets minder behoefte ofwel om ertegen in te gaan ofwel om zich te verontschuldigen. Het scheelde ook dat Peter minder de behoefte gehad om te Misha de les te lezen. Gesteund door de therapeut kan hij het (ondanks dat deze had gevraagd juist flink zichzelf te zijn) nu gewoon laten. Het viel Peter op dat Misha sowieso meer in huis deed dan normaal en vrolijker was. Leuke bijkomstigheid was dat ze een memorabel en feestelijk weekend hadden gehad. Misha moeder was jarig en had dat in restaurant met midgetgolfgelegenheid gevierd. Iets wat de stemming verhoogde. Daarnaast volgt Misha samen met een vriendin danslessen, iets wat haar energie geeft.

Dit ‘vrolijke’ resultaat verbaast de therapeut allerminst. Vaak heeft een registratie of paradoxale opdracht dit effect. Het is namelijk een eerste kleine doorbraak van de vicieuze cirkel van cliënten. Het is mooi als cliënten hier al snel iets van mogen proeven, maar er is geen reden tot voorbarige vreugde. Veel patronen zijn hardnekkig en komen terug. Voor echt succes is vaak meer tijd nodig. Een therapeut zal zijn cliënten ook voorbereiden op een terugval. Obstakels die geanticipeerd worden zijn makkelijker te nemen. Aha denken cliënten vaak, De therapeut had het al voorspeld, het is blijkbaar heel normaal dat we af en toe een terugval hebben. In het geval van Misha liep het traject vrij voorspoedig. In de samenvattende conclusie komen we er op terug.

Conclusie
Misha meldde zich aan met individuele klachten: een gebrek aan energie, zelfvertrouwen, assertiviteit en zin in het leven. De therapeut wilde echter haar vriend Peter bij de sessies betrekken omdat 1. Het extra informatie zou geven over Misha’s klachten en 2. Het haar zou kunnen helpen en steunen bij haar individuele klachten. Door een duidelijk beeld te schetsen van individuele eigenschappen en de niet erg constructieve wisselwerking tussen beiden, kon een duidelijk werkveld gemaakt worden om aan de klachten en wensen van zowel Misha als Peter te werken. Misha’s individuele klachten zoals het assertiever worden kon zij met behulp van Peter oefenen. De ‘strijd’ met Peter maakte dat zij bleef piekeren en ondanks haar officiële werkverlof maar niet oplaadde (en zin in het leven kreeg). Hoewel de therapeut tussendoor een aantal sessies alleen met Misha werkte (vooral zelfvertrouwen) bleken de opdrachten die op de interactie met Peter ingrepen veel vruchtbaarder. Nadat de relatie beter liep, kreeg zij vanzelf ook meer zin in het leven en energie om daar wat mee te doen. Bovendien kon zij de communicatieregels om directer en eerlijker voor zichzelf op te komen gebruiken op haar werk. Enkele maanden nadat het traject werd afgesloten had ze het voor elkaar gekregen om een nieuwe functie op haar werk te betrekken. Grappig was dat het om een communicatiefunctie ging waar een andere collega was weggevallen. Blijkbaar was het haar bazin opgevallen dat Misha ‘een nieuwe frisse wind in het bedrijf ’liet waaien nadat ze terug was gekomen van haar verlof.

Dit hoofdstuk biedt een heel beperkte kijk in de beweeglijke wereld van interactieve processen en hoe je die als therapeut kunt manipuleren. Dit hoofdstuk biedt echter veel te weinig speelruimte om alle facetten waarmee stelletjes of gezinnen te maken kunnen hebben gedetailleerd te bespreken. Scheiding, opvoeding, faseproblematiek van stelletjes zoals samenwonen, het krijgen van een kind en andere specifiek problemen zoals de ziekte, verslaving of serieuzere psychische klachten van een partner om enkele voorbeelden te noemen niet aan bod gekomen. Daarvoor zij verwezen naar het boek Gedragsverandering in gezinnen van Alfred Lange (2008).

Rubriek: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.