‘Therapeutische’ vermijding: als het zoeken naar verlichting van de klachten juist het grootste obstakel wordt

'Het formuleren van het probleem is vaak essentiëler dan de oplossing.' - Albert Einstein, natuurkundige

Ik had laatst – veel te vroeg – een afspraak waarbij ik fris en uitgerust wilde zijn. Een ontmoeting met een potentiële uitgever. Een goede nachtrust leek me nuttig, maar helaas... mijn brein hield mij klaarwakker door het toekomstige gesprek herhaaldelijk met zichzelf te willen voeren. Resultaat: ik sliep anderhalf uur voor de wekker ging en stond doodmoe op, met wallen ter grootte van een skibril.

Normaalgesproken slaap ik als een roos, behalve als ik vroeger moet opstaan dan normaal, om beter te presteren dan normaal. Deze paradox komt in verschillende gedaanten, maar de inhoud is hetzelfde: hoe meer je X wilt, hoe kleiner de kans dat X daadwerkelijk gebeurt.

Soms is de paradox makkelijk te doorzien: de inspanning om in slaap te vallen werkt averechts. In slaap vallen is een spontaan proces dat je wel indirect kunt stimuleren, maar nooit kunt afdwingen. Je kunt jezelf beter moe maken met een lange avondwandeling of mooi boek, dan in bed naar het plafond te staren totdat je in slaap valt. Andere paradoxen zijn verraderlijker: de wereld van therapie, coaching en zelfhulp zit boordevol tegenstrijdige – en helaas niet zo bedoelde – suggesties.

Wees jezelf. Volg je hart. Laat het los. Leef in het nu. Denk positief.

Ik denk dat weinigen hierin de paradox zien, maar wie deze suggesties rechtstreeks opvolgt, raakt in de knoop. Kun je ooit iets anders zijn of worden dan jezelf? Kun je ongestraft je hart volgen zonder dat je hoofd daar vraagtekens bij zet? Als je het resultaat al bereikt, dan is het zelden door dit soort suggesties letterlijk op te volgen. Je kunt deze geestelijke toestanden namelijk niet door inspanning bereiken. Probeer je hart te volgen, en je hoofd zal (terecht) in opstand komen. Probeer geluk vast te houden en – foetsie – weg is het. Probeer jezelf te zijn, en mensen zullen je juist krampachtig vinden. De paradox is dat het soms de poging zelf is die het doel in de weg staat.

Het gaat hier om gemoedstoestanden die spontaan ontstaan (als aan andere voorwaarden is voldaan). Als je moe bent, slaap je vanzelf wel. Als je niet bezig bent met wie je precies bent en hoe je moet overkomen, dan ben je automatisch jezelf, enzovoorts.

De meeste mensen nemen deze tegenstrijdige feel good-commando’s gelukkig met een korrel zout. En doen ze dat niet, dan maakt het eigenlijk ook weinig uit: veel van die nagestreefde toestanden manifesteren zich vanzelf. Vroeg of laat val je in slaap. De donderwolken in je hoofd waaien vanzelf voorbij. Ooit kom je heus over je ex heen. Daar hoef je eigenlijk helemaal niets speciaals voor te doen.

De beperkte meerwaarde van therapie en werken aan jezelf
Als twee zaken na elkaar plaatsvinden betekent dat niet noodzakelijk dat het een het ander heeft veroorzaakt. Vaak is het ook niet de therapie – het praten over de problemen – dat heeft geholpen, maar het feit dat de cliënt daarna concreet iets aan zijn probleem doet. Veel mensen -zowel cliënten als therapeuten denken dat diepgravende inzichten essentieel zijn om te kunnen veranderen. Dat is een illusie. Al te vaak is veranderen slechts een kwestie van - tadaa! - veranderen. Een voorbeeldje: je krijgt alleen maar minder angst voor spreken in het openbaar door het daadwerkelijk een paar keer te doen (en er een beetje voldoening uit te halen). En of het nou de therapeut was die jou heeft gestimuleerd actie te ondernemen of je buurman: het netto resultaat is hetzelfde. Toegegeven, het duwtje in de rug dat een therapeut je geeft, kan maken dat je eindelijk actie onderneemt en je innerlijke demonen confronteert. Alleen hierom kan het nuttig zijn in therapie te gaan. Maar verwacht geen wonderen. En een wonder is gelukkig niet nodig: onderzoek laat zien dat bijna de helft van alle psychische klachten vanzelf overgaan, ook zonder therapie.

Op het moment dat we lijden doen van we alles om daaraan te ontsnappen – inclusief aan onszelf werken - en dat is soms juist wat het ‘genezingsproces’ vertraagt. Soms stimuleert de therapie juist een onbewuste zoektocht naar een niet-bestaande oplossing en daardoor blijven de klachten juist bestaan. ‘Werken aan je probleem’ is soms juist ‘het probleem in stand houden’.

Wanneer inspanning en wilskracht averechts werken
Eerder genoemde termen als vergeven, accepteren, verwerken, rouwen en ontspannen bijvoorbeeld zijn de meest gebruikte woorden in therapieland. Toevallig zijn dat allemaal woorden waar iets vreemds mee aan de hand is. Taalkundig gezien staat er een reeks actieve werkwoorden: ik accepteer, ik verwerk, ik rouw, enzovoorts. Als je de betekenis van deze woorden tot je door laat dringen worden deze activiteiten juist gekenmerkt door een gebrek aan activiteit en inspanning. Het kunnen onmogelijk echte werkwoorden zijn, zoals boksen, vechten en tuinieren: het zijn toestanden. En sterker nog: het is juist de inspanning die het onmogelijk maakt om die toestanden te bereiken.

Wanneer het gaat om het aanleren van een vaardigheid, het behalen van een diploma of het kweken van conditie en spierkracht moet er kennis worden vergaard en gewerkt worden. En dat kost tijd. Maar is dat strikt genomen ook nodig als het gaat om het ervaren van geluk in het hier en nu, het accepteren van het feit dat jouw ex je niet meer wil of dat je favoriete merk koffie niet meer wordt verkocht in je supermarkt?

Hoe bereik je acceptatie of vergeving? Welke inspanning gebruik je om te ontspannen? Welke methode is er nodig om te accepteren dat je partner je heeft verlaten? Hoe zou je moeten leren nare gedachten los te laten? De gedachten zijn verdwenen, op het moment dat ze hebt gedacht.

Het klinkt vast gek, maar veel psychische klachten zijn reëel te vergelijken met het niet durven loslaten van een theekopje. Je weet verstandelijk dat je de kop moet loslaten om verder te kunnen in je leven. Het is bijvoorbeeld nogal lastig je handen te wassen met een theekop in de hand. Dat loslaten van de kop hoef je echter niet te leren. Je laat die los door er niet meer aan vast te klampen. Veel activiteit in therapie is vergelijkbaar met het filosoferen en praten over het loslaten van de kop terwijl je die ondertussen krampachtig vasthoudt. Je kunt het daarbij hebben over hoe eng het is het los te laten. Je kunt speculeren over wat je zult doen als je de theekop eenmaal hebt losgelaten. Je kunt het over de voor- en nadelen van loslaten hebben. Je kunt je afvragen hoe het kan zijn dat je zo hard aan de kop gehecht bent en je moeder daar de schuld van geven. Zij heeft jou die kop gegeven. Je kunt de band met je moeder bespreken en waarom je zo gehecht aan je moeder bent. Ook oma kun je de revue laten passeren, ook al iemand die iets met theekopjes had. Angst voor het loslaten van een theekop lijkt wat vergezocht, maar veel andere angsten en weerstanden zijn bij nader inzien net zo irreëel. Veel cliënten stellen hun therapeut vragen als:

Hoe laat ik mijn ex los?
Hoe kom ik van mijn jaloezie af?
Hoe stel ik mij kwetsbaarder op?
Hoe zorg ik dat ik me niet meer irriteer aan het succes van anderen?
Hoe word ik minder onzeker?
Hoe kom ik van mijn angst voor spreken af?
Hoe zorg ik dat ik niet weer al mijn geld aan kleren besteed?
Hoe kom ik van mijn angst voor de dood af?

Zou het antwoord zo simpel kunnen zijn als ‘door het gewoon maar te doen of toe te laten’? Je zult het vast niet direct van me aannemen, maar het antwoord is uiteindelijk niet veel anders dan die op de vraag ‘hoe laat ik een theekopje los?’ Er is strikt gesproken geen ‘hoe’ om een theekop los te laten. Dat ‘hoe’ veronderstelt een methode. Die methode bestaat niet echt. En die methode is niet nodig. Hoe lang je er ook over doet, je moet uiteindelijk gewoon stoppen met vastklampen. Meditatie, een confronterend gesprek, een documentaire of boek, een droom kunnen dat ‘loslaten’ stimuleren, maar het enige dat jou uiteindelijk écht zal verlossen is de kop daadwerkelijk los te laten en de gevolgen ervan te verdragen.

Klinkt dat toch onmogelijk? Kijk alleen al naar je eigen verleden. Jij hebt in jouw leven al talloze verslavingen, mensen, situaties en bezittingen losgelaten. Nooit omdat je die (met of zonder therapeut) met veel pijn en moeite hebt overwonnen, maar omdat je er op een gegeven moment gewoon genoeg van had en je weerstand ertegen verloor. Het voelt misschien alsof je met vallen en opstaan hebt moeten léren accepteren dat je ex niet meer in je leven is, maar strikt gesproken heeft accepteren niet zoveel met ‘leren’ te maken als wel met ‘keer op keer inzien dat je ex niet meer in je leven is’ en daar – bij gebrek aan alternatief – je weerstand tegen te verliezen. Zelfs als je daar jaren over doet, uiteindelijk was er geen leerproces, therapeut of methode voor nodig. Je kunt alleen keer op keer in het hier en nu herkennen dat je ex er nu niet meer voor je is.

Het is soms alleen het idee dat je iets moet loslaten, dat je moet loslaten. Of zoals nondualiteitsleraar Alexander Smit het verwoordde: ‘Wie het idee heeft dat hij iets moet loslaten, leeft in de valse veronderstelling dat hij ergens aan vastzit.’

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.