Regressietherapie, hypnose, ons feilbare geheugen en hoe therapeuten het leven van hun cliënten zuur kunnen maken

‘Het is een kapitale fout om te beginnen met de theorievorming alvorens de feiten te kennen. Anders begint men feiten te verdraaien om ze aan de theorie te passen, in plaats van de theorie aan de feiten.’ - Sherlock Holmes, fictief privé-detective

Sinds Freuds ideeën mainstream werden, was het algemeen geaccepteerd dat herinneringen aan traumatische ervaringen verdrongen konden worden naar het onderbewuste. Het idee was dat sommige gebeurtenissen - te heftig zijn om op normale manier verwerkt te worden - niet meer herinnerd kunnen worden zodat het slachtoffer er minder last van heeft. Een psychologisch overlevingsmechanisme dus. Om psychische genezen moesten die weggestopte herinneringen juist weer aan het licht gebracht worden, zodat de cliënt ze alsnog kon verwerken. Alleen op die manier kon de cliënt zichzelf van de loodzware last van zijn verleden bevrijden. Het was die onbewuste ontkenning van het verleden die moet worden opgegeven door middel van hypnose en regressietherapie.

In de jaren zeventig werd dit een heuse therapeutische trend. Het gevolg was dat talloze experimentele therapeuten onwetende cliënten onder hypnose schokkende en bizarre ervaringen lieten herinneren. Talloze cliënten raakten - pas na de therapie - overtuigd dat zij waren misbruikt door hun ouders, het slachtoffer waren geweest van grootschalige satanische rituelen, werden ontvoerd door buitenaardse wezens of gemarteld of vermoord waren in vorige levens. Het leek erop alsof de toevallige fascinatie van de therapeut bepaalde waar de cliënt last van had in plaats van andersom. De media, altijd op zoek naar een spannend verhaal, gaf deze creatieve therapeuten een groot platform. Zo ontstond er in de jaren zeventig een epidemie van valse herinneringen die in de VS leidde tot een golf van rechtszaken. Talloze cliënten (en hun psychotherapeuten) getuigden tegen familieden en kennissen die hen misbruikt zouden hebben. (Het is lastig om een buitenaards wezen voor de rechter te dagen, maar anders was dat vast en zeker ook gebeurd.)

Het was tijdens de piek van deze hype dat psycholoog Elizabeth Loftus onraad rook en besloot het fenomeen nader te onderzoeken. Na het bestuderen van de literatuur ontdekte ze allereerst dat er geen enkele wetenschappelijke studie was die het bestaan van de weggestopte herinnering aantoonde. Ze besloot het fenomeen te onderzoeken vanaf de andere kant: zou het haar lukken om willekeurige mensen gebeurtenissen te laten herinneren die nooit hadden plaatsgevonden? Kun je mensen opzadelen met valse herinneringen?

In haar eerste onderzoeken toonde ze aan hoe slechts het veranderen van de vraag iemand precies dezelfde gebeurtenis - een filmpje - heel anders kunnen herinneren. Een vraag als ‘zag je een kapot achterlicht?’ versus ‘zag je het kapotte achterlicht?’ maakte veel verschil in wat mensen dachten te zien. Net als de vragen ‘hoe hard botste de auto op die andere auto? versus ‘raakten de auto’s elkaar?). Tijdens het ondervragen, gaf zij de proefpersonen ook zijdelings informatie over objecten of gebeurtenissen die niet in de film zaten. Toch herinnerden mensen zich bijvoorbeeld een verkeersbord of lantaarnpaal. Wanneer proefpersonen later op hun valse getuigenissen werden gewezen, reageerden ze vol ongeloof, want ze wisten toch echt zeker dat ze dat verkeersbord met eigen ogen hadden gezien. Haar experimenten werden steeds straffer, en ze werd met deze serie onderzoeken wereldberoemd. Loftus liet uiteindelijk zien dat ze zo’n kwart van de proefpersonen ongelukken of nare ervaringen uit de jeugd kon laten herinneren die nooit hadden plaatsgevonden. Zelfs als gebeurtenissen aanvankelijk nog werden ontkend, lukte het om het hen later alsnog als een echte gebeurtenis te herinneren. En hoe meer tijd er tussen zat hoe groter de kans dat proefpersonen zich de nooit plaatsgevonden gebeurtenissen toch herinnerden. Ons geheugen herinnert zich geen droge feiten, ontdekte Loftus. Elke keer dat een herinnering wordt opgehaald is het vatbaar voor de invloeden van het heden, en dus ook de goedbedoelde manipulatie van therapeuten. In een interview met de Volkskrant zei ze ooit: 'We hebben zelfs iemand zich laten herinneren een kikker te hebben gekust.’

Je kunt ervan uitgaan dat mensen die met hun ziel onder de arm lopen nog vatbaarder zijn voor pseudoverklaringen van een therapeut. Geef therapeuten een vrijbrief om cliënten gebeurtenissen te laten herinneren die zich nu niet herinneren, en je hebt een perfect recept voor geestelijke misère. De meest aannemelijke conclusie van de regressietherapie-hype in de jaren 70 is dat deze cliënten (en hun familieleden) hoogstwaarschijnlijk niet getraumatiseerd raakten door nare gebeurtenissen uit het verleden, maar door de toevallige waanideeën van confabulerende therapeuten.

Hoewel de huidige generatie therapeuten de sturende kracht van hun werk proberen te beperken of op een verantwoorde, positieve manier gebruiken, zijn er nog steeds genoeg alternatieve therapeuten die cliënten vorige levens en/of hun traumatische geboorte opnieuw laten herinneren. Geboren worden is, volgens deze regressie- en reïncarnatietherapeuten, een van de meest traumatische ervaringen die er bestaan en het opnieuw doorleven ervan zou bevrijdend zijn. Gezien het feit dat kinderen zich voor hun derde levensjaar sowieso niets herinneren (omdat hun geheugen nog niet functioneert) kun je deze vorm van therapie in het hokje ‘onzin’ plaatsen. Niet alleen dat: het effect op de cliënten is lang niet altijd heilzaam. Er zijn inmiddels meerdere gevallen bekend waarin een cliënt van zo’n therapie zich niet lang daarna van het leven beroofde. Zoek je een goede therapeut? Loop rustig verder als er 'regressietherapeut' op het naambordje staat.

Het klinkt misschien voor de hand liggend dat therapeuten hun cliënten niet moeten opzadelen met hun eigen vooroordelen en aannames. Therapeuten zouden heel voorzichtig moeten zijn om hun verklaringen aan hun cliënten te slijten. Het probleem voor de argeloze cliënt is dat het lastig is om de regressietherapeut niet te geloven. In het normale leven kunnen we onze herinneringen niet meer testen tegen de werkelijkheid, omdat die gebeurtenissen waarschijnlijk niet zijn gefilmd zoals bij de onderzoeken van Loftus.

Sinds Loftus’ bevindingen heeft ook de American Psychiatric Association alle steun ingetrokken voor juridische getuigenissen die op basis van hypnose zijn verzameld. Hypnose is geen betrouwbare manier om het geheugen op te frissen of het verleden te begrijpen. Het wekt fantasieën op die voorgoed worden vermengd met echte herinneringen, en zowel cliënt als therapeut kunnen deze met geen mogelijkheid uit elkaar halen. Hypnose lijkt mensen vooral suggestiever te maken om hun werkelijkheid anders te beleven. Hiermee kunnen kundige hypnotherapeuten mooie en nuttige interventies bewerkstelligen, maar deze methode zou nooit gebruikt moeten worden om de waarheid van herinneringen te bepalen. Door onderzoekers als Loftus wordt hypnose gelukkig niet meer gebruikt om juridische getuigenissen te verkrijgen.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.