Wanneer werken aan jezelf een catch-22 is

Ik heb in mijn jeugd maar één persoon ontmoet van wie de herinnering mij nog altijd buikkramp geeft. Ik zeg niet wie, maar ik zat ooit alleen met deze gruwel van een schoonmoeder aan de ontbijttafel. ‘Zeg, val jij niet eigenlijk niet gewoon op mannen?’ zei ze toen zonder duidelijke aanleiding. Ik had moeten zeggen: ‘Nee, we hebben vanochtend nog seks gehad en het condoom in de vuilnisbak is het bewijs.’ Daarmee was hopelijk de kous af geweest. In plaats daarvan reageerde ik verbaasd en lafjes met: ‘Nee hoor, maakt u zich maar geen zorgen. Ik val op vrouwen.’ Het is toch je schoonmoeder.

‘Tja,’ ging ze verder, ‘je bent toch wat androgyn met je halflange haar. En ik zie jullie nooit zoenen.’ Die vrouw noemde mij niet alleen een oplichter, ze vond ook mijn surfkapsel ‘gay’.* Het werd vermoeiend. Ik probeerde mijn ‘schuld’ te ontkennen, maar had net zo goed niks kunnen zeggen. ‘Je hoort vaker dat mensen die zó zijn dát ontkennen.’ Krankzinnig, was het. Deze idioot dacht mijn seksualiteit beter te kennen dan ik en mijn vriendin tezamen. Zelfs mijn ontkenning werd vertaald als het bewijs van haar visie. Dit is een catch-22.

De catch-22 is een paradoxale situatie waarin het onmogelijk is om de gewenste uitkomst te bereiken wat je ook doet. Zowel ‘bekennen’ als ‘ontkennen’ is leidt tot dezelfde uitkomst. De catch-22 is vernoemd naar het gelijknamige boek van Joseph Heller. In dit verhaal is Yossarian een gevechtspiloot die tijdens een gevaarlijke oorlog onder zijn verplichtingen probeert uit te komen. Hij wil niet sterven in een oorlog waarmee hij het sowieso oneens is en zijn enige hoop is om zich door de arts krankzinnig - en daarmee ongeschikt - te laten verklaren. Zijn arts vindt het juist heel verstandig van Yossarian zich gek wil laten verklaren om onder de oorlog uit te komen: hij ziet dat juist als bewijs dat Yossarian geestelijk prima in orde is. Yossarian moet dus gewoon aan de volgende gevechtsmissie meedoen.

Van dit soort catch-22-situaties hebben wij bij tijd en wijle allemaal last. Een paar voorbeelden:

Als nieuweling solliciteren in sommige werkvelden is een catch-22 omdat je pas wordt aangenomen als je werkervaring hebt. Je hebt dan eerst dat werk nodig om die werkervaring op te doen. Nog zo’n gekmaker: Stel dat jouw partner van jou eist dat je vaker initiatief toont of tegengas geeft. Dat hoor je vaak bij stellen. Op commando initiatief vertonen en tegengas geven doen is juist gehoorzaam zijn aan je partner. Het is onmogelijke opdracht. Het maakt je niet tot een leuke, vrije, spontane partner, het maakt je tot slaaf. En mocht je toch met frisse moed aan de wens van je partner willen voldoen, dan zou je partner waarschijnlijk (terecht) zeggen: ‘Je vraagt me zeker alleen naar de film, omdat je denkt dat ík dat leuk vind, je moet het wel zélf leuk vinden.’ Wat je op zo’n moment ook doet: het is eigenlijk nooit goed. Deze catch-22 wordt binnen de relatietherapie ook wel eens de ‘doe spontaan’-paradox genoemd.

Misschien is het je al opgemerkt: ook psychische klachten zijn heel vaak self-fullfilling prophecies en ontstaan doordat de zogenaamde oplossing juist het probleem is:

Niet willen blozen.
Een erectie proberen te krijgen.
Een ongedwongen date willen laten ontstaan
Willen of eisen dat een ander jou accepteert zoals je bent.
Een verlichte Boeddha willen worden.
In slaap proberen te vallen.

Deze toestanden kunnen niet direct door wilskracht, discipline of inspanning bereikt worden. Iemand die een onhaalbaar doel nastreeft of probeert een moeilijkheid op te lossen die onoplosbaar is kan nooit winnen. Bij dit soort paradoxen wordt met inspanning een situatie gewenst en nagestreefd die alleen spontaan kan ontstaan zoals: ontspanning, seksuele opwinding of gezelligheid. Iemand die niet spontaan in slaap valt en probeert actief te ontspannen maakt het zichzelf extra moeilijk. De focus om in slaap te komen, houdt de persoon juist wakker. Een erectie willen krijgen om jouw partner niet te falen, maakt dat je niet geniet van de strelingen van je sekspartner en dat de erectie juist uitblijft. Net als de Boeddha een verlicht, vredig wezen zonder verlangens willen worden, is op zichzelf een verlangen dat die vrede in de weg staat.

Hoe harder onoplosbare doelen verwacht worden, hoe groter het lijden want datgene wat nagestreefd wordt, valt niet binnen iemands persoonlijke controle. In die gevallen maakt de inspanning de kloof juist groter omdat de inspanning zelf het probleem veroorzaakt.

Bovendien, hoe langer iemand zo’n ideaal nastreeft (een perfecte relatie, spirituele verlichting, een leven zonder pijn, werelddominantie, controle over je gedachten) en hoe meer iemand daarin investeert en faalt (iets wat zeker is), hoe krampachtiger iemand zich waarschijnlijk aan dat ideaal zal willen vasthouden. Dit wordt ook wel de illusie van de investering genoemd. Je hebt immers moeite gedaan en geïnvesteerd: dat wil je niet zomaar loslaten. Hierom zullen sommige mensen liever sterven voor hun idealen dan toegeven dat ze gevangen worden gehouden door een illusie.

Nu komt een nog wildere claim: ook psychotherapie kan een catch-22 worden. Als de therapeut doet alsof zijn cliënt actief aan de oplossing van een catch-22-probleem kan werken, houdt de therapeut het probleem van zijn cliënt juist in stand. Het actief werken aan een het probleem bevestigt juist dat het probleem bestaat. Als een therapeut dit niet beseft kan zijn goedbedoelde werk juist averechts werken.

Het enige wat de zoeker kan doen is herkennen dat hij klem zit in een onoplosbare paradox. Dat ís de oplossing. Meer is niet nodig.

* Hopelijk onnodig te zeggen, maar ik heb geen moeite met homoseksualiteit. Ik had er moeite mee dat mijn schoonmoeder deed alsof ze mij beter kende dan ik mezelf.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en paragrafen worden automatisch gesplitst.