De communicatieregels: wat wil je nou écht zeggen?

Hij praat, zij luistert

De kern van elk relatieprobleem klinkt ongeveer zo: ‘Ik voel mij tekort gedaan. Je geeft mij iets niet of te weinig.’ Dat iets is dan bijvoorbeeld vrijheid, complimenten, aandacht, seks, de autosleutels. Het is essentieel te ontdekken wat dat iets is voordat jullie vervallen in vage verwijten en eindeloze welles-nietesdiscussies. Pas als jullie allebei weten wat dat iets is, pas dan kunnen jullie erachter komen of je dat iets aan elkaar kunt en wilt geven. Partners kunnen echter urenlange discussies voeren zonder te specifiëren wat dat iets is.

Zij (teleurgesteld): ‘Ik vind het belangrijk dat je er voor elkaar bent.’
Hij: ‘Ja, wie vindt dat niet?’
‘Ik merk daar bij jou dus helemaal niks van.’
‘Onzin, ik ben er altijd voor je als het nodig is. Weet je best.’
‘Waar was je gisteren toen ik het zo moeilijk had?’
‘Ik was bezig in het magazijn met Cees, ik kan toch niet zomaar weggaan?’
‘Dus, je bent er gewoon niet voor me als het écht nodig is.’
‘Ik wist niet dat je er zo doorheen zat.’
‘Ik zei vorige week al dat ik gisteren dat gesprek had en de hele tijd zenuwachtig was.’
‘Duh, ik had je toch meegenomen naar Carré omdat je wat ontspanning nodig had.’
‘Ja, maar dat vind jij gewoon zélf leuk, heeft niks met mij te maken.’
‘Hoezo? Moet ik dan iets doen waar ik zelf geen zak aan vind?’
En. Zo. Eindeloos. Voorts.

Wat gaat hier mis? Het blijft onduidelijk wat ‘er voor elkaar zijn’ betekent. En omdat ze dat niet concreet maken, blijft hun communicatie verwarrend. Hij probeert vooral iets troostends te zeggen, waardoor zij stopt met verwijten. Maar omdat hij niet weet wat ze nou echt bedoelt, en er niet naar vraagt, zegt hij steeds het verkeerde en jaagt hij haar juist verder op de kast. Andersom geeft ze hem ook geen kans. Vragen stellen en onbevooroordeeld luisteren is oneindig veel belangrijker dan ervan uitgaan of raden dat je weet wat de ander bedoelt. Alleen zo corrigeer je elkaar en kom je tot de kern van het conflict. Het gesprek had ook zo kunnen lopen:

Zij: ‘Ik vind het belangrijk dat je er voor elkaar bent.’
‘Ja, ik ook, maar wat bedoel je daarmee? Ik kan je gedachten niet lezen.’
‘Je weet toch hoe belangrijk die baan voor me is. Dat had je toch wel zelf kunnen bedenken. Toen ik je belde had ik je nodig, ik wilde dat je naar me toe kwam of zo.’
‘Ik ben geen helderziende. Hoe kan ik weten dat jij dat wilt als je me dat niet vraagt?’
‘Oké, dat had je toch kunnen raden? Was je wel gekomen als ik het had gevraagd?’
‘Ja!’

Er voor elkaar zijn betekent in dit geval: ‘Haal me op en steun me als ik me zo slecht voel.’ In een andere situatie kan het betekenen: ‘Sms me als je later thuiskomt dan verwacht. Zet me niet voor schut bij je vrienden. Laat blijken dat je het waardeert als ik voor je gekookt heb.’

Partners zeggen vaak in vage bewoordingen wat ze van elkaar missen. ‘Neem me nou eens serieus.’ ‘Ik wil dat je er vaker voor me bent.’ ‘Ik wil meer qualitytime.’ ‘Ik voel me niet bijzonder voor jou.’ Partners denken soms te begrijpen wat de ander hiermee bedoelt, maar als je deze uitingen niet specificeert weet je eigenlijk niet concreet wat de ander bedoelt.
Als twee partners dezelfde woorden gebruiken, betekent het lang niet al- tijd dat die mensen ook hetzelfde bedoelen. Wat bedoelt je partner met liefhebben, eerlijk zijn, een opgeruimd huis, enzovoorts? Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Neem een opgeruimd huis: is dat één keer per week schoonmaken? Of drie keer? Is het de afwas doen en geen kleren laten rondslingeren? Of moeten de vloeren ook geveegd en gedweild? Misschien ziet je partner dat anders dan jij. Daar moet je dus achter komen, voordat je de ander allerlei verwijten naar het hoofd slingert als: ‘Je bent een smeerpoets!’

Hieronder krijg je een paar communicatieregels om meer uit je relatie te halen.

1. Uit kritiek als positieve vraag of wens en niet als verwijt
Een formule uit eigen stal: hoe meer jij denkt recht te hebben op aandacht, seks of liefde van je partner, hoe kleiner de kans dat je die krijgt. Een relatie is geen contract met absolute rechten en plichten, jouw partner is jou helemaal niets verplicht. En als je steevast niet krijgt waar jij behoefte aan hebt, dan kun je – in plaats van kniezen, klagen of schelden – duidelijker aangeven waar je wel behoefte aan hebt. Klaagzangen en verwijten brengen elke relatie in gevaar. Het is besmettelijk: je partner gaat hetzelfde doen. Het uiten van een wens of vraag zorgt voor betrokkenheid en vergroot de kans dat je partner positief reageert.
‘Weer op pad? Je doet veel leukere dingen met je vrienden dan met mij!’
‘Alsof jij de laatste tijd zo leuk bent om iets mee te doen.’
‘Vind je het leuk om vrijdag samen naar het strand te gaan? Ik heb die dag vrij.’
‘Ik zou met Marie sporten, maar dat kan eventueel ook op woensdag. Ik bel haar zo even.’
Verwijten zijn niet altijd als zodanig herkenbaar. Hieronder zie je de verschillende gedaanten waarin het verwijt zijn lelijke kop opsteekt. Vermijd ze, stuk voor stuk.

Pas op voor de waaromvraag
Partners verschuilen zich regelmatig achter ogenschijnlijk ‘redelijke’ vragen die stiekem een stekend verwijt inhouden. De ‘waaromvraag’ leidt bijna altijd tot een discussie. De vraag ‘Waarom doe je dat toch telkens?’ roept bij je toehoorder de neiging op om zich te verantwoorden. ‘Ik doe het omdat ik haast heb en geen tijd heb voor jouw gezeik!’ Dat antwoord krijg je niet als je je vraag anders formuleert: ‘Ik weet dat je het druk hebt, maar kun je nog de woonkamer opruimen zoals je had beloofd?’

Laat oude koeien in de sloot
We houden allemaal een kasboek bij van de dingen die de ander ooit verkeerd heeft gedaan. Hoe vaker een partner over de schreef gaat, hoe meer negatieve gevoelens opgestapeld worden en het vertrouwen afbrokkelt. Sommige partners zullen bij elk nieuw voorval een vers bijgewerkt cv’tje van hun partner erbij pakken. Logisch om oude koeien uit de sloot te halen wanneer je je partner niet meer vertrouwt. Hoe gerechtvaardigd het ook voelt, het zorgt niet voor het gewenste effect: namelijk dat je partner het nu wel goed doet. Probeer het verleden erbuiten te houden als je het huidige conflict wilt oplossen. Het gevaar van oude koeien is dat je ruzie krijgt over iets wat nu niet aan de orde is.
‘Je zegt wel ja, maar ik ken je: dan doe je het gewoon weer niet. Laatst zat je lekker in de kroeg.’
‘Niet zeuren, ik was vergeten dat ik had afgesproken met Toon.’
Ook de volgende uitspraken zijn dodelijk voor een constructief samenzijn – ofwel omdat ze verlammend werken, ofwel om- dat ze irrelevant zijn:
‘Het is je nog nooit gelukt om clean te zijn, het gaat je nu ook niet lukken.’
‘Ach, jij bent toch zelf ook vreemdgegaan in een vorige relatie, nu weet je eens hoe het is als een ander dat bij jou doet.’

Geen etiketten en labels
Etiketten en labels saboteren de mogelijkheid van je partner om positief te reageren en te veranderen. Ze werken als selffulfilling prophecy. Woorden als: ‘altijd’ en ‘nooit’ in combinatie met de persoonsvorm ‘jij bent’ zijn veroordelingen voor het leven. Logisch dat iemand daartegen in verzet gaat. In plaats van een stempel te drukken, kun je beter het gedrag veroordelen en een alternatief suggereren. De kans dat ie- mand daar wat beter op reageert is een stuk groter. Dus niet: ‘Jij bent aartslui, net als je vader, ik ga zelf wel weer naar de apotheek. Aan jou heb ik niets.’

2. Wees concreet, direct en transparant, tenzij…
Veel partners zwijgen liever dan dat ze de moed verzamelen om aan te geven waar ze écht behoefte aan hebben. Deze ‘luiheid’ voorkomt strijd op de korte termijn, maar brengt partners op de lange termijn in de problemen. Relaties kunnen daardoor in alle rust scheefgroeien tot op het punt dat herstel moeilijk wordt. Hoe vager de communicatie, hoe meer speling en ruimte er is voor misverstanden en groeiende onvrede.

Spreek voor jezelf
Wil je dat je partner iets van je aanneemt? Vermom jouw wensen niet door te doen alsof ze van een ander zijn en verwoord ze niet alsof het algemene waarheden zijn. Deze oneerlijke trucs lokken onnodig een discussie uit. Het is oneerlijk, want je vermijdt te zeggen wat jíj van je partner verwacht. Liever niet:
‘Het is voor je eigen bestwil om minder te drinken. Mijn moeder zei laatst ook dat je er verrot uitzag.’
‘Wat? Je moeder? Die ziet er zelf uit als een zombie. Het is mijn leven, ik doe verdomme wat ik wil.’
Zeggen wat jíj vindt of verwacht zorgt voor een eerlijker gesprek: ‘Ik zou graag willen dat je iets minder drinkt als we samen uit zijn, ik vind je zó vervelend doen en jouw katers geven mij ook hoofdpijn.’

Door stelselmatig de persoonsvorm ‘ik vind’ te gebruiken doe je de relatie veel plezier. Het is voor je partner veel makkelijker om positief en duidelijk te reageren als jij je niet verschuilt achter indirect, verhullend taalgebruik. ‘Men vindt’, ‘Het is’, ‘Iedereen weet’, ‘Je weet best’, ‘Dat doe je gewoon niet’. Het gesprek neemt hierdoor al snel de vorm aan van een discussie.

Niet stiekem saboteren, assertiever worden
Het is lastig om voor jezelf op te komen als je een dominante of erg principiële partner hebt. Vooral als je zelf wat zachtaardiger bent. Je zult misschien de neiging hebben om toch te doen waar je zin in hebt en de wensen van je partner saboteren, op zo’n manier dat je partner je niet kan beschuldigen. Vaak met excuses, als: ‘Sorry, ik kan niet mee naar het concert. Zo’n hoofdpijn weer.’ Als dat te vaak gebeurt, saboteer je ook de kans op een gelijkwaardige relatie. Jouw wensen zijn evenveel waard als die van je partner. Verman jezelf en zeg vaker wat jij wilt. Je partner zal misschien aan die nieuwe kant van jou moeten wennen, maar je leven wordt er op lange termijn wel beter op.

Het gevaar van de ‘wees spontaan’-paradox
Er is een belangrijke uitzondering op mijn pleidooi voor directe communicatie. Er zijn situaties waarin transparantie en directheid juist averechts werken. Dat gebeurt bij de zogenaamde ‘wees spontaan’- paradox. Deze paradox ontstaat doordat een van beide partners een onmogelijke verwachting uitspreekt. Vaak wordt van de ander verwacht dat die iets doet én dat nog leuk vindt ook. Iets leuk vinden kun je natuurlijk niet afdwingen. Net zoals een gezellige sfeer, ontspanning of lust.

‘Je moet meer uit jezelf vertellen.’
‘Waarom lach je niet, het is een supermooie dag.’
‘Je moet meer initiatief tonen, alles gaat van mij uit.’
‘Ik wil dat je vaker belt, maar wel omdat je dat zelf wilt.’ ‘Spreek mij vaker tegen: je hebt geen ruggengraat.’
Deze (niet als zodanig herkenbare) commando’s’ werken verlammend. De ander zal zich gedwongen voelen om op bevel initiatief te tonen, de partner tegen te spreken of interesse te tonen. Dat werkt averechts: de ander zal zich eerder terugtrekken of er- geren (waardoor de een nog meer commando’s afvuurt, enzovoorts). Het is beter deze commando’s achterwege te laten en de ander op een meer indirecte manier te stimuleren: door vragen te stellen, iets voor hem/haar te doen, enzovoorts. De kans dat daardoor die leuke, geïnteresseerde sfeer alsnog ontstaat wordt dan al groter. In het verlengde hiervan ligt de volgende communicatieregel.

3. Luister, vraag en corrigeer misverstanden
De meeste misverstanden hebben ermee te maken dat iemand niet goed luistert, wel veel praat én niet de juiste vragen stelt. Open vragen zijn een basisvaardigheid omdat ze de toehoorder niet in een hoek drukken en het gesprek zich vrijelijk kan ontwikkelen. Je maakt al snel een valse start als je niet open het gesprek in gaat.
Hij: ‘Is Marleen niet onwijs boos dat je niet komt?’
Zij: ‘Eh… beetje misschien. Ze vindt het vooral jammer, volgens mij.’
Hij: ‘Zegt ze dat niet gewoon om jou te paaien?’
Zij: ‘Volgens mij niet. Waarom zou ze boos moeten zijn?’
Hij: ‘Nou, omdat iedereen komt behalve haar bloedeigen zus.
Wat zal je moeder denken?’
Zij: ‘Kan me niks schelen, man.’
Open vragen stimuleren een eerlijk gesprek:
Hij: ‘O, hoe reageerde je zus dat je niet komt?’
Zij: ‘Ze vind het heel jammer, maar ze snapt het wel. We gaan
nu volgend weekend aan dagje naar de sauna.’

Lees geen gedachten, check of het klopt
In de omgang met anderen worden we gedwongen elkaars gedrag te interpreteren. Gedachtenlezen is een vorm van conclusies trekken die tot misverstanden leidt. Veel partners raden de gedachten of intenties van hun geliefden. ‘Oei, ze vindt me vast een vaatdoek sinds ik niet meer sport. Nu al drie weken geen seks meer gehad.’ Zij kan ondertussen denken: ‘Nou, hij doet afstandelijk de laatste tijd, zo heb ik er geen zin in.’

Zo gaan mensen door het leven met allerlei vermoedens en vooroordelen die nooit gecheckt worden. Uit beleefdheid, gewoonte of gêne vragen partners er niet naar. Heel slechte com- municatiestrategie. Zelfs al heb je het vaak bij het juiste eind en ben je gezegend met veel mensenkennis: het zorgt sowieso niet voor een goede sfeer door te doen alsof je beter weet wat je partner voelt en denkt dan hij- of zijzelf. Gedachtelezen kan de sfeer verpesten.
‘O gut, is er weer iemand chagrijnig.’
‘Valt mee. Gewoon een zware dag. Ik ben moe.’
‘Ach man, ik ken je toch. Ben je nog steeds boos vanwege ons akkefietje gisteren?’
‘Waar heb je het over, mens. Ik ben moe.’
‘Ik ben dat passief-agressieve gedrag van jou meer dan zat, weet je dat. Nu ook nog ontkennen.’

Het is beter voor de sfeer om je partner serieus te nemen:
‘O gut, je ziet er niet vrolijk uit. Chagrijnig?’
‘Valt mee. Gewoon een zware dag op het werk. Dat komt zo
wel goed.’
‘Vervelend, was het niet leuk op je werk dan?’ ‘Misschien dat ik er zo over wil praten. Eerst koffie?’

Partners verwachten soms romantische acties die de ander niet in zijn repertoire heeft. Door het er niet over te hebben, nemen ergernissen en misverstanden snel toe. Ga er niet van uit dat je partner weet wat jij wilt of nodig hebt. Misschien kan jouw partner best wat attenter worden, maar als jij niet vraagt of aangeeft wat je wilt, dan geef je je partner geen eerlijke kans. Zorg dat jullie elkaars binnenwerelden blijven herontdekken en prikkelen. Toegegeven, dat is niet met iedere partner makkelijk. We verschillen in de mate waarin we gedachten en gevoelens willen delen. Voor extraverten is deze openheid een standaardneiging, terwijl introverten veel spaarzamer zijn.

Vermijd verbale diarree
Misverstanden en ergernissen ontstaan vaak door een breedsprakige manier van praten. Misschien ben je iemand die veel woorden nodig heeft om een punt te maken, maar in de drang naar volledigheid of zorgvuldigheid gaat de kern van je boodschap bijna altijd ten onder. Je bent je publiek kwijt. Verdronken in een woordenvloed. Voordat je je partner verwijt niet te luisteren: misschien is het beter om eerst stil te staan bij wat nou eigenlijk de kern van je boodschap is. Kom snel ter zake, dan kun je later nog uitweiden over de details.

Hein: ‘Ik kan niet vaak genoeg zeggen dat je wel eens mag naden- ken over hoe je eigenlijk tegen mij doet… laatst ook, staan we blabla… doe je weer zo raar. Mag ik niet gewoon zelf weten wat ik aantrek… ga je weer lopen muggenziften over die blabla… ik heb ze net nieuw gekocht en ja sportschoenen lopen gewoon lek- ker… mag ik gewoon lekker na mijn werk op sportschoenen lo- pen? Nee echt hoor, blabla… doe je gisteren even aardig, maar vergeet ik de vuilnisbak buiten te zetten, krijg ik weer zo’n blik. Dan weet ik hoe laat het is… moet ik zeker weer blabla… nou daar pas ik voor, hoor. Wat dat betreft lijk je op je moeder… ja, vind ik echt… je moeder doet ook zo tegen je vader blabla.’
Sofie: ‘Whatever….’

Hou het relevant: vermijd debatteertrucs
Een ander nadeel van lange betogen: ze bieden de ander de mogelijkheid op een irrelevant punt in te gaan. Iets wat er niet toe doet kan ineens een punt van discussie worden. Als jij je hierin herkent: stop met deze de- batteertruc. Inhaken op foutjes of zaken die irrelevant zijn maken van je communicatie een doolhof zonder uitgang.

Sofie: ‘Hé, dit weekend eindelijk de zolder opknappen?’
Hein: ‘Ja, dag. Zodat jij die lekker kunt volproppen met al jouw troep. Ik heb wel wat beters te doen.’ (Irrelevant)
Sofie: ‘Wat? Dat zien we later wel toch. We hadden het afgesproken, weet je nog? Ik heb speciaal een uitje afgezegd.’
Hein: ‘Ja, maar zo belangrijk vind jij die zolder helemaal niet. Ik hoor je er verder nooit over. En dit weekend wordt het mooi weer.’ (Allemaal irrelevant)
Sofie: ‘Hé, zullen we dit weekend de zolder opknappen?’
Hein: ‘O ja, shit, dat hadden we afgesproken. Kunnen we het niet toch het weekend daarop doen? Het wordt lekker weer en ik had een heftige week: ik zou eigenlijk wel dagje naar de boot wil-
len?’
Sofie: ‘Ik had me er eigenlijk wel op verheugd, maar zeilen is natuurlijk ook leuk.’

Nee tegen de omdraaitruc
Wat voor jou geldt, hoeft niet voor de ander te gelden. Een veelgebruikte truc is onrechtmatig zaken omdraaien: ‘Jij mag van mij toch ook een avond doorzakken zonder het te laten weten.’ Dat verwijt is irrelevant: als het voor je partner wél belangrijk is, dan is dát de kwestie waar je het over zult moeten hebben.
Als je samen bent, denk je soms voor twee. Jouw acties en nalatigheden hebben effect op de ander. Als jij rommel prima vindt, betekent dat niet dat je níét mee hoeft te doen aan het huishouden. Datzelfde geldt voor vreemdgaan, drinken, schelden, familiebezoek. Je partner heeft hierin waarschijnlijk andere behoeften – en dat is prima – en jullie zullen hierin een aanvaardbare balans moeten vinden. Compromissen horen bij een harmonieus samenzijn.
‘Jezus, man. Ik was ongerust, waarom liet je me niet weten dat je pas zo laat naar huis zou komen?’
‘Sorry, schatje, die borrel liep wat uit, volgende keer zal ik bellen als ik later kom. Ik was vergeten dat jij daar meer moeite mee hebt dan ik.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *