Therapiewijzer: welke therapeut of coach is geschikt voor mij?

Stel, je steekt al een tijdje niet lekker in je vel. Je piekert veel, slaap slecht, twijfelt aan jezelf en maakt je zorgen over de toekomst. Je besluit – misschien voor het eerst in je leven – een psycholoog in de hand te nemen. Hoe werkt dat?

In theorie is het simpel: jouw huisarts verwijst je gewoon naar een goede therapeut. Eentje die professioneel, wijs en aardig is en jou van je specifieke klachten afhelpt. Daar heeft hij/zij immers voor geleerd. Werkt het ook zo?

De praktijk is helaas weerbarstiger. Een therapeut uitzoeken voelt voor veel mensen als het nemen van een wilde gok. Niet vreemd: er zijn inmiddels tientallen, nee honderden psychotherapieën geregistreerd. En als je alle coachingsmethoden meerekent wordt de markt nog groter. Therapeuten en coaches die het bovendien niet altijd eens met elkaar en de theorieën en technieken lopen soms sterk uiteen. Cognitieve gedragstherapie, mindfulness, EMDR, psychoanalyse, RET, NLP zijn slechts de wat bekendere therapiesoorten met een eigen aanpak. En als je in de reguliere hoek bent uitgekeken, valt er nog een hele alternatieve wereld te ontdekken waar helderzienden, Reiki-masters en chakra-healers klaarstaan om je geestelijk op te frissen.

Therapeut A wil jou vooral inzicht geven in je verleden, therapeut B wil jou juist van alles in het hier en nu laten doen en ervaren. Psychiater A raadt pillen aan om een ‘breintekort’ aan te vullen, psychiater B denkt eerder aan rust, beweging en groepstherapie. Coach A wil jou leren accepteren en loslaten, terwijl coach B jou juist motiveert om vol voor je dromen te gaan. Hoe weet je wat voor jou de juiste weg is?

Waarom is er zo weinig eenduidigheid in de therapeutische wereld?

Psychische klachten zijn moeilijker te duiden dan – pak ‘m beet – hoofdpijn of een maagzweer. Het gaat meestal om een complexe wisselwerking tussen jouw gedachten, gevoelens, gedragingen en omgeving die jou gelukkig dan wel ongelukkig maken.

Soms is één onverwerkte ervaring de bron van ellende, vaker ligt er een mix van vage en minder vage oorzaken aan psychische klachten ten grondslag. Klachten die bovendien invloed op elkaar hebben en elkaar versterken. Weinig zelfvertrouwen, slecht slapen, een lastige relatie, ziekte, reorganisatie op het werk. Allemaal zaken die kunnen zorgen voor ruis in lichaam en geest. De vragen ‘waar heb ik precies last van?’ en ‘hoe en in welke volgorde los ik het op?’ zijn niet makkelijk beantwoord. Bovendien is de menselijke geest een placebo-machine: als jij gelooft dat de therapie werkt dan is dat soms al voldoende om jou uit de rats te krijgen. Hierom kan elke therapeut zijn eigen therapie aan de man brengen.

Er bestaat geen therapeutisch equivalent van de zwaartekrachttheorie. Een baksteen valt voorspelbaar volgens de dezelfde natuurwetten naar de aarde, maar een succesvolle gedragsverandering valt veel lastiger te voorspellen. Zoals het gezegde gaat: ‘Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden.’

Maar ik hoor je denken: Reguliere therapie is toch wetenschappelijk bewezen: al dat onderzoek naar therapie moet toch wel een goede leidraad geven?

Nou, nee. Meer dan 50 jaar onderzoek laat zien dat therapie voor de meeste psychische klachten beter is dan geen therapie: bij zo’n 60 procent van de klachten worden blijvende resultaten behaald. Maar het effect is klein: veranderen is gewoon moeilijk.
Bovendien – en dat is nog ongemakkelijker – het maakt verder heel weinig uit welke therapie dat precies is. Verschillen in effectiviteit van al die therapieën zijn verwaarloosbaar.

Zelfs therapieën die inhoudelijk tegenstrijdige boodschappen verkopen doen het ongeveer even goed. Ook ervaring, scholing en status van de therapeut maken weinig verschil. Tot slot lijken placebotherapieën en alternatieve therapieën (voornamelijk bij klachten als depressie) het ongeveer even goed te doen als veel echte therapieën.

Hoe kun je nou eigenlijk verklaren dat bijna alle therapiesoorten – zelfs als ze inhoudelijk tegenstrijdig aan elkaar zijn – ongeveer even effectief zijn? Dat komt doordat al die ‘verschillende’ therapieën gemeenschappelijke factoren met elkaar delen. Psychologen noemen dit ook wel de non-specifieke factoren van therapie: de motivatie van de cliënt, het placebo-effect, een goede band met de therapeut en alleen het al het verstrijken van de tijd zorgen dat klachten verminderen of verdwijnen. Bovendien wordt er in elke therapie wel ‘iets’ gedaan dat de klachten ten gunste beïnvloedt.

1. Elke therapie stimuleert je ‘iets’ te doen wat jouw klachten beïnvloedt.
Deze gedragsexperimenten kunnen van alles zijn: sporten, sociale contacten opzoeken, ‘nee’ zeggen tegen je baas, mediteren, stoppen met drinken. Het is geen rocket science: door je gedrag een tijdlang te veranderen, eh… verandert je gedrag. Mensen die zich een tijdlang anders gedragen, voelen zich na verloop van automatisch anders. Fake it, until you make it is voor veel klachten een prima therapeutisch motto.

2. Elke therapie dwingt je om jouw probleem echt onder ogen te komen en niet meer te vermijden.
Mensen hebben van zichzelf de neiging om pijn en ongemak te willen vermijden, maar om te groeien moet je soms je angsten confronteren. Iemand die zijn angst voor spinnen en openbare praatjes, een trauma uit de jeugd en onvrede over de relatie constant uit de weg gaat, komt ook niet van die klachten af. Vaak moet je gewoon eerst je spoken confronteren aangaan, voordat ze minder eng worden of verdwijnen. Deze confrontatie met je angsten wordt in therapeutentaal ook wel exposure (blootstelling) genoemd. Een trauma wordt alleen minder wanneer de schokkende gebeurtenis op gecontroleerde manier wordt herbeleefd.

3. Elke therapie stimuleert je om anders naar je klachten te kijken.
In plaats van dat je jouw onzekerheid of angsten veroordeelt, kun je jouw klachten ook leren begrijpen of in een ander daglicht zien. Iemand die uit alle macht probeert niet te blozen heeft een probleem, iemand die zijn blooswangen als iets menselijks, en zelfs charmants, leert zien, heeft er direct minder last van.

Kortom, welke therapie je ook neemt, de kans is groot dat er ergens in de vicieuze cirkel waarin je vastzit – in de keten van gedrag, gevoel en gedachten – een doorbraak ontstaat. Als de therapeut – van welke therapeutische school ook – autoriteit uitstraalt, goed aansluit bij de beleving van zijn cliënten, hen vervolgens met hun spoken en blinde vlekken confronteert en motiveert te experimenteren met nieuw gedrag, dan zullen zijn diensten steevast bij een aantal klachten helpen, en bij andere (bijna) niet.

Hoe kies je nu een therapeut die goed bij je past?
Uiteraard geeft elke therapeut een iets ander antwoord. Dit zijn mijn persoonlijke handvatten:

Goede therapeuten zijn over het algemeen invoelend, niet-veroordelend, ondersteunend, stralen autoriteit uit en geven je hoop op een betere toekomst. Een paar zaken waar je tijdens de therapie op kunt letten:

Een goede therapeut…

– laat jou niet zwemmen, maar geeft duidelijkheid over zijn visie, heeft een plan van aanpak en een bijhorende planning waarin hij/zij ondertussen met jou evalueert of het de goede kant opgaat. Als jij niet snapt waarmee je eigenlijk bezig bent, dan is dat geen goed teken.

– zal vage klachten proberen concreet, helder en liefst meetbaar te maken. Als jij concreet weet wat je wilt, en concreet wat je daarbij in de weg staat, dan is verandering een stap dichterbij. Een kleine periode waarbij klachten bijgehouden worden is vaak een belangrijk hulpmiddel, en een voorbode van echte verandering.

– houdt zich niet strikt aan een handboek, maar stemt de sessies af jouw wensen, doelen en opvattingen. De favoriete oplossingen en voorkeuren van de therapeut hoeven niet de jouwe te zijn. Hij moet ze daarom niet opdringen. Een goede therapeut heeft oog voor de oplossingen en suggesties die jij zelf aandraagt.

– dringt nooit zijn eigen vooroordelen, normen en waarden aan jou op. Een goede therapeut is net als jij een mens met eigen verlangens, normen en waarden. Maar hij is ook getraind om die zoveel mogelijk buiten de therapiekamer te houden.

– probeert jou niet bij zich te houden. Vooral zelfstandige therapeuten hebben een tegenstrijdig belang. Aan de ene kant ben jij hun broodwinning, aan de andere kant is het hun doel jou zo snel mogelijk weer klachtenvrij de wereld in te sturen. Een leuke vriendschappelijke band met je therapeut is misschien fijn, maar is het echt wat je nodig hebt?



– – is niet bang voor jouw kritiek, voelt zich niet persoonlijk aangevallen en zal het niet laten jou te confronteren als hij denkt dat het nodig is. Wees niet bang kritisch te zijn en openlijk te twijfelen aan het nut van de therapie als jij er geen heil in ziet.

Als je na een paar sessies voelt dat er niks verandert of dat je vertrouwen verliest in de therapeut dan is dat een teken om dat eerlijk te bespreken en eventueel afscheid te nemen.

Verschillen in therapie

Ondanks dat elke therapie een eigen taaltje en structuur hebben ontwikkeld zijn ze onder te verdelen op een paar dimensies. De accenten worden verschillend gelegd, maar de overlap is enorm. Het is deels aan jou om te bepalen wat jou het meest aanspreekt. Je kunt een therapeut op onderstaande dimensies uitvragen.

Focus op heden of verleden?

Sommige therapeuten richten zich op het verleden: vooral op de beslissende momenten en ervaringen die jouw leven richting hebben gegeven. Het idee is dat inzicht in het verleden helpt om klachten in de toekomst te vermijden of aan te pakken. Meer oplossingsgerichte therapeuten geven het verleden een beperkte rol en kijken vooral naar hoe jouw klachten zich in het hier en nu in stand houden. De vraag ‘wat houd je hier en nu tegen om klachtenvrij en gelukkig te zijn?’ interesseert hen meer dan de vraag ‘waar komt je probleem vandaan?’ In die hoek zit ik ook: graven in het verleden verdient geen hoofdrol, tenzij je last hebt van onverwerkt leed.

Focus op inzicht of gedrag?

In bijna elke therapie is inzicht belangrijk. Inzicht in hoe klachten in stand worden gehouden en waar de klachten eventueel vandaan kunnen komen. Waar sommige therapieën vooral bestaan uit praatsessies en inzichtgevende opdrachten (lezen, schrijven, praten), is er een andere groep therapeuten die meer actie van hun cliënten verlangen. Zij gaan ervan uit dat dingen ‘anders doen’ meer effect heeft dan alleen ‘anders denken’. Het creëren van nieuwe ervaringen kan veel invloed hebben op zelfvertrouwen, motivatie en zelfredzaamheid. En vaak duurt het gewoon een tijd voor nieuwe gewoonten in je systeem verankerd raken.

Korte of lange behandeling?
Therapieën verschillen in duur. Hoewel de duur afhankelijk is van het type klachten zijn veel therapieën tegenwoordig kortdurend. Niet alleen om economische redenen: uit onderzoek, blijkt dat kortdurende therapieën (5-15 sessies) vaak net zo goed werken als de langdurende of voortdurende therapieën (waarbij geen afgesproken tijdsraam is). Kortdurende therapieën hebben als voordeel dat iemand niet afhankelijk wordt van de therapeut.

Volgende of sturende sessies? 
Waar het vroeger not done was om sturend op te treden, wordt dat tegenwoordig juist vaker gedaan, omdat het verandering stimuleert. In een ‘volgende therapie’ gaat de de therapeut mee met het tempo, de associaties en verlangens van de cliënt zonder al teveel in te grijpen. Praten en inzicht vergaren is daar het doel. De cliënt kan, in samenspel met de therapeut op zijn eigen tempo ontdekken wat belangrijk voor hem is. In sturende therapieën wordt de cliënt meer gestuurd om dingen anders aan te pakken. Er worden zelfs afspraken gemaakt. Hier is ‘doen’ het belangrijkste element.
.
Vast protocol of niet? 
Vroeger had je een strikte scheiding van therapeutische scholen. Ze hadden allen hun eigen methodes en technieken. Tegenwoordig gaan therapeuten vaker vreemd: omdat elke client iets ander verlangt en niet alles voor iedereen werkt, gebruiken therapeuten tegenwoordig elementen uit verschillende therapieën die hun praktisch nut hebben bewezen. Veel therapeuten werken tegenwoordig ook samen met psychiaters en andere specialisten.

Online schrijftherapie of face-to-face?

Welkom in de moderniteit: tegenwoordig verloopt therapie steeds vaker via het internet. Werkt het ook? Ja. Volgens diverse onderzoeken geeft online therapie goede resultaten, vergelijkbaar met face-to-face therapie. Zo’n 80 procent ervaart een duidelijke vermindering van de klachten en voelt een band met zijn ‘digitale’ behandelaar. Het grootste voordeel van online hulp is dat de cliënt en therapeut zelf bepalen waar en wanneer ze werken. Je kunt het in je eigen tempo, vanuit het comfort van je huis doen. Ook schrijven heeft voordelen: het dwingt je goed in te zoomen op je gedachten doordat je ze concreet opschrijft. Dat komt de bewustwording altijd ten goede.

Pillen of niet?

Psychologische klachten zijn subjectief. Er is geen apparaat dat objectief kan aantonen hoe jij je voelt of wat de beste methode is. Dat geldt ook voor het gebruik van pillen, zoals antidepressiva, anxiolytica, adhd-medicijnen, slaapmiddelen. Medicijnen werken, maar hun effectiviteit is niet onomstreden. Hoewel het wat mij betreft de voorkeur verdient om altijd het eerst zonder medicijnen te proberen, kan het in sommige gevallen nuttig zijn – in ieder geval voor een bepaalde periode – medicijnen te nemen. Het kan je uit een moeilijke periode halen, zodat je je leven sneller op de rit hebt.

Samen of alleen in therapie?

Soms wordt een probleem als een individuele aangelegenheid gezien terwijl de relatie- of gezinssituatie de klachten juist in stand houdt of verergert. Bijvoorbeeld omdat de partner het zelfvertrouwen van de cliënt onbewust saboteert. Dan is het goed die partner bij het veranderingsproces te betrekken. Systeem- of relatietherapie betekent dat een therapeut niet alleen de cliënt met zijn individuele klachten en wensen begeleidt, maar ook het systeem (meestal de relatie of het gezin) waarin de klachten optreden. Een therapeut moet hier wel voor opgeleid zijn. Het spreken van een partner en het zien van hun interactie geeft bijna zonder uitzondering heel waardevolle informatie, en de partner kan zo het veranderingsproces van de cliënt ondersteunen. Al is het maar omdat die meer begrip krijgt voor de situatie van zijn/haar partner.

Wetenschappelijk of niet?

Alternatieve therapieën – gebaseerd op geloof en religie – hebben iets wat normale therapieën missen: ze geven betekenis aan menselijk lijden en beloven meer tussen hemel en aarde. Dat geeft hoop. Ondanks gebrek aan bewijs, klinkt het een stuk aantrekkelijker dan het psychologische jargon van reguliere therapie. Alleen al vanwege het placebo-effect behalen ook alternatieve therapeuten (zoals reiki-masters, helderzienden, auralezers, kinesiologen, lichtwerkers, astrologen) ook positieve resultaten bij hun cliënten. Veel alternatieve therapeuten zijn bovendien charismatisch en krachtig door wat ze geloven. Dat kan jou in het beste geval veel vertrouwen, steun en richting geven. De schaduwkant kan zijn dat je afhankelijk wordt van zaken buiten jezelf. In plaats van dat je (het placebo-effect van je) eigen geest de credits geeft, kun je afhankelijk worden van de (soms willekeurige en onbewezen) geloofsels van je therapeut.

Ik wil je niets opdringen, maar geloof niet elke therapeut zomaar op z’n woord. Uit welke hoek dan ook. Er is veel gebakken lucht in de wereld van de zieltjesredderij. Wees kritisch, stel vragen en sukkel niet te lang door met een therapeut die je laat zwemmen. Niet elke therapie, methode of therapeut past bij jouw doelstellingen, klachten of temperament.

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *