Geluksparadox: de mens is gemaakt om geluk na te jagen, niet om het te ervaren

De mens is geëvolueerd om zoveel mogelijk naar geluk te streven, niet om het te ervaren. Naar geluk streven is evolutionair voordelig omdat mensen daardoor hun omstandigheden zullen willen verbeteren, geluk ervaren maakt lui. Dat is de grote geluksparadox. Iets specifieker zijn er twee onderdelen die deze paradox creëren en versterken. Het ene bestaat uit de eigen verwachtingen (en is dus te veranderen), het andere zit in je hersenpan ingebakken (en is onvermijdelijk).

Hoge verwachtingen en vergelijkingsdrang – Ten eerste wordt geluk verhoogd of verlaagd door de eigen verwachtingen en niet zozeer door omstandigheden. Hierom plegen knappe, rijke filmsterren soms zelfmoord, en bestaan er kluizenaars die niets hebben behalve een drinkbeker en in een staat van gelukzaligheid verkeren. Mensen zijn namelijk pas tevreden als hun verwachtingen overeenkomen met de werkelijkheid. Het probleem is: hoe meer welvaart en vrijheid we genieten, hoe meer onze verwachtingen de pan uit rijzen en hoe ongelukkiger we daarvan worden. De moderne tijd, met haar eindeloze keuzeopties en beloften van maakbaarheid, maakt ons niet veel gelukkiger. Het maakt dat we neurotisch blijven zoeken naar meer, beter en grootser. En het kan altíjd beter, want de bewijzen daarvan worden ons dag en nacht door media, commercie en sociale media door de strot geduwd. Denk je eindelijk dat jij het goed voor elkaar hebt met je nieuwe vlam en promotie, zie je op Facebook hoe die oude schoolgenoot zijn fotomodellenvriendin kust nadat hij een prestigieuze prijs heeft gewonnen. Verdomme, is die zakkenwasser toch weer beter af. Net zoals toen hij er op het eindejaarsfeest vandoor ging met het meisje op wie jij het voorzien had.

Het is een treurig feit, maar een op de drie mensen gaat ongelukkiger weg van Facebook dan voordat hij inlogde. Vooral mensen met weinig zelfvertrouwen of echte vrienden kunnen denken dat zij van alles ontberen. Omdat mensen op Facebook eerder de bijzondere aspecten van hun leven delen, kan het jouwe al snel schraal afsteken. Mensen trekken op basis van weinig informatie conclusies die ze alleen maar onzekerder en eenzamer maken. Al die plaatjes van feestende mensen, leuke vakanties en andere memorabele momenten dragen daaraan bij.

Stel je voor dat in jouw leven wél precies gebeurt waar je op hoopte. Je wilde bijvoorbeeld succesvol muzikant worden en na meer dan tien jaar oefenen, talentenjachten aflopen, oefenen, afwijzingen ondergaan, nog meer oefenen, komt daar ineens je grote doorbraak. Je wordt eindelijk opgemerkt door het grote publiek en alle interessante platenlabels willen jou contracteren. Je allergrootste droom, eentje waarvoor je jarenlang alles opzij hebt gezet, wordt bewaarheid. Wereldfaam als muzikant. Groupies bij de vleet. Een prachtige partner. Bewondering van je oude idolen. Je bent een van de weinige stervelingen die zoiets voor elkaar heeft gekregen. Hoe lang denk je dat je van dit succes zou genieten? Net zo lang als dat je ervoor geknokt hebt, zo’n tien jaar dus? Je weet het antwoord intuïtief best, dat is ‘nee’. Het is waarschijnlijker dat je een paar dagen na het grote nieuws alweer met beide voeten op aarde bent beland en begint te stressen over je volgende album. Dat moet natuurlijk minstens zo goed worden als het vorige. Of zoals Jonathan Haidt in zijn boek The Happiness Hypothesis opmerkt: een grote doorbraak of succes voelt meestal niet veel anders dan wanneer je een hele dag hebt gelopen door de bergen, op veel te warme bergschoenen met een iets te grote backpack, om eindelijk je schoenen uit te trekken, je tas in een hoek te pleuren en vanuit een hangmat je eten te bestellen.
Hier hebben we het tweede obstakel: jouw brein is eenvoudigweg niet gemaakt om je permanent gelukkig te maken. Jouw brein kent een biologisch geluksplafond.

Na een korte chemische overwinningsroes maken lichaam en brein zich noodgedwongen klaar om nieuwe beren op de weg te tackelen. Wat je ook bereikt, na een moment van opluchting en euforie went je brein aan de nieuwe situatie en geeft het jou de impuls om weer door te gaan. Ons brein is extreem gevoelig voor kleine verschillen in voor- of achteruitgang als het gaat om het bereiken van specifieke doelen, maar ongevoelig als het gaat om het bepalen van een absolute geluksstandaard. Dat laatste bestaat namelijk niet.

De hedonistische tredmolen – Het is ook interessant te kijken wat er gebeurt wanneer mensen écht een stap terug moeten doen in het leven. Door een tragisch verlies of ongeluk bijvoorbeeld. Wat gebeurt er met mensen als hun ergste nachtmerrie bewaarheid wordt? Bijvoorbeeld doordat ze vanaf hun nek verlamd zijn geraakt door een ongeluk? Er zijn wereldwijd genoeg mensen die dit rampscenario hebben meegemaakt. Denk aan de inmiddels overleden Christopher Reeve, de filmster die wereldberoemd werd als Superman in de gelijknamige filmreeks. Hij was een van de meest succesvolle acteurs ooit, totdat een paardrijongeluk op brute wijze een einde aan zijn triomfantelijke carrière maakte. Hij overleefde de val, maar werd na zijn coma gedegradeerd tot pratend hoofd. Zijn Adonis-lichaam deed niet meer mee. Je zou verwachten dat hij zelfmoord overwoog. Misschien is dat zo, maar een paar jaar later beschreef Reeve het ongeluk als ‘het allerbeste’ wat hem ooit was overkomen.

Wablief? Een intelligente, knappe en rijke filmster noemt zijn verlamming het allerbeste wat hem is overkomen? Je hoeft geen cynicus te zijn om aan de uitspraak te twijfelen. Zou hij zichzelf niet gewoon keihard voor de gek houden om niet zwaar depressief en suïcidaal te worden? Of was Reeve echt een tevredener en gelukkiger mens geworden? We kunnen niet meer in zijn hoofd kijken, maar gelukkig hebben we de onderzoeksresultaten van Dan Gilbert. Deze psychologieprofessor onderzocht ooit tientallen proefpersonen die ofwel miljonair door de loterij waren geworden of, net zoals Reeve, door een ongeluk verlamd waren geraakt. Twee uitersten. De eerste groep bestond uit de grootste mazzelaars die je kunt bedenken, met meer mogelijkheden en vrijheid dan ooit, de tweede groep uit de grootste pechvogels, met minder vrijheid en mogelijkheden dan voorheen. Hij was razend benieuwd hoe deze mensen zich een jaar later zouden voelen. De resultaten verbaasden hem nogal. En jou vast ook, als je het onderzoek tenminste niet kent. Tegen zijn verwachting in bleken beide groepen namelijk min of meer net zo gelukkig als voor hun ongeluk of winnende lot. In de groep miljonairs verslechterden de intieme relaties zelfs ietwat, wat hun geluksgevoel wat temperde. Waarschijnlijk omdat ze niet meer wisten wie er voor het geld met hen omging en wie niet.

De conclusie lijkt ronduit belachelijk. Het maakt voor je geluksgevoel op de langere termijn dus weinig uit of je een vreselijk ongeluk krijgt of de lotto wint? Het is haast niet voor te stellen, maar zijn onderzoek is serieus opgezet. Natuurlijk zegt dit onderzoek niets over specifieke individuen, en het is beter de loterij te winnen dan je nek te breken, maar dit onderzoek is geen toevalstreffer en het klopt met vergelijkbare onderzoeken. De individuele geluksbasis die mensen hebben is – na een periode van ellende of vreugde – veel stabieler dan ze verwachten. Die basis cirkelt rondom een bepaald gemiddelde, wat we in de tussentijd ook meemaken.

Volgens Gilbert geven de meeste mensen zichzelf een zeventje en behalve wat pieken en dalen blijft dat min of meer zo. Kortom: we denken dat specifieke situaties ons gelukkig dan wel ongelukkig zullen maken en we doen er alles aan om het eerste na te jagen en het tweede te vermijden, maar zelfs als dit mislukt, passen we ons mentaal sneller aan dan wij van tevoren inschatten.

Hoe kun je deze resultaten verklaren? In het kort komt het erop neer dat wij de positieve kanten van negatieve ervaringen en de negatieve kanten van positieve veranderingen onderschatten. Onze belabberde voorspellende gaven zorgen er ook voor dat veel mensen onnodig in slechte relaties blijven hangen: ze zien alleen (of vooral) de nare aspecten van de breuk voor zich en niet de nieuwe mogelijkheden. Ze zien een halfleeg bed, een moeilijk gesprek met de kinderen, een eenzame kerst, een gevoel van falen op het jaarlijkse familie-uitje. In werkelijkheid raken mensen met een gebroken hart er gemiddeld sneller bovenop dan ze hadden verwacht. Het duurt vaak een tijdje voordat we ons referentiekader voor geluk hebben aangepast, maar als dat eenmaal gebeurt, voelen we ons min of meer de oude. Andersom verwachten mensen dat hun geluk niet op kan wanneer ze de loterij winnen. Sommigen verwachten zelfs dat al hun problemen in één klap zijn opgelost. Maar als je de loterij wint, kun je nog steeds het slachtoffer worden van de driften van je partner, een rughernia, je dagelijks terugkerende ochtendhumeur, de afwijzingen van een date of potentiële werkgever, enzovoorts. Dat vergeet je op het moment dat je jouw winnende lot verzilvert.

Wij zitten vast in wat psychologen de hedonistische tredmolen noemen. Hoe hard we ook werken, wat we ook verzamelen, hoe aantrekkelijk de persoon ook is met wie we verkering krijgen, echt veel gelukkiger of ongelukkiger worden we er blijkbaar niet van. Afhankelijk van hoe je in het leven staat kan dit inzicht je bevrijden of pijnigen. Ik vind het een bevrijdend inzicht. Met deze inzichten in je achterhoofd kun je focussen op de belangrijke dingen des levens en de juiste prioriteiten stellen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *