De wetenschap achter geluk, liefde en andere waanzin Over geluk, liefde en andere waanzin
(CREDITS)
'Miss Kindeyes' kindergarten class. Uit het boek The little folks of animal land (1915).

Hoe word je wijzer? Een mini-gids

‘Er zijn slechts twee manieren om je leven te leven: doen alsof niets een wonder is, en doen alsof alles een wonder is.’ – Albert Einstein, fysicus –

Er wordt gezegd: wijsheid wordt niet zomaar gegeven. Alleen ‘jaren maken’ of ‘een hoog IQ hebben’ is geen garantie op wijsheid. Wat heb je nodig om harmonieus te leven, jezelf niet voor de gek te houden, een goede band met anderen te onderhouden en te doen wat moreel goed is?

Er is alvast een groot obstakel dat het lastig maakt om wijs te worden. Het is de menselijke geest eigen om zichzelf voor de gek te houden en recht te praten wat krom is. We doen dat meestal om ons huidige zelf- en wereldbeeld intact te houden. Als iemand terecht een kritische noot zingt over jou (of wat je gelooft) kan het een automatisch reactie zijn om die kritiek direct te negeren of te weerleggen. Je ego en overtuiging blijven intact, maar je leert er niks van.

Hoe word je wel wijzer? Hier een paar reminders.

Besef hoe weinig je eigenlijk weet

Je staat er vast niet zo vaak bij stil, maar jouw leven is één groot vraagteken. Eén doorlopend mysterie. Je hebt nu geen enkel idee wat er gebeurt buiten de ruimte en tijd waarvan jij je nu bewust bent. Wat gebeurt er nu in het huis van de overburen of in de straat achter je huis? En in Palermo of Mexico-Stad? Je hebt geen idee. Zelfs in jouw eigen huiskamer ben je omringd door mysterie. Misschien zit je naast je beste vriend of je moeder die je al je hele leven kent, maar weet je echt wat er nu in hun hoofd omgaat? Uiteindelijk ben je zelfs een groot mysterie voor jezelf. Je hebt werkelijk geen idee wat je over tien seconden zult denken, laat staan over een uur of een week. Misschien is jouw lichaam een griepje aan het ontwikkelen zonder dat je daar erg in hebt.

Nog wat willekeurige vragen die jouw onwetendheid blootleggen:

  • – Waar is je bewustzijn als je slaapt?
  • – Wie ben jij eigenlijk als jouw geheugen gewist zou worden?
  • – Waarom heb jij vijf vingers aan elke hand en niet vier of zes?
  • – Waarom hou jij van koffie en een ander niet? Of andersom?
  • – Hoeveel mensen denken op dit moment aan jou?
  • – Hoeveel vogels vliegen er nu boven Amsterdam?
  • – Waarom is je huid niet groen of paars?

Misschien heb je jouw stuitende onwetendheid gesust met antwoorden uit boeken en andermans monden, maar hoogstwaarschijnlijk komen die boeken en mensen ook met halve antwoorden en schijnverklaringen om zichzelf en jou gerust te stellen (want écht weten doen zij ook niet). Elk serieus antwoord nodigt een vervolgvraag uit. Denk aan het kind dat net de waarom-vraag heeft ontdekt.

‘Wat is dat?’
‘Een giraffe.’
‘Waarom heeft ie een lange nek?’
‘Om beter bij de blaadjes te kunnen komen?’
‘Waarom eet ie blaadjes?’
‘Omdat ie dat lekker vindt.’
‘Waarom vind ie dat lekker?’
‘Omdat hij dan gemotiveerd blijft voedsel te zoeken, zodat hij niet doodgaat.’
‘Waarom wil hij niet dood?’
‘Eh, omdat ie wil leven.’
‘Waarom?’
‘Daarom.’

Goed, jij weet, in tegenstelling tot een kind, hoe je zelfstandig in deze wereld kunt overleven – en dat is heel wat – maar verder? Het echte mysterie is dat jij net als dat kind eigenlijk maar weinig weet, maar dat verder niet als een probleem ervaart. Zowel de wereld als jijzelf voelen bekend en vertrouwd. En daar is een evolutionair aannemelijke reden voor: jouw brein is geëvolueerd om het gevoel te ontwikkelen dat jij weet, begrijpt, snapt en herkent. Dat helpt jou om in deze wereld te navigeren. Het zou nogal onpraktisch zijn om continu met open mond stil te staan bij hoe bijzonder en raar het leven is. 

Cognitief gemak

Er komt drinkwater uit de kraan, je moeder is morgen nog steeds je moeder, paarden zijn groter dan honden, de hond van de buren bijt niet. Hoe vaker jij iets ervaart zonder dat het je schaadt, hoe meer datgene bekend en comfortabel begint te voelen. Bekendheid voelt fijn. Na een paar prettige ontmoetingen met de nieuwe buurman (die er aanvankelijk wat gevaarlijk uitzag met zijn tatoeages en brede nek) ga je er op een gegeven moment gewoon vanuit dat het een aardige, betrouwbare man is. En als jij na meerdere ontmoetingen niet door zijn pitbull wordt gebeten, dan kun je erop vertrouwen dat het de volgende keer ook goed gaat. Psychologen noemen dit cognitief gemak. Elke nieuwe stimulus (zoals een voedingsmiddel, dier of omgeving) kan potentieel gevaarlijk zijn, maar als er na herhaaldelijke blootstelling niets vervelends gebeurt dan went je brein eraan en kun je je zorgen daarover laten varen.

‘Een auto die snel op je afkomt, melk die zuur ruikt, een aantrekkelijke voorbijganger die iets te lang naar je kijkt; dat zijn belangrijkere signalen.’

Cognitief gemak is de manier van jouw brein om jou een gevoel van vertrouwen te geven, zodat je beter functioneert en alleen maar hoeft te letten op stimuli die wel potentieel gevaarlijk zijn. Jouw brein is niet gemaakt om verbaasd te zijn over de voorspelbaarheid van de natuurwetten en alledaagse, ongevaarlijke gebeurtenissen. Je brein is juist geëvolueerd om waakzaam te blijven voor nieuwe en vreemde gebeurtenissen die (evolutionair gezien) gevaarlijk of voordelig kunnen zijn. Een auto die snel op je afkomt, melk die zuur ruikt, een aantrekkelijke voorbijganger die iets te lang naar je kijkt; dat zijn belangrijkere signalen.

Je brein maakt continu onderscheid tussen veilige en onveilige stimuli. Veilig voelt goed en maakt dat je datgene kunt negeren, onveilig voelt slecht en maakt dat je alert moet zijn. Toch moet je ‘cognitief gemak’ niet verwarren met ‘betrouwbare kennis’.

Cognitief gemak kan door psychologen heel makkelijk kunstmatig worden gecreëerd. Talloze onderzoeken laten zien dat willekeurige stimuli, zoals nonsenswoorden, nepfeiten of pasfoto’s van vreemden, meer waar, bekender, beter en leuker voelden wanneer proefpersonen er vaker aan werden blootgesteld. Reclamemensen maken hier uiteraard goed gebruik van. Je koopt eerder iets van een bekend merk dan van een onbekend merk als je door de supermarkt loopt. Cognitief gemak verklaart ook waarom wij Paris Hilton en Kim Kardashian als belangrijke beroemdheden zien. Die mensen zijn beroemd omdat ze… eh… beroemd zijn en telkens in de media verschijnen, niet omdat ze iets bijzonders kunnen.

Veel van jouw meningen en vooroordelen voelen ‘waar’, maar zijn dat niet altijd. En de snelste manier om wijzer te worden is ten eerste om vaker te twijfelen aan jouw en andermans ‘waarheden.’

Wees bescheiden: als je iets niet weet, geef het toe

Het meeste is tweedehands kennis dat we hebben aangenomen, omdat we de reputatie van onze kennisbron vertrouwen. Maar dat is gevaarlijk, want lang niet alle kennisbronnen zijn te vertrouwen. En internet duwt ons, zonder dat we het doorhebben, een bepaalde bubbel in. 

Het is lastig te erkennen dat we weinig weten, want we zien onszelf graag als deskundigen en experts. Ook worden we tegenwoordig geacht overal maar een mening over te hebben. Hoe groter je ego hoe lastiger het wordt onderscheid te maken tussen mening of wensgedachte en de werkelijkheid. De werkelijkheid is vaak dat je helemaal niet precies weet waarom je buurvrouw laatst onvriendelijk tegen je deed of waarom die date op je afknapte. En als je weer eens je ongezouten mening hebt over een bekende zangeres of politicus: hoeveel weet je nu écht over die persoon? Hoeveel weet je nu écht over politiek? En over virussen? En voetbal? Wat is er mis met vaker toe te geven: ‘Mmm, ik weet het eigenlijk niet?’ Dat geeft je direct meer ruimte en vrijheid om te onderzoeken hoe het wél zit.
Wijze mensen zijn vaak bescheiden en dat is geen toeval. Bescheidenheid is de bodem waarop echte kennis kan groeien. Wijsheid begint paradoxaal genoeg pas wanneer je ziet hoe weinig je eigenlijk écht weet. 

‘Iets in een hokje kunnen plaatsen voelt vaak als begrijpen, maar dat is het niet.’

Kijk voorbij woorden en labels

De briljante natuurkundige Richard Feynman won ooit een Nobelprijs voor zijn inzichten in de kwantummechanica. Wat maakte hem, volgens eigen zeggen, zo’n grondige wetenschapper? ‘Ik leerde al heel vroeg het verschil tussen de naam van iets weten en iets weten. Je kan de naam van de vogel leren in alle talen van de wereld, maar wanneer je daarmee klaar bent, weet je absoluut niets van die vogel. Dus, kijk naar die vogel en observeer wat ze doet.’
Wij hebben allemaal onze natuurlijke nieuwsgierigheid vervangen door oppervlakkige antwoorden en labels van anderen. We hebben als kind geleerd dat het kennen van een naam synoniem is aan weten. Ik herinner me een moment dat ik met een vriendin en haar zoontje door Artis liep. ‘Wat is dááát?’, riep het jongetje toen het voor het eerst een reusachtig en raadselachtig beest met een nek zo lang als een kleine palmboom zag. Het kind bleef met grote ogen en open mond stilstaan. Terecht, want het is echt een wonderlijk beest! ‘Een giraffe,’ antwoordde de moeder. ‘Herken je het niet uit het Grote Dierenboek?’ ‘O ja, giraffe, giraffe!’, herhaalde het jongetje, ‘Ga nu naar apen?’ Het kind leek perfect tevreden met het kennen van het woord ‘giraffe’, toch was het dier net zo raadselachtig als voor hij de naam wist. Op het moment dat je denkt dat je iets kent, remt dat de nieuwsgierigheid om het nog te willen observeren en begrijpen. Iets in een hokje kunnen plaatsen voelt vaak als begrijpen, maar dat is het niet. Labels bevredigen onze behoefte aan een verklaring, maar vormen soms juist een obstakel om het écht te begrijpen.

Wees comfortabel met onzekerheid, twijfel en onwetendheid

Je kunt best willen dat er leven na de dood is en dat je wordt beschermd door een liefhebbende Goddelijke intelligentie. Begrijpelijk, maar dat verlangen alleen maakt het uiteraard niet waar. Iets níet weten is prima. In plaats van je geest te vullen met schijnkennis kun je beter een open geest houden. Voor mystici, dichters en wetenschappers is dat gevoel van onwetendheid juist wat hen drijft. Niet de jacht naar kennis, maar het onderzoeken van de werkelijkheid zelf is wat hen gelukkig maakt. Door comfortabeler te worden met ‘niet weten’ word je minder vatbaar voor nepkennis en charlatans. 

Voed je nieuwsgierigheid (zonder naïef of achterdochtig te worden)

Nieuwsgierigheid en twijfel geven jou de juiste brandstof om nieuwe dingen te leren. Maar of jij daardoor juist dichter of verder van de werkelijkheid af komt te staan, hangt af van hoe goed jij bent in het onderscheiden van échte kennis en schijnkennis. Het is zowel een valkuil om te veel als te weinig te vertrouwen op anderen. Ook zogenaamde deskundigen, psychologen, coaches, experts, ouders en autoriteiten maken regelmatig fouten of hebben soms andere belangen (geld verdienen), waardoor je hun adviezen mogelijk met een korrel zou moeten nemen. Het tegenovergestelde – achterdocht en paranoia – is ook een grote valkuil. Veel complotdenkers wantrouwen alles wat mainstream is (zoals journalisten, wetenschappers en bekende deskundigen die zich soms jarenlang hebben vastgebeten in bepaalde onderwerpen), maar verder vertrouwen ze volkomen op alles wat alternatief lijkt te zijn. Dan ben je nog verder van huis.

Leer hoe wetenschap en statistiek werken

Nogmaals, de meeste kennis verkrijgen we via derden. Hierom is het belangrijk goed onderscheid te maken tussen betrouwbare en onbetrouwbare kennisbronnen. Wetenschappelijke kennis is de meest objectieve kennis die we hebben, want het maakt onderscheid tussen wat we willen dat waar is en wat de werkelijkheid ons écht vertelt. Het is een proces om de werkelijkheid te leren kennen, het is geen instituut. Over wetenschap bestaan helaas grote misverstanden. Bijvoorbeeld dat ‘wetenschap ook maar een geloof is’ of dat ‘wetenschappers dogmatisch zijn en niet openstaan voor alternatieve werkelijkheden’. Wetenschap probeert de grenzen tussen wat we wél en niet weten juist nauwkeurig in de gaten te houden. De feiten en voorlopige veronderstellingen wijzen de weg, niet onze wensen en vooroordelen. En wetenschappers moeten juist leren van hun missers, want als zij dat niet doen, dan doen hun collegawetenschappers dat wel. Als wetenschapper word je juist bewonderd als je je eigen of andermans eerdere conclusies weet te weerleggen. Bij religies worden ongemakkelijke feiten juist weggewuifd of goedgepraat. Hier lees je meer over wetenschap.

Gebruik woorden eerlijk en zorgvuldig.

Eerlijk taalgebruik zuivert allereerst jouw communicatie met anderen en zorgt dat je daarom meer over jezelf en de wereld leert. ‘Ik vind Nederlanders gierig’ is eerlijker dan zeggen: ‘Nederlanders zijn gierig.’ Nog zorgvuldiger zou zijn: ‘Mijn gebrekkige ervaring met de Nederlanders die ik ben tegengekomen, zegt me dat ze meer op hun centjes letten dan andere wereldburgers.’ Toegegeven, dat laatste klinkt geforceerd, maar zelfkennis en eerlijk taalgebruik gaan hand in hand. 

Einstein schijnt ooit te hebben gezegd: ‘Als je het niet aan zesjarige kunt uitleggen, dan snap je het zelf ook niet.’ Claimt iemand zeker te weten dat – pak ‘m beet – nulpuntenergie, God, de meervoudige persoonlijkheidsstoornis – écht bestaat, laat ze in simpele taal uitleggen hoe zoiets dan precies in de praktijk van alledag werkt (zonder dat ze teruggrijpen op dure woorden en semi-wetenschappelijk jargon). Zie of het dan nog steeds zo zinnig klinkt. En als het dan meer vragen oproept dan beantwoordt, dan kan dat erop duiden dat iemand niet weet waar hij of zij het over heeft.

Gebruik je intuïtie voor complexe levensbeslissingen

Wetenschap zegt natuurlijk niet altijd wat individueel voor jou het beste is. Intuïtie is daarom waardevoller bij complexe beslissingen waarbij jouw subjectieve gevoel doorslaggevend is: de keuze van je huis, partner of carrière bijvoorbeeld. Uit onderzoek blijkt dat gelukkige mensen niet bang zijn om op hun intuïtie te vertrouwen. Dat is niet omdat ze naïef zijn. Gevoelsmatige beslissingen over complexe zaken blijken achteraf meestal beter uit te pakken dan rationele beslissingen. Intuïtie is het resultaat van subtiele aanwijzingen die je onbewust over iets of iemand bij elkaar hebt gesprokkeld.

‘Het vergt eerlijkheid en moeite om je ook in de andere kant van het verhaal te verdiepen, en je eigen oordelen te zien voor wat ze zijn: oordelen.’

Neem risico’s en durf fouten te maken

Om beter te worden in intuïtie, moet je vooral niet te bang zijn om fouten te maken. Van fouten leer je het meest. Mensen die vaker actie ondernemen en beslissingen durven te nemen, leren meer dan mensen die vooral nadenken en piekeren. Veel wijsheid is vaak het gevolg van veel domme beslissingen. En aan jezelf en anderen toegeven dat je iets niet weet of dat je fouten hebt gemaakt is de hoofdroute naar nuttige feedback vanuit je omgeving. Als je het op die manier ziet, kan zelfs kritiek leuk, of op z’n minst interessant, worden.

Krijg oog voor de andere kant van de zaak

Sommige mensen gebruiken al hun intelligentie om zichzelf en anderen te overtuigen van wat zij al geloven. Vooral in deze tijd is het verrassend makkelijk in je eigen bubbel te zitten en ‘bewijzen’ te vinden voor wat je toch al gelooft. Via internet kom je al snel op de pagina’s die jouw geloofsels bevestigen (confirmatiebias). Het vergt eerlijkheid en moeite om je ook in de andere kant van het verhaal te verdiepen, en je eigen oordelen te zien voor wat ze zijn: oordelen. 

Hecht meer aan eerlijkheid en echtheid, dan aan bewondering en sociale status

Het is een gemakkelijke formule: hoe meer je hecht aan persoonlijk gewin – of het nu status, geld of macht is – hoe lastiger het is om eerlijk tegenover jezelf en anderen te zijn. Als jij jezelf als deskundige ziet, dan zul je het lastiger vinden om toe te geven dat je iets niet weet. Om jouw zelfbeeld intact te houden zul je je meningen en vooroordelen eerder willen verdedigen. Hoe sterker het gevoel dat je ‘iets’ te verliezen hebt, hoe meer je zult willen teruggrijpen op illusies. De prijs die je daarvoor betaalt is een beladen geweten, stress, slechte nachtrust en minder betekenisvolle relaties met de mensen om je heen. 

Tot slot

Echte zelfkennis is dus meer dan statische kennis die je uit boeken kunt halen, het heeft meer te maken met bewustwording en opmerkzaamheid van jouw diepere en veranderende drijfveren en behoeften. Je hebt meer aan nieuwsgierigheid, bescheidenheid en een gezonde dosis scepsis dan aan stellige meningen en boekenkennis. Als je eerlijker bent tegenover jezelf en anderen leer je het meest. Eerlijkheid is als een heldere, goed gepoetste spiegel. Daarin wordt het licht der wijsheid het best weerkaatst.

Heb je iets aan dit bericht gehad?

Of draag je Psychologisch.nu een warm hart toe?

Misschien vind je het dan leuk om een donatie te doen!

Ja, ik doneer!
base-psy

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *